In de hoofdrol: Maxime van Amstel

‘De Gijsbrecht’ is herrezen. Wie was deze Heer van Amstel? Wat leert deze eeuwenoude tragedie? Wijze lessen voor fans van Ajax en leden van het CDA.

Meer dan driehonderdvijftig jaar lang kroop de beste acteur van Nederland omstreeks de jaarwisseling in de huid van Gijsbrecht van Amstel. Geen tijdgeest die vat op hem kreeg, totdat het progressieve volksgewoel hem in 1968 van het toneel afjoeg.

De Gijsbrecht van vóór 1968 was een icoon: een held, een ongepolijste maar sympathieke middeleeuwse vechtjas. In 2012 zien we terug hem als antiheld: ‘Hij loopt enorm achter de feiten aan. Dat heeft een zekere tragiek, ook’, aldus Gijsbrecht-vertolker Mark Rietman in de Volkskrant.

Dat het wereldtoneel in de 21ste eeuw, na decennia waarin carrièrepolitici en diplomaten de toon bepaalden, weer kolkt van het drama, is bijna een understatement. De ene na de andere tiran komt gewelddadig aan zijn eind. De Griekse tragedie herleeft. Het Hollandse koningsdrama Gijsbreght van Amstel schittert ook weer. Hoewel, koningsdrama is nogal een groot woord voor een afrekening in het bestuurlijke milieu op polderniveau. De enscenering van Het Toneel Speelt doet daar ook niet geheimzinnig over: Mark Rietmans gezicht zit al bij het uitspreken van de beroemde openingsregels zwaar onder de modder.

Wraak

Het stuk voert ons terug naar omstreeks 1300. Amsterdam is een bescheiden stadje. De regerende Heer van Amstel wordt belaagd door getrouwen van de Hollandse graaf Floris V. Ze willen wraak nemen voor zijn medeplichtigheid aan de moord op de graaf, enkele jaren eerder.

Vondel versmolt in 1638 verschillende personages in zijn Gijsbrecht, zowel historische als literaire. De ‘echte’ Gijsbrecht die in het complot tegen graaf Floris zat, was een oude man, die zich in de politieke strijd op de achtergrond hield, en die na de moord al spoedig zelf bezweek. De Heer van Amstel die kort na 1300 de wraak van Floris’ medestanders over zich heen kreeg, was Gijsbrechts zoon Jan. Vondel schoof ze in elkaar, voegde er nog wat elementen uit Vergilius’ Aeneas aan toe en schiep een tragische held, die het beste voorheeft met Amsterdam, maar door een reeks beoordelingsfouten de stad naar de ondergang voert.

Vondels Gijsbrecht zit duidelijk in zijn piepzak. Z’n vrouw Badeloch onthult dat hij al tijden niet meer goed slaapt. Dat complot tegen graaf Floris, daarbij was hij ooit tegen zijn zin betrokken geraakt. Een klein foutje, waar hij voor zijn gevoel veel te zwaar voor moest boeten. Aan het begin van het stuk lijkt het dat zijn belagers hem eindelijk met rust zullen laten. Hij wordt overmoedig. Een overloper wijst hem op een schip met hout dat de belegeraars hebben achtergelaten. Precies wat we nodig hebben, meent Gijsbrecht, en hij laat het schip snel de stad binnenbrengen. Een fatale beoordelingsfout. Het schip blijkt een Paard van Troje te zijn, vol met soldaten van de vijand. De komende uren zullen ze een zwaar gevecht leveren met Gijsbrecht en de zijnen, en hem op de vlucht drijven (‘Vaarwel, mijn Amsterland, verwacht een andere Heer’). De stad verandert in een rokende puinhoop.

Gijsbrecht had zich ingelaten met dubieuze zaakjes. Daarvoor wordt hij, vindt hij, onevenredeig zwaar gestraft. Hij raakt psychisch ontregeld. Steeds hardnekkiger ontkent hij zijn problemen. Als die hem toch blijven achtervolgen, mobiliseert hij medestanders om zijn gelijk te halen. Hij sleurt hen mee in zijn val.

Mannen als Gijsbrecht van Amstel trekken de laatste jaren weer in een lange stoet over het wereldtoneel: gevallen van mentale dissociatie, met manische trekjes. En maar niet van opgeven weten.

Berlusconi is zo’n geval, Gadaffi uiteraard ook. In de polder hebben we slechts ‘light versions’ van leiders die hun legioenen met open ogen naar de afgrond voeren. Een volbloed Nederlandse Gijsbrecht vinden we in de politieagent/bankier Dirk Scheringa. In een slecht zittend confectiepak marcheerde hij de deftige bankierswereld binnen. Hij trok de aandacht met duistere praktijken, maar hij leek ermee weg te komen. Zijn jongensachtige glimlach deed vermoeden dat hij geloofde in zijn eigen goedheid. Hij stichtte een aardig museum, stak miljoenen in schaatsers en voetballers. Maar zijn vijanden sloegen alsnog genadeloos toe. Het Paard van Troje heette Pieter Lakeman. Scheringa kreeg van alle kanten te horen dat hij beter kon opstappen om anderen orde op zaken te laten stellen, maar hij wilde doorvechten – totdat zijn bank helemaal in puin lag.

Het Hemelse Gerecht

Bij Ajax lopen meerdere Gijsbrechtjes rond. Zowel president-commissaris Steven ten Have als commissaris Johan Cruijff lijkt Ajax in het verderf te kunnen storten. Ze zwartepieten nog over de vraag wie hier het Paard van Troje is. De uitkomst is ongewis, de definitieve ‘casting’ van een Ajax-Gijsbrecht moet nog even op zich laten wachten.

De sterkste Gijsbrecht van dit moment heet Maxime Verhagen. Na de vervroegde verkiezingen van 2010 lieten de kiezers een zwaar gehavend CDA achter. Een deel van de partij meende dat dit tot deemoed moest stemmen. Geen experimenten, niet regeren. Desondanks meende Maxime dat het Hemelse Gerecht hem een goddelijke taak had toebedeeld. Het Paard van Troje heet hier ‘gedoogpartner’. Omstreeks de Kerstnacht (‘schoner dan de dagen’) gaf Maxime een interview aan weekblad Elsevier. Pas toen kwam hij tot het inzicht dat het CDA een ‘andere heer’ dan hem als leider nodig heeft.

Auteur van ‘Het volle leven, Nederlandseliteratuur en cultuur ten tijde van de Republiek (circa 1550-1800)’