Privacy is een publiek belang

Zonder dat ik er op enigerlei wijze om had gevraagd, stuurde een sympathieke psycholoog me een artikel over persoonlijkheidsstoornissen. „Omdat elementen hiervan wellicht herkenbaar voor je zijn in jezelf.”

Suggestie dankbaar aanvaard. Ik besloot eens kritisch naar mezelf te kijken. En terwijl ik het ruime aanbod aan persoonlijkheidsstoornissen doornam bij een kopje koffie, begon ik al gauw te begrijpen waar ik last van heb. Er is duidelijk sprake van een pervasieve ontwikkelingsstoornis, las ik, als je louter aandacht hebt voor onderwerpen die je in staat stellen „er een ordening en categorisering in aan te brengen”.

Vooruit, ik zal het niet ontkennen. Zodra een thema zich aandient, spookt het liedje Vorken en lepels van Maarten van Roozendaal door mijn hoofd. Ik heb de vorken bij de vorken / en de lepels bij de lepels. Keurig, denk ik dan. Niets is me filosofisch gezien liever dan de vorken bij de vorken en de lepels bij de lepels. Ik heb een hoofd als een bestekla.

Zo kan het ook gebeuren dat ik vandaag iets ordelijks wil schrijven over de onderverdeling van het private en het publieke. Het Parool opende dit weekend namelijk met een artikel over twee Amsterdamse ondernemers die een internationale keten opzetten van winkels waarin je voor vijftig cent naar de wc kunt gaan. Ze openen, schrijft de krant, aan de lopende band nieuwe vestigingen.

Nu heet een wc niet voor niets een ‘privaat’. Hij behoort tot de privésfeer. Daarnaast draait het bij deze winkels om de publieke beschikbaarheid. Of het openen van publieke toiletten niet een taak van de overheid is, vraagt de verslaggever van Het Parool dan ook. Jawel, zeggen de ondernemers. „Maar de overheid doet er niet veel aan.” En vandaar dus deze privatisering van het publieke privaat.

De casus is interessant, omdat hij aanzet tot denken over het onderscheid tussen zulke verwante begrippen als de publieke sector, de publieke taak, het publieke belang en publieke gelden. Het is namelijk niet compleet vanzelfsprekend dat diensten die beschikbaar zijn voor het publiek ook tot de publieke verantwoordelijkheid behoren, laat staan dat ze een publieke taak opleveren. Als we openbare wc’s willen, hoeven dat nog geen staats-wc’s te zijn.

Ook drukt de casus ons met de neus op het feit dat privacy nog niet volledig is verdwenen uit het moderne leven. Dat lijkt soms zo, omdat iedereen het er steeds weer over heeft dat de grens tussen privésfeer en de openbaarheid vervaagt sinds de opkomst van de informatisering. Dat vervagen wordt dan zorgelijk genoemd, omdat de openbare orde eronder lijdt als iedereen zijn rommel, letterlijk of figuurlijk, zomaar op straat gooit.

Bovendien is het vervagen van die grenzen zorgelijk omdat een samenleving zonder afgebakende privésfeer vatbaar wordt voor staatsdwang en totalitarisme. Beweren burgers dat ze geen belang hebben bij privacy? Best. Maar zelfs dan is de bescherming van hun privacy nog steeds een kwestie van publiek belang. Het succes van de wc-winkel laat ons nu zien dat de overheid dus weliswaar de plicht heeft een privésfeer af te bakenen, en ons daarmee verplicht tot privacy, maar dat het geen overheidstaak hoeft te zijn om ons vervolgens alle faciliteiten daarvoor te bieden.

Waartoe leidt de casus van de wc-winkel dus? Tot het besef dat we aan een bakje voor de vorken en een bakje voor de lepels niet genoeg hebben. Een bakje ‘privaat’ en een bakje ‘publiek’ volstaan niet: de begrippen moeten preciezer worden uitgesplitst. Sommige private dingen zijn een publieke verantwoordelijkheid. En andersom. Soms dient de staat het publieke belang, soms de markt, en soms handelt de samenleving daar nog buitenom.

In Groningen stelde een boer zijn wc beschikbaar aan het leger, dat de dijken kwam verzwaren – hij was deel van dat wat de Engelsen big society noemen.

Natuurlijk is dit allemaal gesneden koek voor de liefhebbers van ordening en categorisering. Maar in veel discussies over overheidstaken blijken mensen helaas toch genoegen te nemen met twee bakjes. Daarbij staat het bakje ‘privaat’ dan politiek gezien rechts en het bakje ‘publiek’ staat links. Kiezers zie je hun politieke tegenstanders met genoegen in één van die twee bakjes mikken. Linkse kiezers in het bakje ‘publiek’: werkzaam in de publieke sector of werkloos en parasiterend op publieke middelen. Rechtse kiezers in het bakje ‘privaat’: louter uit op het eigen belang, tegen het betalen van belasting en tegen zulke frivole overheidstaken als onderwijs.

Ik denk dat de wc-winkel dwingt die simpele tweedeling te herzien. Ik weet in ieder geval zeker dat ik tot diep in de nacht zal blijven puzzelen op de vraag waar je de privatisering van het publieke privaat moet onderbrengen in de complexiteit van de materie. En tegen de psycholoog die zo vriendelijk was me een artikel over stoornissen te sturen, kan ik alleen maar zeggen wat dr. Sheldon Cooper uit The Big Bang Theory in zulke gevallen zegt. „Ik ben niet gek. Mijn moeder heeft me laten testen.”