Russisch tv-journaal wil niet meer liegen over Poetin

De Russische staatstelevisie is bezig met een spannende koerswijziging. Protesten tegen Poetin worden in beeld gebracht. Een bewijs van liberalisering of hoort het bij strategie van het Kremlin?

Het gezagsgetrouwe nieuws op de Russische staatstelevisie heeft sinds het eerste massaprotest in Moskou van 10 december een kleine gedaanteverwisseling ondergaan. De aanzet werd gegeven in Vremja, het Russische NOS Journaal, dat ’s avonds als eerste onderwerp een uitvoerig verslag van die demonstratie uitzond. De ongenaakbaar ogende nieuwslezeres Jekaterina Andrejeva, een nationale ster en een trouw aanhanger van het regime, kondigde het aan alsof het iets heel gewoons was, zoals de proeflancering van een nieuwe raket of het zoveelste plan voor het moderniseren van de economie. Terwijl Vremja sinds Poetin aan de macht is ieder protest systematisch doodzwijgt.

In een reportage van meer dan zes minuten meldde Vremja nu de belangrijkste eisen van de demonstranten – het aftreden van de voorzitter van de Centrale Kiescommissie en nieuwe parlementsverkiezingen. Oppositiepolitici kwamen echter niet aan het woord en evenmin werd gerept over de oproep om alle politieke gevangenen vrij te laten – Chodorkovski voorop. Ook deed de verslaggever schimmig over het aantal demonstranten en hield hij de cijfers van de politie aan, de helft van de echte opkomst. Maar toch, het nieuwsbulletin verschilde hemelsbreed van wat kijkers gewend waren.

Een week later, toen op een demonstratie in Moskou meer dan 100.000 mensen verschenen, deed Vremja opnieuw verslag. Dit keer werd zelfs voorzichtig gemeld dat er „enkele negatieve uitlatingen” waren gedaan over premier Poetin.

In Poetins Rusland bestaat geen officiële censuur, zoals in de Sovjet-Unie en onder de tsaar. Wel krijgen hoofdredacteuren van kranten, websites en tv- en radiozenders vrijwel dagelijks een telefoontje van de presidentiële staf, waarin wordt gezegd wat al dan niet gewenst is. Je kunt je van die ‘aanwijzingen’ natuurlijk niets aantrekken, maar zoiets kan nadelig zijn voor je carrière.

Een paar jaar geleden was ik op bezoek bij de toenmalige hoofdredacteur van kwaliteitskrant Kommersant, toen die door het Kremlin werd gebeld. Met veel geschreeuw gaf hij zijn gesprekspartner te verstaan dat hij het vertikte op diens verzoek in te gaan. „Een kwestie van bluffen”, zei hij na afloop, trillend van de zenuwen. En hij werkte niet eens voor een staatsmedium, maar voor een krant van oligarch Alisjer Oesmanov, die onlangs nog de hoofdredacteur van het tijdschrift Vlast ontsloeg, omdat het schuttingtaal over Poetin had gepubliceerd.

„We hebben genoeg van al dat liegen”, zei na afloop van de betoging van 10 december een redacteur van Vremja. „Alleen omdat we in dienst van de overheid zijn en bang zijn ontslagen te worden, houden we al jaren onze mond over wat er in ons land echt gebeurt.”

Helaas voor die redacteur gaan de telefoontjes uit het Kremlin door. Eerder moet je aannemen dat ook de Vremja-reportages een gevolg zijn van de regieaanwijzingen van de machthebbers, om zo de demonstranten het gevoel te geven dat ze serieus worden genomen. Een van Poetins topambtenaren zei me na afloop van de demonstratie van 10 december: „Of Poetin zich iets van het protest aantrekt, kun je opmaken uit Vremja van vanavond”.