Lionel Messi

Veel kenners vinden Lionel Messi nu al de beste aller tijden. Zijn balbehandeling, traptechniek, passeerbewegingen en scoringsdrift zijn ongekend. Hij speelt veredeld straatvoetbal op het hoogste niveau. Heeft het vlugge en spichtige van Cruijff, maar zeurt nooit tegen de scheidsrechter. In het superteam van Barcelona blijkt hij bijna wekelijks veel beter dan andere toppers als Xavi en Iniesta. Hij scoort veel én op belangrijke momenten.

Maar dezelfde kenners lijken te vergeten dat Messi op twee WK’s niet of matig presteerde. In 2006 was hij reserve van het Argentijnse elftal. In 2010 keek de voetbalwereld reikhalzend uit naar de troonsbestijging, maar hij gaf niet thuis in Zuid-Afrika. Volgens dezelfde kenners omdat de bondscoach, Maradona, verkeerde keuzes maakte of hem het succes niet gunde.

Dat kan zo zijn, maar Maradona was als speler (net als Cruijff) zelf de baas en niet zijn trainer. Messi is (nog) geen leider die zijn ploeg in woord en gebaar de weg wijst. Het is ook zijn charme. Een timide, loensende dreumes – ideale schoonzoon. Messi is in eigen land minder populair dan de ondeugende Maradona. Wel is hij vorige maand – voor het eerst – verkozen tot sportman van het jaar in Argentinië.