Obama wisselt spil Witte Huis

Met Jack Lew (56) als stafchef kiest president Barack Obama voor het laatste jaar van zijn termijn een pragmaticus uit de stal van Clinton. Zijn eigen mentor Bill Daley viel tegen.

In de aanloop van zijn campagne voor herverkiezing herschikt president Barack Obama zijn organisatie. Bill Daley, nog maar een jaar stafchef van het Witte Huis, neemt ontslag en vertrekt naar Obama’s campagneteam in Chicago. In zijn plaats heeft Obama Jack Lew benoemd voor de op één na belangrijkste functie in het Witte Huis.

De benoeming van Lew is een teken dat Obama in het verkiezingsjaar meer resultaten wil boeken dan hij het afgelopen jaar deed. Lew (56), die lange tijd werkte onder president Clinton, staat bekend als een kampioen in pragmatische deals, in de stijl van Clinton. Hij is, net als onder de vorige Democratische president, hoofd van de directie management en begroting, een machtige dienst die direct onder de president valt. Lew kan goed opschieten met prominente Republikeinen in het Congres.

De Republikeinse meerderheid in het Congres en de regering-Obama zitten al maanden in een impasse waarin elkaar over en weer niets gegund wordt. In de zomer dreigde Washington onbestuurbaar te worden, omdat het Congres geen toestemming gaf voor een automatische verhoging van het schuldenplafond. Obama’s banenplan ter waarde van bijna 450 miljard dollar, waarmee de president kleur wilde geven aan zijn laatste jaar voor de verkiezingen, is in de Senaat afgeschoten.

De stafchef van het Witte Huis is traditioneel de man die in Washington deals voorbereidt, en namens de president vuile handen maakt. Toen Obama aantrad, stelde hij de extraverte Rahm Emanuel aan, die zijn slimheid en krachttermen inzette. Hij kreeg gedaan dat het Congres instemde met een herziening van het zorgstelsel. In 2010, het jaar dat de Republikeinen tussentijdse Congresverkiezingen wonnen, werd Emanuel burgemeester van Chicago. Obama vond het, gezien de nieuwe machtsverhoudingen, tijd voor een minder omstreden stafchef. Hij stelde eerst zijn vertrouweling Pete Rouse aan als nieuwe stafchef, maar al na een paar maanden maakte deze plaats voor Bill Daley. Deze bankier en oud-minister van Handel, telg uit de belangrijkste politieke dynastie van Chicago, had een goede staat van dienst in Washington, maar leek ongelukkig in zijn nieuwe rol.

Het was Daley zelf die al na een jaar een brief schreef aan Obama met het verzoek terug te mogen treden, zei Obama gisteren. Daley mist zijn familie in Chicago. Obama heeft in Daley altijd een mentor gezien, nuttig om zijn lange ervaring en rustige persoonlijkheid. Maar Daley was ook kleurloos, lag slecht bij zowel Democraten als Republikeinen in het Congres en kreeg volgens Obama te weinig gedaan.

Bovendien wist Daley niets van managen. Hij dreef met zijn academische houding de staf tot wanhoop. Een probleem, want uit boeken over het Witte Huis onder Obama blijkt dat de president zich nauwelijks bemoeit met de leiding over zijn staf. In november ontnam Obama Daley al de zware taak van het dagelijkse besturen van het Witte Huis.

Daley wordt nu een van de campagneleiders van Obama. Hij heeft ervaring met dit werk. In 2000 leidde hij de (mislukte) verkiezingscampagne van Al Gore, vicepresident onder Clinton. Deze baan kan de demotie van Daley niet verhullen. Columnist Ezra Klein van The Washington Post trok een parallel tussen Obama en de Republikein Mitt Romney, die op campagne in New Hampshire had gezegd dat hij mensen graag ontslaat als ze slecht werk leveren. „Obama is niet als Romney. Obama houdt er écht niet van om mensen te ontslaan.”

Republikeinse nominatie: pagina 9

Het grote verhaal: pagina 12-13