Zijn kapitalisme en democratie nog te verzoenen?

Foreign Affairs: The Clash of Ideas: The Ideological Battles That Made the Modern World – And Will Shape the Future.207 blz. € 12,-

Een moderne democratie moet gewone burgers zoveel profijt opleveren, dat ze haar uit eigen belang absoluut in stand willen houden. Dat schreef de Britse marxist Harold Laski een kleine negentig jaar geleden in een van de eerste afleveringen van het Amerikaanse tijdschrift Foreign Affairs.

De vraag hoe kapitalisme en democratie kunnen samengaan, heeft een groot deel van de vorige eeuw beheerst. En omdat die vraag zich in deze tijd opnieuw aandient, heeft Foreign Affairs het goede idee gehad om, onder het motto Making Modernity Work, een speciale aflevering te wijden aan deze kwestie. Het tijdschrift, dat hiermee zijn negentigste verjaardag viert, heeft uit zijn archieven twintig artikelen geselecteerd (en ingekort), die samen belichten „waar de moderne wereld vandaan komt en waar ze heen gaat”. Ook leveren drie hedendaagse auteurs een bijdrage.

Het leidt tot een prachtig nummer. De lijst auteurs loopt uiteen van revolutionair Leon Trotski in 1934 tot filosoof Isaiah Berlin in 1950 tot politiek denker Francis Fukuyama nu. Terugkerende thema’s zijn de verhouding tussen staat en vrijheid, economie en nationalisme, democratie en economische crisis.

In een glashelder stuk van april 1931 schrijft Erich Koch-Weser, oud-minister van Justitie in de Republiek van Weimar, over de politieke gevolgen van economische neergang. „Als de economische tegenspoed een bepaald punt bereikt, gebruikt de individuele burger zijn politieke macht niet meer voor het publieke welzijn, maar alleen nog om er zelf beter van te worden. Als dat sentiment zich een weg heeft gegeten in de harten van de meerderheid van een natie, dan is het politieke systeem gedoemd ten onder te gaan.”

Koch-Weser waarschuwt dat het zinloos is om de verbitterde massa’s uit te leggen dat een revolutie hun situatie heus niet zal verbeteren. „Als de mens tot wanhoop is gedreven, is hij bereid alles kapot te slaan in de vage hoop dat uit de ruïnes een betere wereld zal oprijzen.”

Wie dergelijke vooruitziende beschouwingen achter de kiezen heeft, zal met extra urgentie beginnen aan de stukken over de democratische malaise van nu (Charles Kupchan) en de vraag: Kan de liberale democratie de neergang van de middenklasse overleven? (Fuku-yama).

Stagnerende lonen en groeiende ongelijkheid bedreigen de stabiliteit van de huidige liberale democratieën, schrijft Fukuyama. Hij verbaast zich erover dat het populisme dat sinds de financiële crisis de kop op steekt niet links, maar rechts van aard is. En dat zal niet veranderen, schrijft de voormalige neocon met enige spijt, zolang de middenklasse nog in de ban is van het credo van de vorige generatie: dat haar belangen het best gediend zijn met steeds vrijere markten.

Juurd Eijsvoogel