Bekende mensen

Wie beroemd wil zijn moet er wat voor overhebben, vinden wij van de media. Wij zijn best bereid overdreven veel aandacht te besteden aan al die boekjes, filmpjes en tv-programma’s die jullie, beroemdheden, maken maar in ruil daarvoor willen we wel graag de héle beroemdheid, en niet de halve.

Kortom, de beroemdheid moet met de billen bloot.

Het is een teneur die je in veel interviews met bekende mensen ziet. Maar tegelijk is er een tegenbeweging, de beroemdheid die zegt: „Bekijk het maar.”

Volkskrant Magazine interviewde onlangs Nelleke van der Krogt, die als tv-presentatrice van Tussen Kunst en Kitsch een Bekende Nederlander werd. Zij is een alleenstaande vrouw van 63 jaar, wat bij de interviewer – ook een vrouw – het vermoeden moet hebben gewettigd dat zij aan herenleed heel wat achter de rug had.

„Hoeveel mannen heb je gehad?” vraagt de interviewer. „Nou ja!” zegt Van der Krogt. „Het is toch RTL Boulevard niet? Ik zeg: niet zo veel, maar wel lang iedere keer. En dat is het.”

Een in een terechtwijzing vervatte weigering om in details te treden, maar de interviewer geeft niet op: „Waarom wil je er niet op ingaan?” Van der Krogt legt uit dat ze het geen interessant punt vind: „Ik lig nooit in mijn bedje te denken: had ik maar een man. Nooit.” De interviewer vindt het maar vreemd en vraagt: „Hoe lang ben je vrijgezel?” „Al jaren”, is het antwoord.

Verbijsterd vraagt de interviewer: „Maar het is toch een wezenlijke behoefte om een relatie te hebben?” Haar twee vervolgvragen luiden: „Wil je geen man meer?” en „Heeft dat [vroegere ervaringen, red.] je zo geraakt dat je zegt: ik begin er niet meer aan?”

Van der Krogt volhardt in haar ontwijkende antwoorden. Vriendelijk ontwijken is de beste strategie voor wie niet bereid is veel over zijn privéleven te onthullen. Het lijkt wel alsof de sterren er steeds bedrevener in raken. Zij laten niet meer het achterste van hun tong zien als ze daar geen belang bij hebben. Dat interview verschijnt toch wel, redeneren ze, en zo is het ook vaak, want in de machtsverhouding tussen ster en media is iets verschoven: de onder grote commerciële druk zuchtende media hebben de ster meer nodig dan andersom.

The Sunday Telegraph interviewde afgelopen zondag filmster George Clooney. Het werd groot aangekondigd op de voorpagina: Clooney over „marriage, fame and the day I wanted to die”.

Maar Clooney zegt niks over het huwelijk, noch over alle vrouwen die hij heeft gehad en die de interviewer keurig in chronologische volgorde opsomt. Zal hij nog eens trouwen, wil de interviewer weten. Daar heeft hij lang niet meer over nagedacht, ontwijkt Clooney. En dat is meteen alles wat hij over ‘marriage’ te melden heeft.

Heeft hij verder nog veel te zeggen, zodat die drie pagina’s toch nog een beetje interessant gevuld kunnen worden? Nauwelijks. Het aardigst is nog de weerzin waarmee hij over zijn jeugd praat. Zijn vader was een bekende tv-presentator en sleepte zijn gezin mee naar allerlei publieke feesten. Al als 7-jarige moest hij op een podium klimmen om iets te zeggen. „We were an entertainment family. The whole family was like a vaudeville act.”

Zijn gevoel voor humor heeft eronder geleden. Hij moet altijd erg lachen om het woord ‘johnson’ (voor penis) en om het laten van winden: „To me, there’s nothing funnier.”

Eigenlijk is dat onthullender dan dat verzwegen seksleven van hem.