Pleister helpt niet om van roken af te komen

Nicotinepleisters en nicotinekauwgum helpen op de lange duur helemaal niet om van de sigaret af te komen. Dat schrijven onderzoekers van Harvard University vandaag in een online gepubliceerd artikel van het wetenschappelijke tijdschrift Tobacco Control.

„Dat resultaat roept serieuze vragen op”, concluderen de onderzoekers, „over het effect van stoppen-met-roken-medicatie in het ‘dagelijkse leven’.” In het nu gepubliceerde onderzoek werden bijna 800 mensen die al een tijdje waren gestopt na één en na twee jaar gevraagd of ze nog steeds van de sigaretten konden afblijven. De mensen kozen zelf of ze zonder hulp, met nicotinevervangers (pleisters of kauwgum), met gedragstherapie, of met een combinatie van therapie en nicotinevervangers stopten. Na ieder jaar was ongeveer eenderde van de aanvankelijk geslaagde stoppers weer aan het roken. De pleisters en kauwgum verbeterden het resultaat niet.

Dit is dus geen gerandomiseerd onderzoek, waarbij mensen door het lot worden aangewezen om wel of niet nicotinevervangers te gebruiken. De onderzoekers laten in een literatuuroverzicht zien dat in die gerandomiseerde onderzoeken kauwgum en pleisters wél een beter stopresultaat geven.

Maar ze hebben kritiek op die onderzoeken, vanwege de toelatingscriteria die ervoor zorgen dat de onderzochte groep geen afspiegeling is van de rokers in de gewone wereld. Het gaat dan om mate van verslaving, hoeveelheid sigaretten en stopmotivatie. Ze vragen zich af of alleen op basis van gerandomiseerde onderzoeken wel aanbevelingen mogen worden gedaan voor de hele bevolking. Als mensen zelf hun behandeling mogen kiezen, spelen altijd verschillende motieven een rol. Zo kunnen zij zichzelf selecteren. Mensen die niet zo gemotiveerd zijn om te stoppen met roken kiezen misschien eerder voor pleisters en kauwgum, wat het succes ondermijnt.

De onderzoekers zagen dat de stoppogingen van zware rokers die pleisters of kauwgum gebruikten zonder verdere hulp tweemaal zo vaak mislukten als die van zware rokers die geen nicotinevervangers gebruikten. Ze denken dat die stoppers nicotinevervanging als ‘wonderpil’ beschouwen, en „zodra ze zich realiseren dat die niet bestaat, zitten ze zonder hulp en zijn ze gedoemd om te mislukken”. De onderzoekers noemen dat een ongewenst medicatie-effect. Ze merkten ook dat de meeste mensen de nicotinevervangers veel korter gebruikten dan volgens voorschrift. Ze vinden dat het geld beter besteed kan worden aan therapieën die wel helpen.