Albayrak: 'Gelukkig doet mijn toegangspasje het nog'

Nurten Albayrak op non-actief houden als COA-baas, dat kan niet meer, oordeelde de rechter gisteren.

Pijnlijk voor minister Leers.

„Ik ben opgelucht en popel om in maart weer bij het COA aan het werk te gaan. Gelukkig doet mijn toegangspasje het nog.”

Zo reageerde Nurten Albayrak gisteren op de uitspraak van het gerechtshof, dat haar op non-actiefstelling als algemeen directeur van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) ongedaan maakte.

Of het er inderdaad van komt dat Albayrak in maart daadwerkelijk weer achter haar bureau in het COA-hoofdkantoor in Rijswijk kan plaatsnemen, moet nog blijken. Vaststaat intussen wel dat het vonnis van gisteren een opsteker is voor de opzijgeschoven bestuurder. En een tegenslag voor minister Gerd Leers (Immigratie en Asiel, CDA) en de raad van toezicht van het COA, onder leiding van VVD-prominent Loek Hermans, die vorig jaar Albayrak aan de kant schoven.

Wat was er ook alweer aan de hand? Op 18 september zond de NOS een reportage uit waarin anonieme COA-medewerkers hun beklag deden over de bestuursstijl van Albayrak. Ze stond onvoldoende open voor kritiek en zou een ‘angstcultuur’ veroorzaken. Aanvankelijk namen haar werkgever en ook minister Leers het voor Albayrak op, maar dat veranderde tien dagen later. Leers verweet Albayrak dat het COA onjuiste informatie had verstrekt over haar hoge salaris, volgens Albayrak zelf niet meer dan een „slordigheid”. Omdat Leers de algemeen directeur echter niet meer vertrouwde, zette de minister de raad van toezicht, Albayraks baas, onder druk om haar op non-actief te stellen. Ook stelde Leers een onderzoekscommissie in die de vermeende angstcultuur bij het COA onder de loep moest nemen. Daarnaast moest de commissie kijken naar de salariskwestie en de relatie tussen het COA als zelfstandig bestuursorgaan en het departement van Leers.

Albayrak vocht in oktober – vergeefs – bij de kortgedingrechter haar op non-actiefstelling aan. Zij stelde dat Leers’ ministerie over alle relevante informatie over haar salaris beschikte. Albayrak vond ook dat Hermans haar onvoldoende had gesteund tegenover de minister. De rechter oordeelde echter in oktober louter procedureel. Albayrak verloor en ging in beroep.

Het Haagse gerechtshof gaf haar gisteren op belangrijke punten alsnog gelijk. Volgens het hof had Albayrak, die als COA-directeur „steeds uitstekend” heeft gefunctioneerd, niet zo behandeld mogen worden. De raad van toezicht onder leiding van Loek Hermans had „meer zorgvuldigheid kunnen betrachten door Albayrak eerst de gelegenheid te geven om gehoord te worden en haar zienswijze te geven en desgewenst zelf tijdelijk betaald verlof op te nemen”. Tijdens een kort verlof van Albayrak, waarin het onderzoek naar haar salaris kon worden gedaan, had ze daarna eventueel weer kunnen aantreden, aldus het hof.

Maar het door Leers gevraagde onderzoek ging veel langer duren, het is pas in maart klaar, omdat er ook allerlei andere aspecten aan de orde kwamen die niets met Albayrak te maken hadden. Intussen deed men bij het COA zelf net alsof dezelfde Albayrak nooit meer zou kunnen terugkomen. Onterecht, vindt het hof nu dus.

Uit het vonnis blijkt verder dat de rechter minder zwaar tilt aan de foutieve informatie over Albayraks salaris dan minister Leers. Voor de bewindsman was dat juist aanleiding om Albayrak niet meer te vertrouwen en haar op non-actief te laten stellen. Volgens de rechter was dit niet zo’n grote fout dat een langdurige op non-actiefstelling gerechtvaardigd was.

Minister Leers moet hierover binnenkort uitleg geven aan de Tweede Kamer.