Voor boetedoening, genezing en contemplatie

Een expo in het Utrechtse Catharijneconvent maakt de pelgrimstocht naar Santiago de Compostela zichtbaar, hoorbaar en tastbaar voor wie niet van wandelen houdt.

Vader Jacob, slaapt gij nog? Alle klokken luiden. Bruder Jakob, schläfst du noch? Hörst du nicht die Glocken? Jaakko kulta, Herää jo? Kellojasi soita. Er is bijna geen taal waarin dit lied niet bekend is. Een Jacob, vertelt een speciale uitgave van het blad Geschiedenis, was een pelgrim die op weg was naar Santiago (Santi Iago) de Compostela (sterrenveld), een bedevaartsoord in het noordwesten van Spanje. Met dit lied werd de pelgrim toegezongen die te lui of te moe was om uit zijn bed te komen. Voordat hij weer op pad ging, moest hij immers in het dorp of de stad waar hij had overnacht de vroegmis bijwonen. Als het kon in een Jacobi- of St. Jacobskerk. Alle klokken luiden!

Pelgrimeren is een gebruik dat in veel religies voorkomt. Moslims gaan naar Mekka, boeddhisten naar de Mahabodi-tempel in de Indiase stad Bodh Gaya. Het Engelse Stonehenge was een voorchristelijk pelgrimsoord.

Voor christelijke pelgrims waren aanvankelijk Jeruzalem en Rome de belangrijkste bestemmingen. In de 10de eeuw ontwikkelde Santiago zich tot pelgrimsplaats, omdat daar – volgens een wel heel apocriefe overlevering – het lichaam zou zijn begraven van Jacobus, een leerling van Jezus die omstreeks het jaar 44 de marteldood stierf in Jeruzalem. Diezelfde Jacobus zou, volgens een andere legende, de Spanjaarden hebben geholpen in de strijd tegen de Moren.

De paus was aanvankelijk niet gecharmeerd van Santiago als bedevaartsoord. De stad deed andere steden religieuze en dus economische concurrentie aan. In 1049 dreigde paus Leo IX de bisschop van Galicië in de ban te doen als hij zich opvolger van Jacobus bleef noemen. Maar in 1884 verklaarde paus Leo XIII dat het graf van Jacobus echt was, waarmee de groeiende bedevaartspraktijk alsnog kerkelijk was gesanctioneerd.

Een pelgrimage was een afspiegeling van de levensreis van de mens. Zijn bestemming was het hemelse Jeruzalem. Onderweg dreigden gevaren en verlokkingen. Voor de een was de tocht een boetedoening, een ander zocht genezing, voor een derde was het een vorm van contemplatie. De laatste jaren heeft de gang naar Santiago een massaal en meer seculier karakter gekregen. Honderdduizenden trekken erheen, om uit de dagelijkse routine te zijn, of om zich enkele weken fysiek af te beulen en zo de geest rust te geven.

Wie alleen bij de gedachte aan een wandel- of fietstocht naar Galicië al moe wordt, heeft nu een alternatief. In het Utrechtse Museum Catharijneconvent is tot 26 februari een tentoonstelling ingericht over de pelgrimage naar Santiago. Het is een samenwerkingsproject met het Nederlands Genootschap van Sint Jacob, dat 10.000 leden telt en dit jaar zijn 25-jarig bestaan viert. Dit genootschap helpt pelgrims op pad en voorziet hen van informatie over de reis.

De tentoonstelling geeft niet alleen een historisch overzicht, maar ook uitleg over de zaken als de Jacobsschelp en de typische pelgrimsmuts. Verder maakt de expositie de reis zichtbaar, hoorbaar en tastbaar – zowel het genieten als het afzien. „De bedoeling is dat je hier als bezoeker naar binnen en als pelgrim naar buiten komt”, zegt conservator Marije de Nood, een van de samenstellers van de tentoonstelling. Daarin is deze tentoonstelling geslaagd. Misschien nodigt de tentoonstelling de bezoeker zelfs uit die reis alsnog te maken.

Pelgrimsverhalen.nl;g-geschiedenis.eu