Geweld bij landelijke staking in Nigeria

Woede over afschaffing van brandstofsubsidie vergroot de onrust.

In de Nigeriaanse hoofdstad Lagos heeft de politie gisteren met scherp geschoten en traangas ingezet om de menigte die protesteerde tegen de regering uiteen te drijven. Er vielen zeker één dode en achttien gewonden. In Nigeria is gisteren een landelijke staking begonnen die het hele land lam moet leggen.

De Nigeriaanse vakbonden kondigden de staking vorige week aan als protest tegen de plotselinge verhoging van de brandstofprijs. Niet alleen werknemers van banken, markten en benzinestations hebben het werk neergelegd, ook de olie-industrie en lucht- en scheepvaart liggen stil.

Per 1 januari is de brandstofsubsidie van de Nigeriaanse regering zonder aankondiging afgeschaft. De benzineprijzen in het land zijn hierdoor in één klap vrijwel verdubbeld. Volgens de regering moet deze nieuwe maatregel 6 miljard euro opleveren om de infrastructuur te verbeteren. Een poging in 2003 om de subsidies op te heffen resulteerde in grootschalige stakingen, bezettingen van bedrijven en luchthavens en een teruglopende export van benzine. De toenmalige president Obasanjo zag zich genoodzaakt de maatregel in te trekken.

Niet eerder sinds hij vorig jaar april werd gekozen, heeft de positie van president Goodluck Jonathan zo onder druk gestaan. Jonathan was na de verkiezingen weliswaar populair in het overwegend christelijke zuiden, maar hij mist het gezag van Obasanjo.

Bovendien dreigt een burgeroorlog in het islamitische noorden van het land. Honderden christenen zijn het gebied ontvlucht. De extremistische groep Boko Haram doodde vorig jaar vijfhonderd mensen bij terreuraanslagen en sinds het nieuwe jaar al meer dan vijftig mensen. (NRC)