Afspraken medicijnen baten arme landen niet

De afspraken die de wereldhandelsorganisatie (WTO) maakte om arme landen van noodzakelijke medicijnen te voorzien hebben niet gewerkt. Vooral rijkere landen als Brazilië, India en Thailand gebruikten de regeling.

In de WTO-akkoorden na de ministersconferentie van 2001 in Doha staat dat octrooirechten wereldwijd gerespecteerd moeten worden. Maar een land kan medicijnoctrooien omzeilen als de middelen voor een land te duur, maar toch nodig zijn. In de toelichting stond: „We erkennen de ernst van de gezondheidsproblemen in veel ontwikkelende en in de minst-ontwikkelde landen, vooral als gevolg van hiv/aids, tuberculose, malaria en andere epidemieën.” Zo ontstond de mogelijkheid van afgedwongen productielicenties.

Twee onderzoekers van de University of Denver analyseren vandaag in PLoS Medicine de verleende compulsory licenses. Het zijn er 24 in 17 landen. Opvallend is de dwanglicentie voor het impotentiemedicijn Viagra dat Egypte zich verschafte. Zelfs Canada en de Verenigde Staten gebruikten de regeling, om genoeg medicijnen tegen bioterrorisme te hebben.

Van de landen waar het allemaal om begon gebruikten alleen Mozambique, Zambia en Rwanda de regeling. De onderzoekers zien een paar oorzaken. Ten eerste hebben die arme landen geen productiecapaciteit. Ook is de diplomatieke druk (vooral van de VS) om octrooirechten te erkennen zo groot dat regeringen de dwangregeling niet meer gebruiken, omdat het buitenlandse investeerders afschrikt. En verder zijn er misschien nog landen die illegaal hun medicijnen maken, omdat de akkoorden rond internationale octrooierkenning pas in 2016 definitief worden. Maar op illegale productie hadden de onderzoekers geen zicht.