Oeps is soms goed

Vandaag stemmen Republikeinen in New Hampshire voor hun presidentskandidaat.

Tv-debatten tonen de zwakten van kandidaten.

Nauwelijks hadden de Republikeinse kandidaten zaterdagavond hun laatste woorden uitgesproken tijdens een groot televisiedebat of ze moesten alwéér met elkaar in debat. Dezelfde zes kandidaten werden een dag later verwacht bij het volgende groots opgezette televisiedebat – om 9 uur ’s ochtends. Inmiddels zijn er maar liefst vijftien televisiedebatten georganiseerd tussen de Republikeinse kandidaten. En dat terwijl vorige week pas de eerste voorverkiezing plaatsvond in Iowa.

De verkiezingsdebatten lijken invloedrijker dan ooit. Niet alleen door hun grote aantal en het hoge aantal kijkers – zo’n vijf miljoen per debat – maar door wat deze debatten blootlegden bij de presidentskandidaten.

Neem Rick Perry. De gouverneur van Texas leidde in augustus de peilingen en leek een grote kanshebber. Inmiddels is hij bijna kansloos vanwege zijn belabberde debatprestaties. Tijdens een debat kondigde hij aan dat hij drie ministeries wilde afschaffen. Maar nadat hij het ministerie van Handel en Onderwijs had genoemd, vergat hij wat ook alweer het derde ministerie was. Oeps.

Was het die ene fout die Perry de das omdeed? Nee. Een fout telt pas echt wanneer deze een negatief beeld bekrachtigt dat de kiezer al eerder van je had. En dat was bij Perry het geval. Eerder al kwam hij vaak niet verder dan onsamenhangende statements en maakte hij tactische fouten. Zo reageerde hij op een kritische vraag van de moderator door uit het niets te suggereren dat veel Republikeinen geen hart hebben. Uit de debatten kwam een beeld naar voren van een kandidaat die inhoudelijk schuttert en niet klaar is voor het presidentschap.

Romney is vanaf het begin de te kloppen man en voert tijdens debatten een risicomijdende strategie. Hij maakt weinig grote fouten en slaagt erin zich effectief te verweren tegen de aanvallen van zijn conservatieve tegenstrevers. De grootste uitdaging van Romney is daarbij om goed om te gaan met beschuldigingen dat hij continu van mening verandert. Als gouverneur van de progressieve staat Massachusetts was hij bijvoorbeeld vóór legale abortus, terwijl hij nu juist tegen is. Het is een verwijt dat de geloofwaardigheid van politici al snel ondermijnt, kijk maar naar de schade die democraat John Kerry en hier in Nederland Wouter Bos ervan ondervonden.

Romney lijkt een krachtige repliek te hebben gevonden op deze beschuldigingen. Tijdens een verkiezingsdebat in november gaf hij aan dat hij al 42 jaar is getrouwd met dezelfde vrouw, al zijn hele leven naar dezelfde kerk gaat en 25 jaar bij hetzelfde bedrijf werkte. „Mensen begrijpen dat ik een man ben van stabiliteit en standvastigheid”, stelde hij. Wat zijn huwelijk te maken heeft met inhoudelijk gedraai? Op het eerste oog misschien niets. Maar Romney denkt dat de kiezer wel degelijk een verband ziet. De kiezer houdt niet van opportunisme en – nog erger – besluiteloosheid. Met zijn stabiele persoonlijke leven hoopt hij verwijten van een zwak karakter te ontzenuwen.

De harten van de Republikeinen wint Romney nog niet tijdens de debatten, mede doordat alles wat hij zegt zo calculerend en voorbereid overkomt. In het bovenstaande fragment versprak hij zich even door aanvankelijk te stellen dat hij 25 jaar getrouwd was met dezelfde vrouw, om zich direct met een grapje te redden („oeps, daar krijg ik het thuis moeilijk mee”). Wij zijn ervan overtuigd dat zelfs deze verspreking voorbereid was. Mede door het grapje kwam hij sympathiek en menselijk over en juist door de verspreking kent nu iedere kijker de getallen 25 en 42 jaar uit zijn hoofd.

Behalve Romney onderscheidt ook Newt Gingrich zich positief tijdens de debatten. Hij lijkt op z’n gemak bij elk onderwerp, blijft eenvoudig overeind en bijt scherp van zich af. Gingrich heeft zijn debatvaardigheden zelfs verheven tot één van de belangrijkste argumenten om op hem te stemmen; naar eigen zeggen is hij degene die Barack Obama straks het beste aankan tijdens debatten. De andere kandidaten vallen minder op. Dat komt gedeeltelijk door de verdeling van spreektijd op basis van peilingen: sommige kandidaten hebben daardoor minder dan twee minuten effectieve spreektijd per debat.

De volgende acht televisiedebatten zijn alweer gepland. Dat lijkt wat veel. Maar tot nu toe hebben de debatten een belangrijke rol gespeeld in het testen en beter leren kennen van de presidentskandidaten. Daarmee hebben de debatten nu al hun waarde bewezen en kan de kiezer vandaag in New Hampshire en straks bij de andere voorverkiezingen een betere keuze maken.

Lars Duursma is directeur van trainingsbureau Debatrix. Hij coacht professionals en leidinggevenden bij belangrijke optredens. Victor Vlam is Amerikakenner en voerde in 2008 campagne voor Barack Obama.