Justitie Turkije pakt leider oppositie aan

De Turkse democratie staat onder druk. Een aanklager wil nu oppositieleider Kemal Kiliçdaroglu zijn immuniteit ontnemen en vervolgen, na kritiek op het detentiebeleid.

Hij had het bedacht als zijn maidenspeech. Als een Ronald Reagan bij de Berlijnse muur: „Mr. Gorbachov…’’ Begin november reisde Kemal Kiliçdaroglu, leider van de Turkse Volkspartij (CHP) naar de Silivri gevangenis ruim anderhalf uur rijden van Istanbul. Silivri is – met plaats voor 11.000 gevangenen op bijna 500.000 vierkante meter – Europa’s grootste strafinstelling.

Sinds 2008 is het ook de plek waar tientallen gepensioneerde militairen, academici en journalisten worden vastgehouden die worden verdacht lid te zijn van de Ergenekon-bende. Volgens de aanklacht hadden de leden van dit ondergrondse criminele netwerk plannen de zittende regering van premier Recep Tayyip Erdogan omver te werpen.

Maar oppositieleiders als Kemal Kiliçdaroglu geloven dat onder die vlag iedereen wordt vastgezet die zijn stem durft te verheffen tegen de regeringspartij die afgelopen juni door de helft van de Turken werd herkozen. Ook twee parlementsleden van Kiliçdaroglu’s oppositiepartij worden in Silivri vastgehouden. Daar, aan de rand van het manshoge hek, greep de kleine Kiliçdaroglu de microfoon en noemde Silivri „een concentratiekamp’’. De rechters op wiens last zijn collega’s daar vast zaten, waren „gewetenloos”, sprak Kiliçdaroglu.

Nu wordt de oppositieleider zelf bedreigd met een rechtszaak. Een aanklager kondigde gisteren aan de parlementaire immuniteit van de oppositieleider te willen ontnemen om hem aan te kunnen klagen „wegens poging tot het beïnvloeden van een eerlijke rechtszaak’’ en „belediging van staatsdienaren’’.

Volgens de oppositie is daarmee de laatste nagel aan de doodskist van de Turkse democratie geslagen. „Niemand is nog langer veilig in Turkije”, sprak de woordvoerder van de partij. Het is de week waarin zelfs de man die tot een jaar geleden de hoogste soldaat van het land was, werd afgevoerd naar de Silivri-gevangenis. Ook de voormalig chef van de generale staf Ilker Basbug werd gearresteerd op verdenking van stille steun aan het Ergenekon-netwerk en zijn vermeende terreurplannen. Die beschuldiging is volgens de oud-generaal „onbegrijpelijk” als je nagaat dat hij twee jaar lang de baas was van 700.000 soldaten en dus geen maffia nodig had als hij van kwade wil was geweest. Het leger stootte viermaal eerder moeiteloos een democratisch gekozen regering uit het zadel.

Het is ook de week waarin de twee vooraanstaande journalisten Nedim Sener en Ahmet Sik te horen kregen dat ze na elf maanden in de cel nog altijd niet naar huis mogen.

Ook zij worden verdacht van betrokkenheid bij Ergenekon, ook al deden ze zelf jarenlang onderzoek naar het mysterieuze netwerk. Ze zijn maar twee van de bijna honderd journalisten die in Turkije worden vastgehouden. Vandaag verschijnt de tweede editie van de Tutuklu Gazete, een krant waarin alle bijdragen zijn geschreven door journalisten achter de tralies.

Niet de straf, maar de beschuldiging is in Turkije nu het belangrijkste wapen tegen oproerkraaiers. Volgens de Mensenrechten Vereniging van Turkije is 42 procent van alle 128.000 gedetineerden in de Turkse gevangenissen in afwachting van zijn rechtszaak. In Turkije kun je tot maximaal tien jaar wachten op je rechtszaak. De mogelijkheid van borgtocht bestaat niet in het Turkse rechtsysteem.

Onduidelijk is in hoeverre de regering een hand heeft in de golf van arrestaties. Premier Erdogan beklaagde zich gisteren over de arrestatie van de chefstaf Basbug. „Ik had liever gezien dat hij vervolgd werd zonder gevangenneming”, zei de premier gisteren. Soms ziet hij er zelf op toe dat het wel gebeurt. Toen parlementslid Muharrem Ince van de CHP Erdogan slap optreden verweet tegen Koerdische separatisten klaagde de premier hem aan. Erdogan heeft volgens mensenrechtenadvocaat Fikret Ilkiz „honderden” rechtszaken lopen tegen Turken, vooral columnisten, die hem zouden hebben beledigd.

De golf van arrestaties treft niet alleen degenen die zich durven te bewegen in de politieke arena. Volgens schattingen van studentenverenigingen zitten bijna 500 studenten achter de tralies. Een student die met een spandoek pleitte voor „vrij onderwijs”, werd aangeklaagd wegens „terrorisme”. Muziekdocent Göksel Ilgin werd eind mei opgepakt en aangeklaagd wegens lidmaatschap van een terreurorganisatie nadat hij op een campus in Ankara had geprotesteerd tegen de dood van een collega bij een andere demonstratie. „In de geschiedenis van Turkije is altijd een bepaalde groep de dupe geweest van onderdrukking: de Koerden, linkse groeperingen, journalisten. Maar sinds de regeringspartij de verkiezingen van afgelopen juni zo overtuigend won lijkt iedereen nu doelwit te zijn die nog in de weg staat van hun almacht”, zegt Ilgin in een café in Istanbul. „De oppositie heeft haarkracht verloren, het leger stelt niets meer voor. Deze regering ambieert de absolute macht.”

De kans dat oppositieleider Kemal Kiliçdaroglu zelf in Silivri zal belanden is gering. De minister van Justitie zou het verzoek tot opheffing van zijn parlementaire immuniteit naar het parlement moeten sturen en de kans dat alle collega’s van Kiliçdaroglu instemmen met dit verzoek is niet groot. Maar de aanklacht herinnert de oppositie aan haar kwetsbaarheid. Iedereen kan denken: heden ik. Morgen gij.