Bewondering voor die kuise spriet uit Lolita

De in 2008 overleden auteur Willem Brakman (1922) is een van de meest productieve naoorlogse Nederlandse schrijvers. In de postume bundel Voltreffer komen alle thema’s uit zijn imposante oevre aan bod.

Een tijdje geleden stond ik te kijken naar de rij Brakmannen in de boekenkast. Een afgesloten oeuvre, zo leek het. Welk boek zou ik nu opnieuw willen lezen, vroeg ik me af. De geestige verhalen in Jongensboek (1987)? Het autobiografische Pop op de bank (1989)? Of toch eerder De sloop der dingen (2000) over de afbraak van Duindorp, zijn kinderparadijs? Ik kwam er niet uit. De kwestie werd onverwacht opgelost, of althans uitgesteld, met de verschijning van een nieuwe Brakmantitel, ruim drie jaar na zijn dood: Voltreffer – een bundeling van 25 essays, afkomstig uit verschillende perioden.

Al Brakmans thema’s en motieven, al zijn trauma’s en obsessies, al zijn voorliefdes en ergernissen passeren hier de revue. Bart Vervaeck merkt in zijn inleiding op dat een echte Brakmanroman proza, poëzie en essay ineen is. Omgekeerd geldt voor zijn essays dat zij niet alleen beschouwend, maar ook nogal verhalend zijn. Alleen al de geweldige anekdote over de rivaliteit tussen vader en zoon Brakman, halverwege de jaren dertig, maakt deze bundel de moeite waard.

De vader, zo lezen we, had de gewoonte om bestaande kunstwerken na te schilderen. Daarmee oogstte hij veel lof van zijn vrouw. Brakman beschrijft dan hoe hij, op zijn beurt, vlekje voor vlekje, een pasteltekening namaakt die hij in een Haagse winkel heeft zien hangen. Als hij het resultaat aan zijn moeder laat zien, staat ze helemaal paf. ‘„Ach God!”, riep ze, leunde haast neerstortend ver achterover en legde vervolgens de hand op haar boezem.’ De vader staat er zwijgend bij.

U kunt het hele artikel hier lezen en het boek bestellen.

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Vrijdag 6 januari 2012, pagina 10 - 11.