Alfrédo di Stefano

Bij elke presentatie van een nieuwe aanwinst voor de ‘Koninklijke’ gaat hij op de foto met de miljoenenaankoop. Alfrédo di Stefano (85) is een levend monument bij Real Madrid. Voordat Pelé, Maradona en Cruijff zich manifesteerden was La saeta rubia (de blonde pijl) de beste ter wereld. Net als Maradona en Messi is hij Argentijn van geboorte, maar later naar Spanje verhuisd.

Di Stéfano, zoon van Italiaanse ouders, speelde in een tijd dat televisievoetbal in de kinderschoenen stond en mede daarom minder vaak wordt genoemd als ’s werelds beste. Maar zij die hem in actie zagen, weten het zeker: hij was de allerbeste in zijn tijd. Niet Pelé maar Di Stéfano was het grote voorbeeld van Cruijff. Begonnen bij het Argentijnse River Plate in Buenos Aires, verhuisd naar het Colombiaanse Millonarios in Bogotá, internationale faam bij Real Madrid.

Daar won hij vijf keer de Europa Cup 1 (nu Champions League) en scoorde hij in alle finales: een record. De eerst blonde, later kalende Di Stéfano transformeerde van snelle aanvaller tot elegante middenvelder. Hij bleef tot zijn veertigste een doelpuntenmachine. In Madrid vormde hij een supertrio met de Spaanse linksbuiten Francisco Gento en de Hongaarse linksbinnen Ferenc Puskas. Andere topspelers in het maagdelijke witte shirt van Real: de Fransman Raymond Kopa, de Argentijn Hector Rial en de Uruguayaan José Santamaria.

Smet op de glansrijke carrière van Di Stéfano: hij was het paradepaardje van generalissimo Franco, de Spaanse dictator die er op had aangedrongen dat hij vanuit Colombia niet naar Barcelona (Catalonië) maar naar Madrid verhuisde.

Tweede smet: Di Stéfano blonk nooit uit op een WK. Hij speelde kort in het Argentijnse elftal, een paar maal in het Colombiaanse elftal en 31 keer in het Spaanse elftal. Dat kon toen nog.