Geen excuus kabinet voor drie doden Srebrenica

Het kabinet-Rutte biedt vooralsnog geen excuses aan voor de dood van drie moslims die tijdens de val van Srebrenica vergeefs bescherming zochten bij Nederlandse VN-militairen. Zolang de kwestie onder de rechter is, onthoudt het kabinet zich van een reactie. Dat antwoorden de ministers Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD) en Hillen (Defensie, CDA) op Tweede Kamervragen.

Afgelopen zomer stelde het gerechtshof in Den Haag de Nederlandse Staat verantwoordelijk voor de dood van de drie. Zij werden in 1995 door Bosnisch-Servische troepen vermoord na de val van de moslimenclave Srebrenica. Het gaat om een medewerker van de Nederlandse VN-macht Dutchbat en twee familieleden van de tolk van Dutchbat.

Het was voor het eerst dat de Nederlandse Staat juridisch aansprakelijk werd gesteld voor gebeurtenissen bij Srebrenica, waar duizenden moslims zijn vermoord. De uitspraak van het hof was wereldnieuws. Volgens Rosenthal en Hillen is geen sprake van een ultiem vonnis, maar slechts van een ‘tussenarrest’. Het kabinet heeft nog niet besloten over een verzoek tot cassatie bij de Hoge Raad.

Juridisch-technisch is de uitspraak een tussenarrest, omdat het hof nog wil weten waarom eerder in de procedure een rechter werd vervangen. Het is in Nederland ongebruikelijk dat een goed ingevoerde rechter – dit dossier telt zo’n 10.000 pagina’s – wordt gewisseld. Het hof heeft getuigen gehoord om de kwestie op te helderen. Het definitieve arrest wordt over twee maanden verwacht. Liesbeth Zegveld, advocaat van de nabestaanden, gaat ervan uit dat er inhoudelijk niets verandert.

Op de vraag of de regering excuses wil maken, verwijzen Rosenthal en Hillen naar oud-premier Kok, die in 2002 met zijn kabinet ontslag nam vanwege Srebrenica. Kok zei toen: „Nederland neemt nadrukkelijk niet de schuld op zich voor de gruwelijke moord op duizenden Bosnische moslims. Wél wordt op deze wijze de politieke verantwoordelijkheid van Nederland voor de situatie waarin dit kon gebeuren zichtbaar gemaakt.” Volgens Rosenthal en Hillen geldt dit nog steeds.