De obscure motieven van Philipp Hildebrand

Gedenken wij Philipp Hildebrand, de topman van de Zwitserse centrale bank, die gisteren aftrad om een schandaal rond een dubieuze valutatransactie van zijn vrouw.

Om het nog even terug te halen: mevrouw Hildebrand kocht in augustus een half miljoen dollar. Kort daarna nam de Zwitserse centrale bank de ongekende maatregel om de sterke stijging van de frank tegenover de euro, en de dollar, met een groot offensief te lijf te gaan. Op 6 september werd een koppeling met de euro bekendgemaakt, die de koers van de frank in één klap met 9,5 procent corrigeerde.

En dus ook tegenover de dollar.

Tegen de 10 procent koerswinst voor de Hildebrands, in nog geen maand tijd. De gerapporteerde winst van 75.000 Zwitserse frank (zeg 85.000 dollar) is daar overigens te groot voor. Mevrouw Hildebrand – die mijnheer leerde kennen toen ze allebei bij een Amerikaans hedgefonds werkten – moet ook nog een hefboom hebben gebruikt. Ze heeft een verleden in de valutahandel. Hildebrand heeft niet duidelijk kunnen maken dat hij van niets wist.

Het komt wel vaker voor dat reeds vermogende toplieden struikelen over een op het oog onbeduidende transactie. En steeds is de vraag: waarom? Waarom dat enorme reputatierisico voor, met excuses, een lullige ton winst?

Het antwoord ligt misschien in de economische psychologie. Voor wie het niet heeft zal het een luxekwestie zijn, maar het bezit van vermogen wordt doorgaans ervaren als een last.

Mensen zijn, zo is bekend, banger voor verlies dan ze belust zijn op winst. Het beschermen van de dollarkant van de waarde van het familiebezit van het internationale huishouden-Hildebrand, dat met één been in Zwitserland en met het andere in de VS stond, kan een motief zijn geweest.

Dat laat onverlet dat mevrouw Hildebrand de dollar ‘belachelijk goedkoop’ noemde, en dus vermoedelijk ook een hefboom inzette. Dat gaat veel verder dan afdekken alleen. Zeker omdat er eerdere transacties waren die, minder ongelukkig getimed, nog eens 1,5 miljoen dollar betroffen, waarvan 1,1 miljoen in maart.

Over het totale vermogen van de Hildebrands is weinig tot niets bekend – we zijn tenslotte in Zwitserland – maar het moet gezien zijn achtergrond en zijn loopbaan als zakenbankier in extreem goede tijden substantieel zijn.

De vraag waarom het dan toch altijd weer méér moet worden, als het al genoeg is, is hoogst actueel. Dat speelt een rol in het huidige Amerikaanse debat over de superrijken, en een van de antwoorden komt neer op wat positional wealth wordt genoemd.

Wie genoeg heeft om goed te leven, zich nooit meer zorgen te hoeven maken of te werken, komt op een hoger plan. Daar speelt de vergelijking met andere vermogenden een grotere rol.

Het bijhouden van een trapsgewijs steeds vermogender sociale omgeving, zich daarin onderscheiden en er het liefst weer bovenuit steken, wordt dan een drijfveer om inkomen en rijkdom toch weer verder te vergroten. Zo bezien is het nooit genoeg. En zo werkt het vaak ook.

Dat uitgerekend een centrale bankier zich daar niet aan weet te ontworstelen is een teken des tijds. Van Hildebrand – vice-voorzitter van Alan Greenspan, de voormalige topman van de Amerikaanse Federal Reserve – kan veel worden gezegd, maar niet dat hij ook maar de minste aanvechting had om te speculeren. Tijdens zijn termijn van een kwart eeuw lag zijn vermogen vast in Amerikaanse staatsobligaties.

Maar das war einmal.

Maarten Schinkel