2011 was topjaar voor film, ook van Nederlandse bodem

Zowel voor de bioscopen als voor de Nederlandse film was 2011 een topjaar. Ruim dertig miljoen mensen kochten een bioscoopkaartje, een groei van ruim 220.000 kaartjes. Sinds 1978 werd zo’n aantal niet gehaald: nadien drukten de komst van videorecorder en videotheek het bioscoopbezoek. Het aandeel van de Nederlandse films in de omzet steeg tot 22,4 procent, na 15,9 procent in het relatief zwakke 2010 en 17,4 procent in 2009.

Dat bleek vanmiddag bij de presentatie van de jaarcijfers van de Vereniging van Nederlandse Bioscoopexploitanten (NVB), Filmdistributeurs (NVF) en Filmproducenten (FPN) in Tuschinski in Amsterdam.

Voor het eerst sinds 1986 (Flodder) was de best bezochte film van het jaar van Nederlandse makelij. Met ruim 1,9 miljoen bezoekers had Gooische Vrouwen een fors aandeel (28 procent) in het Nederlandse succes: hij bleef Harry Potter and the Deatly Hallows: Part 2 ruim voor en verkocht meer kaartjes dan eerder de kaskraker Avatar.

De groei in het aantal verkochte kaartjes vertaalde zich in een stijging van bijna 9,4 procent in de recette, tot 240 miljoen euro.

Ondanks de rooskleurige cijfers bleken de bioscoophouders er vandaag niet gerust op. De bezuinigingen op de cultuursector raken ook de film; zo heeft het Nederlandse Filmfonds volgend jaar 7 miljoen euro minder subsidie te verdelen. Het daardoor krimpende aanbod van Nederlandse films kan ook de bioscopen treffen. Winnie Sorgdrager, de nieuw voorzitter van de NVB, pleitte in Tuschinski voor scherpere regelgeving tegen internetpiraterij, die op termijn ook de bioscoopbranche zou bedreigen. Vooral jongeren tussen 15 en 24 jaar, traditioneel de vaste bioscoopgangers, downloaden films.