'Onze vrijheid maakt ons onzeker'

Bald de Vries, jurist aan de Universiteit Utrecht, is achter zijn katheder vandaan gekomen om de barricaden van de Occupy-beweging te beklimmen.

Wat drijft hem?

ij is gaar, zegt hij meteen bij het handen schudden. Goed gaar. Bergschoenen, pet, zeemanstrui; olijke, zij het vandaag wat slaperige ogen. De hele nacht heeft hij wachtgelopen bij het tentenkamp van Occupy op de Ganzenmarkt in Utrecht, samen met een van de vrouwelijke vrijwilligers – de combinatie van een man en een vrouw werkt kalmerend op lieden met kwaad in de zin, leerden ze onlangs op een spoedcursus ordehandhaving. Als zijn collega even sliep, liep hij alleen z’n rondjes. De stad werd steeds stiller; uiteindelijk doofde zelfs het gebral van groepjes caféverlaters en waande hij zich echt alleen. Mooi was dat. Maar nu gaat een omelet er wel in.

Na zijn rechtenstudie in Leiden promoveerde Bald de Vries (1966) in Dublin op het Ierse aansprakelijkheidsrecht. Nu is hij docent rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Utrecht. Occupy heeft hem de straat op getrokken: zijn lunchpauzes en avonden brengt hij grotendeels door bij de tenten op de Ganzenmarkt. Occupy Utrecht is een kleine afdeling, maar ze is koersvast: het kamp staat er nu veertien weken, op een korte onderbreking rond Oud en Nieuw na. De combinatie van vuurwerk, een feestvierende menigte en het kringetje kwetsbare tentjes met alleen een jankende hond als vaste portier werd door de politie en door de bezetters zelf te gevaarlijk geacht. Er is al genoeg rottigs voorgevallen: er zijn stenen en pallets naar de tenten gegooid, er is geschopt en geschreeuwd en gepist. Eén keer kwam het tot een echte knokpartij; toen stonden de jongens van het kraakpand aan de overkant binnen één minuut op straat om de Occupy’ers te helpen.

Dit is wat Bald de Vries voornamelijk bij Occupy doet: praten, discussiëren. Met de vaste kern van actievoerders, met deelnemers voor één avond, met passanten, met de middenstanders op het plein. In concreto leverde dat tot nu toe een zes pagina’s tellende Verklaring Occupy Utrecht op, waarin De Vries met een groepje anonieme co-auteurs de grieven en actiepunten op een rij heeft gezet, plus een gestage stroom fruit, koekjes en brood van winkeliers uit de buurt heeft aangevoerd.

„We staan met iedereen op goede voet”, zegt De Vries trots. „Door mijn academische achtergrond vervul ik een brugfunctie. Ik kan met iedereen praten, van agent tot student, tot dakloze. Mensen stellen ons veel kritische vragen – vaak hele goede. Als ze dan horen dat ik er inhoudelijk over heb nagedacht en ook nog een intellectueel beroep heb, zijn ze verbaasd. Het levert interessante gesprekken op.”

Hoe gaat dat op de universiteit? Probeert u uw studenten ook voor de goede zaak te winnen?

„Ik kan mijn colleges niet als platform voor Occupy gebruiken, dat zou kwalijk zijn. Maar op een gegeven moment was ik er zo intensief mee bezig dat ik het wel moest vertellen. Studenten en collega’s waren welwillend geïnteresseerd, maar slechts een handjevol kwam vervolgens ook echt bij het kamp kijken. Dat heeft me verbaasd. Ik leid een leesclubje voor ouderejaars, en dat heb ik een paar keer gewoon naar de ‘Huiskamer’ verplaatst, zoals onze open discussietent heet. Zaten ze opeens midden tussen de campers over Slavoj Zizek te discussiëren. Ze vonden het fantastisch.”

Wat hield ze aanvankelijk weg, denkt u?

„Het probleem van mijn studenten, en volgens mij van ons allemaal, is dat we geen stelling meer durven nemen. We worden elke dag voor honderden individuele keuzes gesteld, van groot tot klein: waar doe ik mijn boodschappen? Kies ik voor Starbucks, of vul ik thuis een thermoskan? Wil ik voor dit bedrijf werken, of niet? Ga ik trouwen? We zijn volkomen vrij en willen dat ook blijven, maar de verantwoordelijkheid die dat met zich meebrengt, maakt ons onzeker.

„Niemand kan ons nog vertellen hoe het moet – de kerk niet, politici niet. Intussen rukt in de openbare ruimte de commercie steeds verder op. Zodra we buiten komen, worden we omringd door winkels en mogen we ons alleen nog als consumenten gedragen. Occupy claimt die ruimte terug.”

Maar waarvoor? De Utrechtse verklaring leest als een opsomming van misstanden en formuleert niet meer dan een utopisch alternatief. Meer zorgzaamheid en liefde, geen oorlog meer…

„Concrete oplossingen hebben we nog niet, daar is het te vroeg voor. Het mooie van Occupy is dat het mensen wakker schudt. Ze krijgen de gelegenheid de onzichtbare systemen te bevragen waardoor ze geleefd worden.

„De eerste beelden van Occupy Wall Street waren voor mij een openbaring. Het kán dus, dacht ik, ik ben niet de enige met twijfels. This is the moment. Ik ben naar de oprichtingsdag in Amsterdam gegaan, en ook daar werd ik aangenaam verrast: binnen een paar uur stonden er meer dan 1.500 mensen, was er een live stream en een podium en kon wie maar wilde het woord nemen. Er heerste een energieke, positieve sfeer. Die dag werd de activist in mij wakker.

„Tot Occupy hield ik me het liefst afzijdig. Ik ben katholiek opgevoed, maar in een god heb ik nooit geloofd. Ik dacht er van jongs af aan het mijne van. Bij de hockeyclub, het Leids studentencorps en later in de wetenschap ging het net zo: ik deed mee, maar realiseerde me ook dat iedere groep bepaalde gedragsnormen hanteert, en dat je daar als individu niet mee samenvalt. Politiek zat ik links van het midden, maar bij verkiezingen aarzelde ik telkens tussen GroenLinks, PvdA en D66. Dat heb ik nog steeds. De traditionele politiek is niet in staat de grote problemen van deze tijd het hoofd te bieden. Elk probleem wordt afzonderlijk benaderd, terwijl alles met elkaar verband houdt: het milieu, de financiële crisis, sociale problemen.

„Als je dat tot je laat doordringen, heeft dat gevolgen voor je eigen, kleine leven. Door Occupy ben ik bewuster gaan consumeren. Ik eet vaker biologisch; ik eet minder; ik gooi geen eten meer weg. Het is een begin.”

Uw vrouw is bankier. Levert uw betrokkenheid bij Occupy thuis spanningen op?

„Ik kan niet voor haar spreken, maar… Je hebt bankiers en bankiers. De oerfunctie van een bank is dat mensen er geld kunnen parkeren en lenen. Dat is niet intrinsiek slecht. Mijn vrouw houdt zich bezig met relaties tussen banken onderling. Ze vindt Occupy interessant, ze staat er zeker niet negatief tegenover. Denk niet dat er op haar werk niet over gepraat wordt. Het gaat ook niet om het aanwijzen van schuldige individuen. Zij zijn radertjes in een op hol geslagen systeem.

,,Mijn vrouw protesteert wel als ze ziet dat Occupy me te veel opslokt. Dan zegt ze: je hebt ons ook nog. Onze dochter is zes. Ik ga pas naar het kamp als zij in haar bedje ligt, en kom normaliter gewoon ’s avonds weer thuis.”

Hoelang gaat u door?

„Ons kamp blijft voorlopig staan. De gemeente begon laatst over Koninginnedag – dat we dan ook tijdelijk zouden moeten opbreken. Ha, dachten wij, ze rekenen dus al tot april! Maar het is niet voor eeuwig. Occupy moet fysiek aanwezig blijven in de publieke ruimte, maar dat kan in de toekomst ook op andere manieren. Nomadische kampen? Flash mobs? Denktanks? Alles is mogelijk.”