Werkgelegenheid in de VS groeit, behalve in de bouw

Het herstel van de Amerikaanse economie is niet langer ‘baanloos’, maar ‘dakloos’. Ondanks de 200.000 nieuwe arbeidsplaatsen van de afgelopen maand en een nieuwe daling van de werkloosheid laat het scheppen van nieuwe banen nog steeds te wensen over in vergelijking met eerdere oplevingen. Dat komt voor een deel doordat de zwakke huizenmarkt betekent dat er weinig nieuwe banen in de bouw bijkomen. Toch kan president Barack Obama enigszins opgelucht zijn.

Volgens de jongste rapportage deed de banengroei zich voor in alle belangrijke sectoren, behalve in die van de overheid. De werkloosheid daalde naar 8,5 procent, zij het deels als gevolg van het feit dat de beroepsbevolking opnieuw met 50.000 mensen afnam. Op dit niveau is het scheppen van nieuwe banen voldoende om gelijke tred te houden met de groei van de bevolking. Het werkloosheidscijfer zal waarschijnlijk verder dalen, waardoor de kansen op herverkiezing van Obama in november mogelijk toenemen.

Desondanks blijft het cijfer van 1,6 miljoen nieuwe banen in 2011 – 1,9 miljoen nieuwe arbeidsplaatsen in de particuliere sector, minus 300.000 banen bij de overheid – achter bij de betrekkelijk zwakke oplevingen van begin deze en eind vorige eeuw. In 2004 werden er bijvoorbeeld ruim twee miljoen banen geschapen, in 1993 bijna 3 miljoen, en zelfs nog meer dan dat in 1983.

Dat is deels te wijten aan de voortdurende malaise op de huizenmarkt. De bouwsector wist vorig jaar slechts 47.000 nieuwe arbeidsplaatsen te scheppen, tegen bijna 300.000 in zowel 2004 als 1993. Sinds 2007 zijn meer dan 2 miljoen banen in de bouw verdwenen, en de omvang van de werkgelegenheid in de sector is nu terug op het peil van 1996, toen de bevolkingsomvang kleiner was.

De bescheiden, maar gestage groei van de werkgelegenheid van de laatste tijd, waarbij de bouwsector het overigens laat afweten, doet denken aan het patroon van begin jaren zestig. Van 1961 tot 1963 kwamen er jaarlijks gemiddeld 1,2 miljoen arbeidsplaatsen bij, waarvan slechts 73.000 in de bouw.

Dat trage herstel werd destijds alom betreurd en droeg bij aan de door president Kennedy voorgestelde belastingverlaging, die in februari 1964 onder president Johnson zijn beslag kreeg. Daarna liep het herstel uit op een van de krachtigste periodes van groei van de afgelopen eeuw.

Belastingverlaging is misschien voor Obama niet zo’n aanlokkelijk idee. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Kennedy te maken had met een toptarief in de inkomstenbelasting van 91 procent. Maar afgezien daarvan voelt Obama waarschijnlijk wel iets voor de vergelijking met zijn illustere voorganger, en met de groei van eind jaren zestig.

Martin Hutchinson