De ruimtevuilnisbelt

Ruim een halve eeuw geleden was er nog geen vuiltje aan de lucht, nu cirkelen er enorme hoeveelheden ruimtepuin om de aarde. Voor onder meer televisie, TomTom, mobiele telefoon en internet zijn we afhankelijk geworden van satellieten. Dat kan een probleem worden, zegt Arnold Kip (1937). De oud-HTS-docent verdiepte zich na zijn vervroegd pensioen in de sterrenkunde.

De ruimte om ons heen wordt steeds voller?

„In 1957 ging de Spoetnik de ruimte in. Dat was het begin. Op dit moment hebben we zeker 4.000 werkende satellieten boven ons hoofd hangen. Hoe hard ze gaan, hangt af van de baanhoogte, maar het is al gauw 27.000 kilometer per uur. Er zijn wel afspraken over. Alle satellieten voor televisiesignalen zitten bijvoorbeeld in een baan op zo’n 36.000 kilometer hoogte, boven de evenaar. Als die niet meer functioneren, worden ze geparkeerd op een zogeheten kerkhofbaan.”

Maar het levert ook rotzooi op?

„Niet alleen uitgewerkte satellieten worden ruimtepuin. Er zijn botsingen geweest en ontplofte raketten. De Chinezen hebben bij wijze van proef met een antisatellietwapen in 2007 nog hun satelliet Fengyun 1C vernietigd. Dat leverde 2.500 stukjes groter dan 3 centimeter op, en meer dan een miljoen die kleiner dan 1 centimeter waren. De NASA houdt alle objecten groter dan tien centimeter in de gaten. Dat waren er een paar jaar geleden al zo’n 20.000.”

En met een stofzuiger rondgaan?

„Er zijn wel eens vage plannen gemaakt om met grote netten aan de slag te gaan, maar ik zie dat niet gebeuren. Dat is alleen al financieel niet uitvoerbaar. Wel is er een aantal jaren geleden een proef gedaan om erachter te komen wat voor schade puin aanricht. Met een satelliet ter grootte van een bus vol paneeltjes van 60 bij 40 centimeter die uit verschillende materialen bestonden. Nadat die een aantal jaren was rondgegaan, werd hij teruggehaald en maten ze de butsen en gaatjes. Het ISS, waar onze ruimteman Kuipers nu zit, is afgezet met een soort teflon aan de voorkant. Met stuurraketten kan de baan van het ruimtevaartstation wel net ietsje veranderd worden als het nodig is, maar Kuipers is daar toch onderhevig aan botsinggevaar.”

Het is eigenlijk onoplosbaar?

„Het is een probleem en het wordt steeds erger. Wat dreigt is het syndroom van Kessler. NASA-onderzoeker Donald Kessler kwam in 1978 al met de hypothese dat er een kettingreactie kan ontstaan, waarbij botsend ruimtepuin leidt tot nieuwe brokstukken die ook weer met elkaar botsen, totdat het zich allemaal zo verspreid heeft dat alle satellieten te zwaar bestookt worden. Dan wordt de ruimte dus ontoegankelijk. Want het kan heel lang duren voordat ruimtepuin verdwijnt. Alles op een hoogte tussen de 600 en 800 kilometer blijft al decennia ronddraaien voordat het de dampkring bereikt. Boven de 800 kilometer duurt het letterlijk eeuwen.”

Liesbeth Koenen

Vrijdag 13 januari spreekt ir. Arnold Kip over ‘Satellietbanen en ruimtepuin’. 20.00 uur. Volkssterrenwacht Bussloo, Bussloselaan 4, Bussloo. Toegang: € 4,-