Hoe was het nou in Kunduz?

De uitvoering van de missie viel infanteriesergeant Iwan Kamminga mee.

Maar hij is niet te spreken over de krampachtige houding van de defensietop.

Thuiskomen van een maandenlange militaire missie in Afghanistan betekent „weer even wennen” aan je eigen eten koken, kleren wassen en schoonmaken. Iwan Kamminga doet in Nieuwe Pekela zijn deur open in een spijkerbroek en op sokken, met de slang van de stofzuiger in zijn hand.

De eerste lichting militairen is heelhuids terug uit Kunduz. Voor infanteriesergeant Kamminga (33) zit de politietrainingsmissie er „gelukkig” op.

Bij de wisseling van de wacht in Kunduz heeft hij twee dagen met zijn opvolger door de stad gereden. „Net als ik was hij eerder in Uruzgan geweest en ik merkte dat hij nog heel erg met die realiteit in zijn achterhoofd zat.” In die gevaarlijke, rurale Zuid-Afghaanse provincie moesten Nederlandse militairen vier jaar lang de veiligheid van de bevolking waarborgen.

In het Noord-Afghaanse Kunduz is de taak van de landmacht beperkt tot het behoeden van de eigen marechaussees die daar agenten opleiden. „Ik heb nauwelijks contact met de lokale bevolking gehad”, zegt Kamminga. „Ook niet bepaald behoefte aan gehad, trouwens.”

Met tegenzin ging hij afgelopen zomer voor vier maanden naar Kunduz. De infanteriesergeant is nog steeds niet laaiend enthousiast. „Maar de uitvoering van de missie is meegevallen, zowel geestelijk als fysiek.” De dreiging was niet bijzonder groot, er zijn geen slachtoffers gevallen.

Wat hem is tegengevallen, is de krampachtige houding van de defensietop rond de politiek gevoelige missie. Toen hij zich eerder in deze krant uitsprak tegen de „opportunisten” die in Den Haag deze missie bedacht hebben, werd hij onmiddellijk door zijn commandant op het matje geroepen. „Het was dus niet de bedoeling dat ik een mening had.”

„Ik snap echt niet waarom er steeds mooi weer gespeeld wordt en er niets wat niet in het plaatje past naar buiten mag komen”, zegt Kamminga.

„Bijvoorbeeld, toen er Tweede Kamerleden langskwamen, stond voor de Afghanen een les handboeien omdoen ingepland. Dan bedenkt iemand dat dat toch te agressief is. Stel je voor dat die Kamerleden zouden denken dat er geweld gebruikt wordt! Ze konden maar beter een lesje EHBO te zien krijgen. Waar ben je dan mee bezig?” Geen wonder dat politici de realiteit van de missie niet lijken te begrijpen.

Nu hij terug is in Nederland, merkt hij dat zijn collega’s met hele andere dingen bezig zijn. „Als je op missie bent, besef je niet zo hoe de bezuinigingen hier ingrijpen. Daar wordt wel gezorgd dat je voldoende spullen hebt, maar hier is weer aan alles tekort en kan er door geldgebrek heel weinig. Bij ons op de kazerne in Havelte zijn de tanks bijvoorbeeld opeens weg. Al die mensen die ermee werkten, heb ik ook nauwelijks meer gezien.”