Sven is nog altijd de alpha dog

Bij het EK allround imponeerde Sven Kramer met drie afstandsoverwinningen.

Zoals ploeggenoot en naaste concurrent Jan Blokhuijsen het omschreef: „Sven is back.”

Ruim een jaar hebben ze de kans gehad – de concurrenten. Maar de woeste schreeuw die gistermiddag door het donkere Stadspark van Boedapest rolde liet er geen misverstand over bestaan. „Sven is back”, zoals zijn ploeggenoot en voornaamste concurrent Jan Blokhuijsen het omschreef.

Bijna twee jaar na de Olympische Spelen van Vancouver heeft Sven Kramer (25) de orde in zijn wereld hersteld. Met drie indrukwekkende afstandsoverwinningen en zijn vijfde Europese titel vierde Kramer in Boedapest zijn rentree in het allroundschaatsen. De Fries had bovendien slecht nieuws voor zijn uitdagers. „Mijn niveau is zeker nog niet zo hoog als ik wil”, zei hij met een stalen gezicht. „Het gaat wel heel goed. Ik ben hier superblij mee.”

Kramer, die na ‘Vancouver’ kampte met fysieke en mentale problemen en zelfs vreesde voor zijn carrière, schaatste op het Hongaarse buitenijs alle twijfels aan flarden. Alleen Blokhuijsen (zilver) kon Kramer tot de laatste kilometers tot strijd dwingen. De rest van de ‘concurrentie’, aangevoerd door de hevig teleurstellende Noor Håvard Bøkko (brons), had de handdoek toen al lang gegooid.

Ondanks zijn magnifieke optreden hield Kramer vol dat de voorzichtigheid waarmee hijzelf en de rest van de TVM-ploeg zich van tevoren hadden uitgelaten over zijn kansen, nooit gespeeld was. „Ik heb me niet ingedekt, ik ben heel reëel geweest”, zei Kramer. „Ik ben beter dan ik van tevoren had gedacht. Ik had dit een jaar geleden niet gedacht. Het is supervet dat we dit geflikt hebben.”

De manier waarop Kramer zijn terugkeer viert geeft vooral voor zijn tegenstanders stof tot nadenken. Door zijn mysterieuze beenblessure miste Kramer maandenlang zomertrainingen, precies in de periode waarin schaatsers de basis leggen voor het seizoen. Het kan blijkbaar dus ook anders. Althans, in het geval van Kramer. „Ik heb altijd gezegd dat Sven weer terug kan komen op zijn oude niveau”, zei Gerard Kemkers. Maar ook de coach was verrast met het hoge niveau van zijn pupil. „Sven is nog niet klaar met zijn carrière. Dat heeft hij hier in Boedapest laten zien.”

Zijn negende internationale allroundtitel heeft in elk geval een speciale betekenis voor Kramer. „Dit is een kampioenschap dat me meer bij blijft dan de tussenliggende toernooien, omdat ik uit een dieper dal kom dan ik ooitin ben geweest.”

Blokhuijsen, die vorig jaar in Collalbo tweede werd achter de Rus Ivan Skobrev, zei gisteren dat Kramer toch „een spelletje” had gespeeld, zoals hij het omschreef. „Ik wist hoe goed hij was.” De Noord-Hollander is sinds zijn komst naar TVM in een felle strijd verwikkeld om de hoogste plaats op de rots in de allroundersploeg. Maar ondanks zijn langdurige afwezigheid liet Kramer hem de laatste maanden al voelen dat hij niet van plan is zijn plek op te geven.

Blokhuijsen geniet ervan zijn kopman uit te dagen. „Sven laat hier en daar blijken dat hij de alpha dog is. Dat is mooi, die strijd aangaan in trainingen. Als je hem dan een keer pakt, bijvoorbeeld in een fietstijdrit, is hij gruwelijk boos. Daar kan ik wel van genieten.” Gisteren moest Blokhuijsen toegeven dat Kramer nog steeds de leider is. „Maar ik heb nog nooit zo dicht bij hem gezeten. Ik ben blij met deze zilveren medaille. Die telt toch zwaarder dan die van vorig jaar, omdat hier de koning van het allrounden aanwezig was. Ik heb met klein verschil verloren van een fitte Sven. Dat is een goede prestatie, denk ik.”

Het leverde een boeiende tweestrijd op. Kramer moest na een moeizame 500 meter vol in de achtervolging op Blokhuijsen, maar slaagde met verve in zijn missie. Met name op de 1.500 meter toonde Kramer – nooit een echte specialist op deze afstand – wat hij weer kan. Ploegend tegen de wind in, met twee armen op de rug, reed hij bij Blokhuijsen weg, waardoor de marge op de tien kilometer was teruggebracht tot slechts 1,12 seconde.

Hoewel Blokhuijsen is uitgegroeid tot een van Kramers grootste concurrenten, denkt hij niet dat die tweestrijd binnen één ploeg een probleem zal opleveren. „Wij zijn gewoon ploegmaten. Op het ijs vechten we het uit. Ik denk dat ik voor Sven best een belangrijke spil in het team ben. Ik heb wat meer basissnelheid en de inhoud om in trainingen met hem mee te gaan.” Of Blokhuijsen zelf ook een „alpha dog” is? „Dat weet ik niet. Ik ben wat meer op mezelf. Ik hoef niet het hoogste woord aan tafel te hebben. Sven en ik kunnen hartstikke goed met elkaar. We vechten het op de baan uit. Maar ik blijf topsporter, dan wil je het hoogst haalbare. Winnen.”