Gaat nooit op pad zonder plastuitje

Advocaat Bénédicte Ficq is het zoveelste slachtoffer van een vals twitteraccount.

De mogelijke schade is groot, maar het ‘nep-twitteren’ is niet strafbaar.

Advocaat Bénédicte Ficq voelt zich aangerand. „Al 25 jaar kies ik mijn woorden zorgvuldig. Ik zal nooit iets zeggen ten nadele van een cliënt. En ik zit heel bewust niet op Twitter.”

Maar er bestaat wel een twitteraccount op naam van de advocaat die onder anderen vermeend topcrimineel Dino S. verdedigt. Daar worden namens Ficq onzinnige uitspraken gedaan over haar cliënten. Maar ze maakt er ook verstandige opmerkingen, zegt ze. Dingen die ze best gezegd zou kúnnen hebben. „Het is intelligent gedaan, dat is het erge.”

Ficq keek tot voor kort nooit op Twitter. Tot een redacteur haar voorafgaand aan de opnames van het programma De Waan van de dag vroeg naar de plastuit die ze altijd bij zich zou hebben. Op Twitter vond Ficq vervolgens het account onder haar naam. In de biografie erbij staat: „Onverschrokken leeuwin in toga. Durft het slachtoffer in de dader te zien. Gaat nooit op pad zonder plastuitje.” Tot haar schrik zag ze collega-strafpleiters en journalisten onder haar volgers (64). En zij volgt zelf ook mensen, zoals Midden-Oostendeskundige Bertus Hendriks. Maar ook een deel van die accounts bleek vals.

Daarmee is Bénédicte Ficq het zoveelste slachtoffer van een vals twitteraccount. Na Mark Rutte, dagblad De Telegraaf en de advocatenbroers Anker en Anker. Ficq heeft Twitter verzocht het account te verwijderen. Ze heeft daar nog geen reactie op gekregen. „Ik ben bang dat ik niet bekend genoeg ben.”

Als de identiteit van een twitteraar gecontroleerd is door Twitter staat er een vinkje achter de naam. Bij het account van Ficq staat dat niet, maar volgens haar valt dat niemand op. „Dat blijkt alleen al uit het feit dat collega’s me volgen.”

In Californië is het aannemen van andermans identiteit op internet een jaar geleden strafbaar gesteld. In Nederland is dat niet zo, zegt Ficq. „Het schurkt tegen een aantal wetsartikelen aan, zoals oplichting, valsheid in geschrifte en smaad. Maar het voldoet er niet écht aan.” Toch zal Ficq het Openbaar Ministerie vragen te onderzoeken of vervolging kans van slagen kan hebben.

De twitteraar civiel aanpakken, kan niet. „Er bestaat geen legale manier om de identiteitsfraudeur te ontmaskeren. De provider mag geen persoonsgegevens verstrekken en hacken is strafbaar.” Maar ze vindt het ook principieel onjuist dat slachtoffers zélf het probleem zouden moeten aanpakken. „Het strafrecht moet burgers hiertegen beschermen.”

Van sommige valse twitteraccounts is algemeen bekend dat het parodieën zijn. Zoals koningin_NL. Dat account heeft 64.835 volgers, van wie vermoedelijk niemand denkt dat hier echt de koningin aan de knoppen zit. („De SP kan de minister beter vragen waarom Wij die leuke computerjongen van DWDD de laatste tijd zo weinig zien op televisie.”) De Rijksvoorlichtingsdienst onderneemt niets tegen dat account, omdat het overduidelijk een parodie is. Bij het account dat een student namens Mark Rutte runde, was dat niet zo duidelijk. Daarom werd daar wel tegen opgetreden.

Bénédicte Ficq snapt best de humor van de twitterparodieën. Maar ze vindt haar geval anders, alleen al omdat haar naam niet is verhaspeld, haar beroep klopt en de cliënt over wie wordt getwitterd echt de hare is. Zij vindt dat degene die onder haar naam twittert gevaarlijk bezig is. Een tweet over een cliënt heeft geleid tot een bedreiging aan haar adres, zegt ze. De tweets kunnen ook haar imago schaden, waardoor potentiële nieuwe klanten een andere advocaat zullen kiezen.

Uit onderzoek van een stagiair op het kantoor van Ficq rees het vermoeden dat er een compleet fictief netwerk bestaat van valse accounts van politici en juristen. Ze reageren op elkaar en legitimeren elkaars account op die manier, zegt stagiair Max den Blanken. „Als Bénédicte Ficq opmerkingen van de gebroeders Anker retweet, zal het wel kloppen, denken veel mensen.” Den Blanken vermoedt dat ongeveer vijftig van deze onderling verweven accounts door één persoon worden beheerd.

Dat de tweets gemakkelijk serieus genomen worden, bleek vorige week toen De Telegraaf leek te twitteren dat Jhim van Bemmel van de PVV op Nieuwjaarsdag naakt de orde zou hebben verstoord in zijn woonplaats. Het bericht werd veelvuldig overgenomen. Het kwam alleen niet van de Telegraaf, maar van een twitteraccount waarbij de l in Telegraaf was vervangen door de hoofdletter i. Om het nepbericht heen stonden allemaal echte berichten, gekopieerd van het echte twitteraccount van de Telegraaf.

In Spanje ontstond vorige week ophef toen bleek dat freelance journalist Tomasso Debenetti in vijf twitteraccounts namens ministers had geprobeerd te spreken. De ministers debatteerden onderling en kondigden tal van maatregelen aan, zoals een nieuwe belasting op al het vastgoed van de Rooms-Katholieke Kerk. Debenetti zegt dat hij alleen wilde aantonen dat sociale netwerksites bedrog en frauduleuze communicatie bevorderen.