Moeder is niet voor het eerst geslagen

Er komen veel hulpverleners over de vloer bij de familie Horsten. Voor ieder probleem is er een aparte organisatie. Maar niemand heeft het overzicht.

Neem die familie in Tilburg. Als vader Dave te veel drinkt, slaat hij alles en iedereen in elkaar. Meestal moet moeder Meggie het ontgelden. Soms ook Sjaak van 17 en kleine Davy van 13.

Meggie kan niet met geld omgaan. Ze is licht verstandelijk gehandicapt. Post maakt ze niet meer open. Niks dan rekeningen en aanmaningen. De deurbel laat ze rinkelen. Het zal de deurwaarder wel zijn.

Sjaak is drie keer opgepakt voor winkeldiefstal. De school van Davy maakt zich zorgen. Davy bijt op zijn nagels tot ze bloeden. Davy heeft met niemand contact.

Enig idee met hoeveel organisaties dit gezin te maken krijgt? Politie, justitie, jeugdreclassering, Halt. Verder: kinderbescherming, maatschappelijk werk, schoolmaatschappelijk werk, GGD. Welke welzijnsinstellingen zien we over het hoofd?

„Het grote publiek gaat ervan uit dat al die organisaties met elkaar praten. Dat ze samenwerken. Zo vanzelfsprekend.” John Wauben, manager van het Zorg- en Veiligheidshuis Midden-Brabant in Tilburg heft zijn handen ten hemel. „Niets is minder waar.”

Van oudsher is het heel goed mogelijk dat allerlei organisaties bij hetzelfde gezin over de vloer komen, zonder dat ze dat van elkaar weten, vertelt Wauben. Zonder dat een van die organisaties een overzicht heeft van wat er allemaal speelt. „Nederland heeft voor elk probleem een aparte organisatie. Voor sommige problemen zelfs meerdere organisaties – erfenis van de verzuiling. Op het terrein van de reclassering heb je te maken met de jeugdreclassering, de verslavingsreclassering, Reclassering Nederland en de reclassering van het Leger des Heils, naast bureau Halt en de Raad voor de Kinderbescherming. En elke organisatie heeft haar eigen doel, haar eigen werkwijze, haar eigen ideologie, haar eigen administratie, haar eigen computersysteem, haar eigen privacybeleid. Niet goed voor het gezin. Bureaucratisch en contraproductief.”

Om de organisatorische verdeeldheid te overwinnen en de veiligheid op straat te vergroten, richtten politie, Openbaar Ministerie en gemeente Tilburg tien jaar geleden het eerste veiligheidshuis van Nederland op. Die samenwerking beperkte zich aanvankelijk tot aanpak van delinquente jongeren, maar breidde zich snel uit tot andere probleemgroepen. Steeds meer hulpverleningsorganisaties sloten zich aan om snellere en betere zorg te kunnen verlenen. Het vorige kabinet omarmde de samenwerkingsverbanden op initiatief van de in Tilburg wonende minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin. Sinds 2009 zijn er veiligheidshuizen in 45 regio’s.

Het Zorg- en Veiligheidshuis Midden-Brabant is gevestigd in een onopvallend kantoorpand, schuin tegenover het station in Tilburg. Medewerkers van twintig organisaties werken hier samen in verschillende verbanden, afhankelijk van de doelgroep. Zoals zorgjongeren, veelplegers, betrokkenen bij huiselijk geweld.

Elk samenwerkingsverband houdt regelmatig casusoverleg, een inventarisatie van lopende zaken. Nieuwe meldingen worden besproken. De politie moest gistermiddag ingrijpen na een huiselijke ruzie in de Tarwestraat, rapporteert de vertegenwoordiger van de politie. De zoon van 20 werd aangehouden. Moeder is met verwondingen in het gezicht naar de eerste hulp gebracht. Ze wil geen aangifte doen.

Welke organisaties weten meer van dit gezin? Het is niet de eerste keer dat mevrouw in elkaar wordt geslagen. Ze heeft een zware depressie. Ze is in behandeling bij de ggz. En zoonlief is verslaafd aan cocaïne. Heeft zijn afkickbehandeling niet afgemaakt. Wordt makkelijk agressief als hij zich onder druk gezet voelt.

Dit is het geheim van het veiligheidshuis, hoe voor de hand het ook ligt: organisaties delen een locatie en informatie. De vertegenwoordigers kennen elkaar, vertrouwen elkaar, lopen makkelijk bij elkaar binnen. Wanneer moet meneer J. voor de rechter verschijnen? De parketsecretaris van het Openbaar Ministerie zoekt het onmiddellijk uit.

Tijdens het zogeheten scenario-overleg komen de organisaties tot een gezamenlijke aanpak. Niet alleen gericht op de betrokken persoon, maar op de hele familie. Op het voorkomen van meer ellende. Manager Wauben ziet dat als zijn missie: „Eén gezin, één aanspreekpunt, één plan.”

Op sommige terreinen werken organisaties binnen het zorg- en veiligheidshuis al samen als één team, zoals in het team Bemoeizorg en het steunpunt Huiselijk Geweld. Op andere gebieden, zoals repressie en zorg voor criminele jongeren, delen organisaties wel kennis en deskundigheid, maar behartigen ze nog steeds hun deelbelangen, zegt Wauben. Dat heeft vaak te maken met financiering. Verslavingszorg en jeugdreclassering krijgen betaald voor nauw omschreven handelingen, niet voor samenwerking.

Tien jaar na de oprichting van het eerste veiligheidshuis is het fenomeen bij het grote publiek vrijwel onbekend. Terwijl Nederland met veiligheidshuizen bezaaid ligt. Wauben snapt dat wel. „Het veiligheidshuis op zich is niks. Een hulpmiddel. Een verzamelkantoor dat een podium voor samenwerking biedt.”

Die samenwerking leidt er wel toe dat noodsignalen op het terrein van veiligheid en zorg sneller en effectiever worden opgepakt, zegt Wauben. „Wij fungeren als trechter. Mensen die hulp nodig hebben, krijgen die. Niet over vier weken, maar de volgende dag. Alle betrokken organisaties dragen daartoe bij. De samenleving wordt veiliger. Overlast vermindert. Zo heeft elke burger baat bij het veiligheidshuis.”

Dick Wittenberg