Alcoa voorbode slecht seizoen

De lage aluminiumprijzen zorgen voor een verlies bij producent Alcoa. Het bedrijf moet verder inkrimpen en sluit smelterijen in Europa.

De Amerikaanse aluminiumproducent Alcoa heeft in het vierde kwartaal van 2011 een verlies geleden van 193 miljoen dollar (151 miljoen euro) wegens lage aluminiumprijzen, kosten van een herstructurering en onzekerheid op wereldwijde afzetmarkten. Het was het eerste verlies van het bedrijf sinds het tweede kwartaal van 2009.

Alcoa, in omvang het derde aluminiumbedrijf ter wereld na Rio Tinto en het Russische Rusal, gaat zijn capaciteit verder inkrimpen met de sluiting van aluminiumsmelterijen in Italië en Spanje, om kosten te beperken en productiviteit op te voeren. Samen met de vorige week aangekondigde sluiting van enkele fabrieken in de Verenigde Staten, moet de productiecapaciteit van Alcoa zo worden teruggebracht met 531.000 ton – ofwel 12 procent.

Dat heeft Alcoa gisteren verklaard. Het bedrijf, dat wegens zijn internationale banden met afnemers in sectoren als transport, verpakkingen, energie en de bouw geldt als een graadmeter voor wereldwijde economische activiteit, gaf na het sluiten van de Noord-Amerikaanse beurzen traditiegetrouw het startsein voor het cijferseizoen in de Verenigde Staten.

Zonder bijzondere kosten van de reorganisatie bedroeg het verlies van Alcoa 34 miljoen dollar, ofwel 3 cent per aandeel. Dat was in overeenstemming met de verwachting van analisten. Voor het hele jaar boekte Alcoa een winst van 611 miljoen dollar, meer dan dubbel de winst van 254 miljoen in 2010. De jaaromzet steeg van 21 tot 25 miljard dollar.

Het miljoenenverlies van Alcoa in het vierde kwartaal staat in contrast met de oplopende winsten die de aluminiumproducent in de voorgaande kwartalen noteerde. Toen was er sterke vraag naar het metaal door industriële afnemers als automakers, vliegtuigbouwers en producenten van blikverpakkingen, bedrijfstakken die goed presteerden bij het toenmalige economische herstel.

In de tweede helft van het jaar zijn aluminiumprijzen echter gestaag gedaald wegens hoge voorraden en overproductie. Sinds de piek in april is de prijs met 27 procent afgenomen. Ondertussen zijn de kosten voor de grondstof van aluminium, aluminiumoxide gemaakt van bauxiet, gestegen. Bovendien is de vraag afgezwakt onder invloed van de hernieuwde crisis, met name in Europa, en zwakkere groei in China.

Beleggers hebben het conjunctuurgevoelige Alcoa in het afgelopen jaar daarom de rug toegekeerd. Het aandeel was in 2011 een van de grootste dalers van de bedrijven in de Dow Jones index: het leverde 44 procent van zijn waarde in. Gisteren steeg de koers juist met zo’n drie procent, mogelijk omdat investeerders denken dat het ergste achter de rug is voor de aluminiumproducent.

Want ondanks de rode cijfers in het laatste kwartaal van 2011 heeft Alcoa „relatief positieve vooruitzichten” voor 2012, zei bestuursvoorzitter Klaus Kleinfeld tijdens een teleconferentie met analisten. Het bedrijf verwacht dit jaar een wereldwijde toename in de vraag naar aluminium van 7 procent. In 2011 steeg de behoefte met tien procent, vooral aangedreven door vraag in opkomende markten, waaronder China.

Zo voorspelt Alcoa een solide groei van 8 à 10 procent in de vraag naar aluminium door vliegtuigbouwers. In de autosector verwacht Alcoa 3 à 8 procent groei, voornamelijk in Noord-Amerika en China, terwijl de vraag van de Europese auto-industrie naar verwachting zal krimpen met maximaal 5 procent. In de bouw voorziet Alcoa groei in China, en krimp in Europa en Noord-Amerika.

De aluminiumsmelterijen die Alcoa wil sluiten in Italië en Spanje zijn volgens het bedrijf onder de minst renderende fabrieken van de onderneming. In Italië wil Alcoa de smelterij in Portovesme op Sardinië definitief sluiten. In Spanje gaat het om gedeeltelijke en tijdelijke sluiting van fabrieken in La Coruña en Avilés. Samen bieden de fabrieken werk aan ongeveer 1.500 mensen.