Anwar klaar voor volgende strijd

De vrijspraak van de Maleisische oppositieleider Anwar Ibrahim breekt de politieke verhoudingen in het land open. Plotseling vindt de regering een geduchte tegenstander tegenover zich.

Al bij het verlaten van het Hooggerechtshof in Kuala Lumpur, waar hij net was vrijgesproken van ‘sodomie’, riep de Maleisische oppositieleider Anwar Ibrahim duizenden aanhangers gisteren triomfantelijk toe dat hij „deze regering van haar voetstuk zal laten vallen”.

Dat was niet louter grootspraak. Als er iemand in staat is de regering van premier Najib Razak en zijn Verenigde Nationale Organisatie van Maleisiërs (UMNO), die het land sinds zijn onafhankelijkheid in 1957 onafgebroken heeft bestuurd, uit het zadel te wippen is het de charismatische Anwar, zoals hij meestal kortweg wordt genoemd.

Tot ieders verrassing slaagde hij er in 2008 in om drie oppositiepartijen, waaronder een door zijn vrouw geleide groep, tot een alliantie samen te smeden. Prompt won die een derde deel van de zetels in het parlement. Een politieke aardverschuiving naar Maleisische begrippen. Anwar, die al in de jaren ’90 was uitgegroeid tot de op een na machtigste man van het land tot hij ruzie kreeg met zijn baas, premier Mahathir bin Mohamad, bevestigde daarmee zijn reputatie als een zeer behendige politieke leider.

De laatste twee jaar zag het er eerder naar uit dat de 64-jarige Anwar weer voor jaren de cel in zou gaan, want op het Middeleeuws aandoende vergrijp van ‘sodomie’ staatin Maleisië een maximumstraf van 20 jaar. Dat lot had hem ook al in 2000 getroffen na een soortgelijke zaak.

De regering zou dan politiek gezien min of meer vrij spel hebben gehad. Ook Anwar zelf ging hier van uit. Niet zozeer omdat hij schuldig was aan homoseksuele handelingen – hij heeft die altijd ontkend – maar omdat hij geen vertrouwen had in de onafhankelijkheid van de rechter.

Rechter Mohamad Zabidin Diah sprak hem echter wel degelijk vrij en zo kon hij enkele uren later thuis in Kuala Lumpur vredig een kopje thee met vrouw en kinderen drinken.

De volgende parlementsverkiezingen, die voor maart 2013 moeten worden gehouden, beloven plotseling een stuk opwindender te worden dan de regering lief is. Ditmaal lijken de papieren van de oppositie nog beter te liggen dan in 2008. De populariteit van de regering is verder geslonken. Er is steeds meer onvrede over machtsmisbruik en corruptie in het bestuur.

In juli vorig jaar kwam het zelfs tot demonstraties van tienduizenden mensen tegen de regering van premier Najib Razak, zelf zoon van een premier. Voor Maleisië, lange tijd een baken van stabiliteit, een zeer ongebruikelijk fenomeen. De betogers uitten hun woede over bezuinigingen, corruptie en vriendjespolitiek. De politie greep hard in.

De betogers lieten zich mede inspireren door de ontwikkelingen in het buitenland, door successen van de oppositie in de buurlanden Thailand en Singapore en door de democratiseringsbeweging van de ‘Arabische Lente’ in veel Arabische landen.

In reactie op de ongeregeldheden liet de regering eind vorig jaar nieuwe beperkingen op de vrijheid van vergadering en van meningsuiting aannemen. Tot woede niet alleen van de oppositie maar ook van internationale mensenrechtenorganisaties, waaronder Amnesty International.

In zijn nieuwjaarsboodschap vorige week beloofde premier Najib Razak niettemin meer democratie. De regering was er gisteren snel bij om de rechterlijke uitspraak in Anwars zaak te presenteren als een bewijs van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht.

Sommige commentatoren sloten zelfs niet uit dat de vrijspraak niet zozeer aan de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht was te danken als wel aan druk van de regering om de zaak maar te laten rusten. Ze zou ervoor bevreesd zijn geweest dat een veroordeling van Anwar voor een vergrijp dat hoe dan ook hoogst zelden wordt vervolgd in Maleisië hem in de ogen van veel Maleisiërs tot een martelaar had kunnen maken. En daarvan zou de regering bij de komende verkiezingen de zure vruchten hebben kunnen plukken.

Ook bij buitenlandse bezoeken, onder meer aan de Verenigde Staten, kreeg de premier lastige vragen over het lot van Anwar. Daarvan is hij nu althans verlost.