Xi Jinping, onthoud die naam

De kleinste feitjes over de presidentsverkiezingen in de VS zijn groot nieuws.

Maar ook China krijgt dit jaar nieuwe machthebbers. In roerige tijden bovendien.

Jaar van de Draak, tiende maand. Negen mannen, of misschien zijn het acht mannen en één vrouw, schrijden de Grote Hal van het Volk aan het Plein van de Hemelse Vrede in Peking binnen. De mannen dragen identieke donkere pakken. Hun haar is glanzend zwart geverfd, een teken van vitaliteit. Ze stellen zich op in rangorde van senioriteit op het podium voor een schilderij van de Chinese Muur, en ze glimlachen zwijgend.

Zo zal het straks gaan, in oktober. Als China en de wereld kennismaken met het nieuwe politbureau van de Communistische Partij van China, het ‘dagelijks bestuur’ van de partij waarin de nieuwe leiders van China zitting hebben. Ingebed tussen de presidentsverkiezingen in Rusland (4 maart) en die in de Verenigde Staten (6 november) voltrekt zich dit jaar in de archaïsche beslotenheid van de communistische partij een generatiewisseling.

De wisseling van de wacht aan de top van de partijbureaucratie en de regeringspiramide is allang niet meer alleen een routineaangelegenheid en een propagandamoment. De gebeurtenis, en vooral de geheimzinnige aanloop daar naartoe, is net als de Amerikaanse presidentsverkiezingen een sleutelmoment in 2012.

Wie China gaat leiden, is meer dan ooit van belang voor de wereld waarin China een steeds assertievere rol speelt. En ook voor China zelf, waar trots over bereikte successen gepaard gaat met toenemende sociale onrust, een steeds mondiger middenklasse en groeiende onzekerheid over de duurzaamheid van het economische exportmodel. Alles wijst erop dat het sociale contract tussen de partij en de bevolking onder grote druk staat.

Nadrukkelijker dan hun voorgangers zal de nieuwe generatie leiders een hoofdrol claimen op het wereldtoneel. Sinds de vorige leiderswisselingen (in 1989 en 2003) is China niet alleen de grootste exporteur ter wereld geworden, maar ook de tweede economie ter wereld en de belangrijkste crediteur van de VS. De Chinese economie zal zich volgens de Wereldbank in de komende tien jaar verdubbelen. Chinese problemen krijgen steeds meer een mondiale uitstraling.

Door de pensionering van de huidige president Hu Jintao (69), premier Wen Jiabao (ook 69) en nog vijf leden van het politbureau komen niet alleen zeven van de negen sleutelfuncties in de top van de Communistische Partij van China (CPC) vrij. Ook in de staatsraad (het kabinet), de militaire commissie, de legertop, de Centrale Volksbank, de commissies voor de verzekering en banksectoren en de grote staatsenergiebedrijven vertrekken allen die 65 jaar of ouder zijn om plaats te maken voor veertigers en vijftigers. Een generatie leiders – de vierde sinds Mao Zedong – vertrekt.

De zogeheten ‘vijfde generatie’ is niet opgegroeid onder Mao Zedong of diens opvolger Deng Xiaoping. Zij werd pas na de invoering van de opendeurpolitiek in 1978 politiek volwassen. Toen werd het fundament gelegd voor China als (economische) spelbepaler op het wereldtoneel.

De jonge leiders zijn onveranderlijk hoogopgeleid, hebben meer gereisd en zijn meer internationaal georiënteerd dan de vertrekkende generatie. Bovenal zijn zij zelfbewuster en assertiever dan hun voorgangers.

Wie op het podium in de Grote Hal van het Volk zullen verschijnen, wordt in de komende maanden beslist. Er circuleren namen, er zijn kanshebbers, maar niemand kent de uitkomst. De mores van de partij, de selectiemechanismen en de procedures zijn staatsgeheim. Het leger, het ambtenarenapparaat, de Jeugdliga en de vertegenwoordigers van de verschillende regio’s hebben allen hun eigen agenda als het gaat om de verdeling van functies, geld en projecten.

In het midden van het staatsieportret van het nieuwe politbureau staat hoogstwaarschijnlijk de 58-jarige Xi Jinping, nu nog vicepresident. Hij is de kandidaat van twee belangengroepen in de partij: het leger en de rijke provincies en steden aan de oostkust. Xi, een ingenieur getrouwd met een generaal, is een beroepspoliticus die in China ‘een rode prins’ wordt genoemd: hij is de zoon van een revolutionair van de eerste generatie. Naar zijn politieke identiteit wordt op het ogenblik gegist in alle Aziatische en belangrijke westerse hoofdsteden. Dat hij zich aanzienlijk meer op zijn gemak voelt op het internationale forum dan de huidige president Hu Jintao, bleek tijdens bezoeken aan het Elysée, het Bundeskanzleramt en het keizerlijk paleis in Tokio, waar hij de afgelopen maanden ging kennismaken.

Het raadsel van Xi, die volgende maand zal worden ontvangen door de Amerikaanse president Obama, ligt besloten in zijn afkomst. Zijn vader was een hervormer die een hoge prijs moest betalen tijdens de periode van collectieve gekte, de Culturele Revolutie. Als ‘zoon van een rechtse renegaat’ werd de jonge Xi gedwongen ‘bitterheid te eten’ op het platteland. Later koos hij voor een loopbaan in de partij terwijl veel andere ‘rode prinsen’ naar het bedrijfsleven of het buitenland gingen.

Er is een tweede biografisch feit waaruit de hoop wordt geput dat Xi China veranderingen brengt. Als partijsecretaris van de provincie Zhejiang aan de oostkust tolereerde hij de opkomst van ondergrondse kerken en non-gouvernementele organisaties. Dat maakt hem nog geen radicale hervormer, maar hij lijkt op zijn minst zelfverzekerd genoeg om af te wijken van het orthodoxe pad.

Dat daar in toenemende mate behoefte aan is, blijkt uit het opmerkelijke debat over de aankomende machtswisseling. Democratie op zijn Chinees is een interne partijaangelegenheid, van een volksraadpleging via de volkscongressen is alleen in naam sprake. De beslissingen over de samenstelling van het politbureau, de staatsraad en de militaire commissie worden genomen in achterkamertjes, waar de kandidaten voor topfuncties zeer actief netwerken terwijl ze zich naar buiten toe verschuilen achter een scherm van conformiteit, grijze nietszeggendheid en veilig conservatisme.

Toch bemoeien bloggende internetters zich intensief met de generatiewisseling aan de top – een fenomeen waarmee de partij in het verleden niet werd geconfronteerd. Historici, communicatiewetenschappers en Peking-vorsers verbazen zich met reden over „het openbare debat met Chinese karakteristieken”, zoals docent Liu Kang van de Jiaotong Universiteit in Shanghai het fenomeen noemt. Over een breed scala aan onderwerpen wordt gediscussieerd en, eigen aan het internet, soms heftig ruzie gemaakt. Dat is niet verwonderlijk. De officiële pers is lastig toegankelijk voor doorsnee Chinezen die lijken aan te voelen dat hun land na 32 jaar van historisch ongekend snelle ontwikkeling op een kruispunt is aangekomen.