Nieuwe taks? Iedereen wil wel meedoen

Een belasting op financiële transacties kan Europa 57 miljard per jaar opleveren.

Invoeren durft geen enkel land, uit angst dat banken hun transacties verplaatsen.

Angela Merkel en Nicolas Sarkozy spraken erover, gisteren, tijdens Duits-Frans topoverleg in Berlijn. Ook premier Rutte en andere liberale leiders bespraken het gisteren in Londen: de Tobintaks. Deze belasting op financiële transacties staat weer hoog op de Europese agenda. De vraag is waarom. Er is immers in Europa geen consensus over de invoering van deze belasting.

Door de schuldencrisis hebben vrijwel alle Europese overheden extra inkomsten nodig. Overal gaan belastingen omhoog en wordt er gesnoeid in sociale voorzieningen. Regeringsleiders kijken nu naar de financiële sector die, anders dan gewone bedrijven, niet btw-plichtig is. „De afgelopen drie jaar”, legde de voorzitter van de Europese Commissie José Manuel Barroso onlangs uit, „verstrekten lidstaten 4.600 miljard euro aan hulp en garanties aan de financiële sector. Het wordt tijd dat de sector iets terugdoet voor de maatschappij.” Volgens Eurobarometer-peilingen is 65 procent van de burgers het hiermee eens. Politici kunnen scoren als ze de financiële sector aanpakken. De Tobintaks is ideaal voor symboolpolitiek.

Maar hoe regel je dit? De financiële sector kent door de liberalisering van de afgelopen decennia nauwelijks grenzen meer. Als één EU-land de transactiebelasting invoert, verplaatsen instellingen hun transacties meteen. Dat gebeurde in Zweden, in de jaren negentig: de dag na de invoering liepen transacties al via Oslo of Londen. Zweden lobbyt actief tegen de Europese Tobintaks. „Het werkt niet”, vindt de Zweedse minister van Financiën Anders Borg.

Duitsland en Italië zeggen dat het Zweedse bezwaar verdwijnt als deze belasting Europees wordt ingevoerd. Nu al hebben tien lidstaten een vorm van transactiebelasting. Als dit oerwoud groter wordt en Europese landen elkaar agressief vliegen gaan afvangen, loopt de Europese interne markt politiek en economisch averij op. Om die reden stelde de Europese Commissie (die er vroeger tegen was) in september voor dat alle 27 landen 0,1 procent heffen op alle transacties van aandelen en obligaties, als ten minste één van de partijen in de EU gevestigd is. De belasting, die 57 miljard per jaar kan opleveren, zou in januari 2014 moeten ingaan.

Maar de Britten zijn tegen. De meeste transacties lopen via Londen. De Britten vermoeden dat de Tobintaks een continentale (lees: Franse) poging is om Londen als financieel centrum een kopje kleiner te maken. Londen, dat met zijn ‘stamp tax’ al een vorm van transactiebelasting heeft, dreigt zijn status als ’s werelds nummer één kwijt te raken aan Singapore. Premier Cameron vreest dat meer transacties naar Azië lekken als ze Europees worden belast. Hij zei gisteren op tv dat zoiets voor hem alleen acceptabel is als „de rest van de wereld” meedoet. Rutte denkt er net zo over. Maar binnen de G20, waar Duitsland en Frankrijk hebben geprobeerd haar te introduceren, zijn de VS en Canada tegen.

Onder premier Berlusconi steunde Italië de Britten. Maar Mario Monti, de nieuwe premier, is vóór de transactiebelasting – mits die Europees wordt ingevoerd. Hoe politiek dit onderwerp is, blijkt ook uit de switch van Frankrijk. President Sarkozy probeerde vorig jaar als G20-voorzitter nog om de taks in zoveel mogelijk landen ingevoerd te krijgen. Vrijdag zei hij ineens dat Frankrijk haar dit jaar alléén introduceert. Sarkozy wil komend voorjaar worden herkozen en werkt aan een wetsvoorstel. Als de Fransen solo willen gaan, zei Cameron zondag, „zijn ze vrij dat te doen”. Volgens sommige media bewees dit dat de Frans-Britse betrekkingen op een dieptepunt zijn beland.

Bij nader inzien lijkt Sarkozy ‘slechts’ een beursbelasting te willen. Transacties van obligaties en derivaten wil hij niet belasten. Kortom, zijn plan heeft veel weg van de Britse ‘stamp tax’. Waarmee andermaal bewezen is dat regeringsleiders de Tobintaks graag gebruiken om symboolpolitiek te bedrijven.