De huisarts moet met zijn tijd mee

Bijna acht miljoen euro aan boete moet de landelijke huisartsenvereniging betalen, omdat huisartsen hun markt beschermen. De patiënt wordt al meer behandeld als consument dan vroeger, maar nog niet genoeg.

Voor de deur van huisarts Hansen in Rotterdam staan ze ’s ochtends vroeg in de rij. Zijn inloopspreekuur begint om 7.00 uur, de meeste huisartsen pas een uur later. „Zo kunnen mensen vóór het werk even naar de dokter”, zegt zijn assistent. „Dat vinden mensen prettig.”

Wat mensen prettig vinden, is opeens heel relevant voor de huisartsenwereld. Gisteren werd die opgeschrikt door een forse boete van de concurrentiewaakhond NMa. Bijna acht miljoen euro moet de landelijke huisartsenvereniging betalen omdat huisartsen hun markt zouden beschermen. Ze zouden in veel steden onderling bepalen óf er ruimte is voor een nieuwe collega en wíe dat moet worden. En dat mag niet in een markt. In een markt moet de klant bepalen welke huisarts er komt en blijft.

Er zijn meer symptomen die erop wijzen dat huisartsen een veilige, gesloten wereld vormen.

Bekijk je de huisartsenzorg als consument , dan lijkt die nogal onvriendelijk. Zo is het lang zoeken naar een huisartsenpraktijk waar je buiten kantooruren terecht kunt. Een enkele huisartsenpraktijk is één avond per week open. Een greep: tot 20.00 uur kunnen werkenden met een afspraak terecht bij huisarts Smits in Zoetermeer, huisarts Nguyen in Rotterdam en bij praktijk Utrecht Binnenstad.

Huisartsenpraktijk Meijman in Amsterdam-Osdorp is twee avonden per week open. Tegen het gewone tarief. Een concessie aan de klant. „Die avonden zijn geliefd bij patiënten”, zegt huisarts Bart Meijman. „Wij zien dat als service.” Huisartsen moeten met hun tijd mee, zegt hij. Drukke tweeverdieners willen ’s avonds en in het weekend terecht kunnen. De gemeentelijke loketten hebben zich de afgelopen jaren aangepast, de supermarkten en de kappers: je kunt nu ’s avonds geknipt worden of je paspoort afhalen.

Zorgverzekeraar Achmea, die in Amsterdam de meeste huisartsenrekeningen betaalt, stimuleert avondspreekuren. Huisartsen die dat aanbieden, krijgen een toelage: een kleine beloning voor een klein beetje marktwerking. Achmea heeft baat bij die avondspreekuren, want sommige patiënten bezoeken anders gewoon de veel duurdere huisartsenpost, die ’s avonds op maar zes plekken open is. Die is er voor noodgevallen maar zo ziet de mondige patiënt dat niet: als hij ’s avonds naar de dokter wil, dan gaat hij naar de dokter. En ook dat wordt vergoed.

Vroeger kwam de huisarts toch ook ’s avonds bij de patiënten thuis? Op kraamvisite, als een kind ziek was of als oma net thuis was na een operatie. Nu moet je zowat op sterven liggen, wil de huisarts op bezoek komen. Dat is een geromantiseerde versie van het verleden, zegt huisarts Meijman. Hij weet het, zijn vader was ook huisarts. „Vroeger liet de huisarts je rustig twee uur wachten in de spreekkamer. Tegen sluitingstijd zei die: ‘Wie moet er écht gezien worden vandaag?’ En de rest stuurde hij naar huis. Dat kan tegenwoordig niet, dat pikt niemand. En vroeger móést de huisarts wel bij mensen thuiskomen, omdat de meeste mensen geen auto hadden. Ik rij nog steeds visite maar ik doe er per patiënt een half uur over, vanwege het verkeer. Het is veel efficiënter als de patiënten bij ons komen. Zo is dat gegroeid.”

Veertien procent van de patiënten is ontevreden over zijn huisarts, zo blijkt uit onderzoek volgens het ministerie van Volksgezondheid. Maar veranderen van huisarts is erg lastig. In sommige plaatsen bestaat een bevriend circuit van vakbroeders waar de ontevreden patiënt amper tegenop kan. Waar de Nederlandse mededingingsautoriteit nu van zegt dat ze nieuwe huisartsen weren. En wat de Landelijke Huisartsenvereniging hevig ontkent.

In Haarlem bijvoorbeeld wilde een 38-jarige vrouw een paar jaar geleden weg bij haar huisarts. Hij zat tegen zijn pensioen aan, had nergens meer zin in. Zij klopte aan bij verschillende huisartsen in de buurt. En werd overal geweigerd. Pas toen haar huisarts een paar jaar later met pensioen ging, werd ze als patiënt bij een nieuwe huisarts geaccepteerd. Een doktersassistent in Haarlem wilde vanochtend wel reageren op deze bevinding. „We hebben met ongeveer acht praktijken een goede band. Wij nemen niet zomaar patiënten van elkaar over. Alleen als de patiënt écht een conflict heeft ergens anders, als er echt geen ‘klik’ meer is met de huisarts, nemen we die patiënt aan.” Ze wijst erop dat er tientallen praktijken zijn in Haarlem waar de ontevreden patiënt ook naartoe zou kunnen.

Heeft de huisarts niet een heel comfortabele positie? Hij hoeft zich sinds een aantal jaren niet meer in te kopen maar neemt de praktijk van een vertrekkende huisarts gewoon over. Klantenkring gegarandeerd. Of hij (meestal zij) treedt in loondienst bij een andere huisarts, wat inmiddels 15 procent van de huisartsen doet.

De huisarts krijgt per ingeschreven patiënt een vast bedrag van de verzekeraar, ook als die patiënt nooit komt. Dát, zeggen huisartsen, is juist waarom ze zo goedkoop zijn. Ze hoeven niet te knokken voor elke euro en hebben geen financiële prikkel om veel medicijnen voor te schrijven of patiënten naar het ziekenhuis te verwijzen. Meijman: „Echte marktwerking zal funest zijn voor iedereen. Als huisartsen moeten gaan vechten voor hun geld, en voor hun klanten, zullen ze gaan overdeclareren. Want patiënten eisen zo veel mogelijk zorg. En wel snel. Nu weigeren we die zorg vaak. Niet iedereen hoor. Sommige patiënten komen hier binnenstrompelen en dan denk ik: ‘had toch eerder gebeld, dan was ik wel gekomen’. Anderen eísen dat ik ’s avonds kom, en als ik er ben, blijkt het nergens over te gaan. Als de samenleving echt wil dat we altijd overal snel komen, dan gaat dat heel veel geld kosten.”