Student vijlt flink aan 'bewijs' dat Wilders een fascist is

Een student aan de Universiteit van Tilburg kreeg een 10 voor een scriptie waarin hij ‘bewijst’ dat Wilders een fascist is. Hoe komt hij daartoe?

Is-ie het of is-ie het niet? De langlopende discussie over het vermeend fascistische gehalte van Geert Wilders en zijn partij kreeg afgelopen vrijdag een nieuwe impuls. Aan de Universiteit van Tilburg kreeg de bachelorstudent Henk Bovekerk een 10 voor een scriptie waarin hij concludeert dat de PVV een fascistische partij is. Dat doet hij aan de hand van uitspraken van PVV’ers en inzichten uit The Anatomy of Fascism (2004) van de Amerikaanse historicus Robert Paxton.

Bovekerks conclusie – hij is het – en de beoordeling van zijn docenten veroorzaakten grote opwinding, vooral op internet. Wilders zelf reageerde met een tweet: „Op de KU in T zijn ze allemaal Stapel.” Daarmee verwees hij naar Diederik Stapel, de voormalige hoogleraar aan dezelfde universiteit die onderzoeksgegevens heeft verzonnen.

Is de kritiek terecht? En die 10?

De scriptie blijkt een goed geschreven werkstuk, in pakkend Engels, dat allereerst de problemen schetst rond de definitie van fascisme. Bovekerk kiest voor Paxton. De Amerikaan onderscheidt vijf stadia die een fascistische beweging doorloopt. De PVV zit in de tweede, concludeert Bovekerk. Waarom? De partij verdeelt de wereld in wij tegen zij, goed versus kwaad. Verder ziet ze verraders onder ons die het kwaad binnenhalen. Ook vermijdt de partij het intellectuele debat, probeert ze de politieke arena te veranderen in een theater en vergaart ze macht in een „onwennige maar effectieve” coalitie met traditionele elites. Allemaal kenmerken van het fascisme in de zin van Paxton. Maar dat is niet genoeg, erkent ook Bovekerk. Voor het predicaat fascisme is ook nodig: een verheerlijking van geweld, racistische drijfveren en de verwerping van democratische arrangementen.

Om ook die puzzelstukjes te krijgen, vijlt Bovekerk duchtig aan zijn bronnenmateriaal. Wilders verheerlijkt geweld niet, erkent Bovekerk, maar door diens „militaristische retoriek” kunnen mensen wel het idee krijgen dat geweld geoorloofd is. En democratie? Moet de islam niet juist worden bestreden omdat die onverenigbaar is met de democratie? Klopt, zegt Bovekerk. Maar Wilders is ook bereid democratische vrijheden op te offeren ter bestrijding van de anti-democraat.

Rest het racisme. Op bladzijde 33 van de 66 stelt Bovekerk dat rassen niet bestaan. Alle mensen, schrijft hij zonder aarzeling, behoren tot één ras: het menselijke. Wilders maakt wél onderscheid en dus „kunnen we concluderen dat Wilders een racist is”. Bewijsstuk? De zin van Wilders, uit zijn boek Kies voor vrijheid (2005): „Iedereen die zich aan de Nederlandse wetten houdt is welkom, ongeacht religie, ras of seksuele voorkeur.” Ongeacht ras – is dan zelfs artikel 1 van de Grondwet geschreven door racisten?