Als je voortdurend in het rood traint, gaat het mis

De vele zware toernooien leidden tot veel blessures bij de Nederlandse turnsters.

Debutanten moeten vandaag proberen Nederland te plaatsen voor de Spelen.

Gerben Wiersma is niet te benijden. De bondscoach van de Nederlandse turnsters moet vandaag in Londen het laatste olympische kwalificatietoernooi met een sterk gedevalueerde ploeg afwerken. Op zijn gemoedstoestand hebben die tegenslagen geen zichtbare uitwerking. Om herhaling te voorkomen wil de Friese trainer de nationale selectie verbreden en moet de internationale turnfederatie FIG volgens hem afstappen van het idee drie maanden na de WK een extra kwalificatiemoment voor de Spelen te plannen.

Wiersma vraagt zich hardop af of de FIG kennis van turnzaken heeft. Twee keer pieken in zo’n korte tijdspanne vergt een te grote belasting. Wiersma: „Doordat ze na de WK onvoldoende rust kregen, trainden de turnsters doorlopend in het rood. Normaal kies je één of twee toernooien per jaar. Daar werk je naar toe om de maanden erna te gebruiken voor herstel. Die periodisering was na deze WK onmogelijk. We moeten zo snel mogelijk afstappen van dit plaatsingstoernooi en de WK in het jaar voor de Spelen als enige kwalificatiemoment gebruiken.”

De fine fleur van de turnsters heeft zich bij de WK in Tokio al geplaatst voor de Spelen. De niet-topturnsters worden volgens Wiersma zwaar gedupeerd. De kans op een blessure is zeer groot, zoals de drie sterkste Nederlanders ondervonden. Nadat Céline van Gerner met een breuk in een voetwortelbeentje afviel, volgden Joy Goedkoop met een spierscheuring en Yvette Moshage met een gescheurde kruisband. Binnen twee maanden was de selectie bijna gehalveerd en de kans op plaatsing voor de landenwedstrijd in Londen geminimaliseerd.

Met de ervaring en kwaliteiten van het drietal zou Nederland een reële kans hebben gehad komende zomer als team naar ‘Londen’ te mogen. Nu Wiersma is gedwongen vandaag drie debutanten met een aanzienlijk lichter programma op te stellen, lijkt die kans uitgesloten. Wiersma heeft toch hoop: Canada, Frankrijk en Italië acht hij te sterk, voor die vierde en laatste plaats ziet hij kansen. „De truc is weinig fouten te maken. Als alle turnsters hun niveau halen, kunnen we vierde worden. Ze willen zich revancheren voor de teleurstellende WK in Tokio. Dat leeft heel sterk.”

Wiersma zag dat ze te veel met de scores bezig waren en zo hun eigen prestaties negatief beïnvloedden. „We begonnen met een mislukte vloeroefening van iets meer dan een schamele twaalf punten. Die tegenvaller spookte vervolgens door de hoofden en werkte door op het eindresultaat. Ze waren te veel met cijfers en te weinig met zichzelf bezig.”

In aanloop naar het olympische kwalificatietoernooi in Londen heeft Wiersma zijn selectie drie sessies met sportpsycholoog Hardy Menkehorst laten ondergaan. Om ze mentaal weerbaar te maken en ze te leren concentreren op hun eigen prestatie. En Wiersma heeft lichttherapie geïntroduceerd om de turnsters te laten wennen aan het vroege tijdstip waarop ze vandaag in actie moeten komen, 9.30 uur (10.30 uur Nederlandse tijd). „En de trainingen heb ik aangepast”, vertelt Wiersma. „Normaal lag de druk op de middagtraining, nu op de ochtendtraining. De turners moesten afgelopen maand dagelijks om zes uur op en met hun duffe hoofd voor een lamp zitten. En ze hebben vanwege een trainingskamp de feestdagen niet thuis doorgebracht. We hebben het uiterste van ze gevraagd.”

Blessures van zwaar belaste turnsters, Wiersma voelt de vergelijking met de vorige turngeneratie al opwellen. Maar de misstanden waarmee Verona van de Leur, Renske Endel, Gabriëlla Wammes en Suzanne Harmes onlangs naar buiten kwamen, zijn volgens hem verleden tijd. „Er is de laatste tweeënhalf jaar veel verbeterd in het vrouwenturnen”, zegt Wiersma. „Waar de selectie voorheen door vrijwel één persoon werd gecoacht, worden de turnsters nu door een team van deskundigen bijgestaan. Er is onder anderen een diëtiste, een sportpsycholoog, een krachttrainer en een looptrainer. Ik hoor geen klachten van de turnsters en geen vervelende verhalen van ouders. Nee, ik vind niet dat ons vak bezoedeld is. Omdat de kritiek zich specifiek op twee trainers richtte. Ik voel me niet aangesproken. En de turnsters staan echt niet meer huilend in de zaal. Wie dat niet gelooft, komt maar kijken. De deuren van de turnhal staan altijd open.”