De patiënt als mens en markt

Amper zijn de huisartsen in Nederland bekomen van de korting van 74 miljoen euro die minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) wegens extra werk en kostenoverschrijding had opgelegd, of ze moeten zich opmaken voor een lange juridische strijd met de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa). Die heeft de Landelijke Huisartsenvereniging (LHV) en twee functionarissen beboet wegens marktafspraken.

Volgens de NMa belemmert de LHV de wettelijke vrije vestiging van huisartsen de facto door haar leden te adviseren alleen mee te werken aan een nieuwe praktijk als het van pas komt. Zo niet, dan krijgt de nieuwkomer te maken met collega’s die bijvoorbeeld geen weekeinddiensten willen waarnemen. Dat is kartelvorming, aldus het NMa.

Het is onmogelijk te bepalen wie gelijk heeft. De LHV ontkent de aantijgingen categorisch. En de NMa heeft alleen een atmosferisch persbericht maar geen feiten openbaar gemaakt. We moeten dus wachten op de uitkomst van de beroepsprocedure.

Maar de gedachte dat er sprake kan zijn van een beperkte toegang ligt op zichzelf voor de hand. De medische stand is niet meer zo’n gesloten gilde als vroeger, maar een vrije markt vormt hij nog lang niet.

Ook de overheid wil geen puur vrij speelveld. Het begint al met de toelating tot de universiteit, die van staatswege met een numerus fixus wordt gereguleerd. Daarna bepalen overheid en medici in gemeen overleg hoeveel ‘basisartsen’ in aanmerking komen voor een specialistische opleiding, waarvan de huisartsenij er een is. En uiteindelijk stellen de minister en het veld de hoogte van de tarieven en het maximale uitgavenplafond vast. Daar heeft de bakker geen last van.

Die regulering is logisch. De kosten moeten beheersbaar blijven en de kwaliteit bewaakt. De arts heeft bovendien te maken met professionele beperkingen. Hij heeft een eed afgelegd die hem dwingt de patiënt niet alleen als profijtelijke marktpartij te zien, maar ook als mens.

Tegelijkertijd staan de restanten van het gildenwezen in de medische wereld vaak vernieuwing in de weg. Er zijn wel erg weinig huisartsen die hun praktijk afstemmen op de patiënten die door werk of huiselijke omstandigheden niet even tussen 8.00 en 16.00 uur kunnen langskomen. Dat ondergraaft de keuzevrijheid van de burger én drijft tevens de kosten van bijvoorbeeld spoedeisende hulp in ziekenhuizen op.

Maar toch wringt er iets in de boete die de NMa heeft opgelegd. De autoriteit baseert zich op klachten op lokaal niveau en ziet daarin de hand van de LHV. Kartelvorming moet uiteraard worden bestreden. Maar de NMa moet niet gemakzuchtig worden. Hoe kleiner de schaal, hoe sneller monopolies zijn te vinden. Hopelijk houdt de NMa ook op het hoogste niveau de vinger aan de pols. Bijvoorbeeld daar waar zorgverzekeraars de regie willen voeren over ziekenhuizen en patiënten.