Sporters wereldformaat voeren hevige strijd

Het is een ondoorgrondelijk geheel: de kwalificatie-eisen voor de Olympische Spelen. De limieten worden per sport afzonderlijk vastgelegd.

Voor uitzending naar de Olympische Spelen hanteert sportkoepel NOC*NSF als vuistregel dat een sporter redelijkerwijs een plaats bij de topacht moet kunnen halen. De limieten, die per sport afzonderlijk worden vastgelegd, zijn op dat principe gebaseerd.

Als de eis van de internationale federatie lager ligt dan die van NOC*NSF leidt dat soms tot fricties. Dat geldt bijvoorbeeld voor de tennissers, die de scherpe Nederlandse limieten bestrijden. De bond vindt dat de sportkoepel de regels van de internationale tennisfederatie moet volgen. En die zijn dat de beste 64 tennissers van de wereld worden toegelaten.

Er zijn ook ondoorzichtige kwalificatiesystemen. Zoals voor de volleyballers, waarbij de route naar de Spelen vrijwel onbegrijpelijk is. Via continentale kampioenschappen en tal van kwalificatietoernooien blijven er zowel bij de mannen als vrouwen twaalf landen over. Sprekend voorbeeld zijn de Nederlandse volleybalsters die zich na het pre-olympische toernooi in Kroatië uitgeschakeld waanden, maar via een achterdeurtje toch tot het laatste kwalificatietoernooi zijn toegelaten.

Dan doet zich ook nog eens de situatie voor dat de volleybalploegen van Groot-Brittannië zijn geplaatst, terwijl die teams nooit bestonden. Er was een afzonderlijke Engelse en Schotse ploeg. Speciaal voor de Spelen hebben die twee bonden één team samengesteld. De Nederlandse hockeysters en waterpolosters, die in Peking goud wonnen, moeten zich gewoon voor ‘Londen’ kwalificeren.

Het IOC wil niet dat het aantal van circa 10.000 sporters wordt uitgebreid. Dat legt vooral individuele sporten beperkingen op. Er zijn categorieën waarvoor een land maar één deelnemer mag afvaardigen. Dat leidt soms tot verbeten duels tussen sporters van wereldformaat. In Nederland geldt dat onder andere voor vrouwenboksen, judo en turnen.

De boksters Nouschka Fontijn en Marichelle de Jong zijn in fel gevecht gewikkeld voor die ene plaats in hun gewichtsklasse. Bij het judo komen in de klasse -63 kg Elisabeth Willeboordse en Anicka van Emden in aanmerking voor één Nederlands ticket, net als de turners Epke Zonderland en Jeffrey Wammes.