Pensioenfondsen zetten de tering naar de nering

De executie kon eerst nog worden uitgesteld, maar het respijt dat pensioenfondsen tot nu toe was gegund, is verbruikt, zo valt te vrezen. De Nederlandsche Bank (DNB) had er donderdag een speciaal televisieprogramma voor uitgekozen om een vooraankondiging van het slechte nieuws te doen: veel pensioenen gaan omlaag of de opbouw ervan verslechtert. Verrassen doet dat niet, hard aankomen wel.

Acht miljoen Nederlanders, zo’n 40 procent van de deelnemende gepensioneerden en werknemers, worden hierdoor geraakt. De pensioenfondsen hebben te weinig geld in kas om aan hun bestaande en toekomstige verplichtingen te voldoen.

Wie de dekkingsgraden van de circa 400 pensioenfondsen volgde, zag al aankomen dat een groot aantal daarvan binnenkort gedwongen zou worden de tering naar de nering te zetten. Het probleem speelt al sinds de kredietcrisis in 2008 uitbarstte. Toenmalig minister Donner (CDA) van Sociale Zaken had al eens van zijn bevoegdheid gebruikgemaakt om de wettelijke termijn waarbinnen de fondsen hun dekkingsgraad op orde moesten hebben met twee jaar te verlengen. Ook de ogenschijnlijk noodzakelijke maar nochtans ongewenste verhoging van de pensioenpremies werd achterwege gelaten.

Toezichthouder DNB ziet onvoldoende tekenen van herstel om de pensioenfondsen opnieuw ontheffing van harde maatregelen te verlenen. De verwachting is nu dat 125 pensioenfondsen in mei zullen aankondigen dat ze in april 2013 waarschijnlijk een korting op de pensioenen zullen doorvoeren. Door de dekkingsraad iets milder te berekenen dan strikt genomen zou moeten, heeft DNB in overleg met Sociale Zaken besloten om de korting, die per fonds zal verschillen, op 7 procent te maximeren. Voorlopig. Dit is in zekere zin het vooruitschuiven van een probleem in de hoop op betere tijden. Er is ook veel voor te zeggen. Een al te drastische aantasting van de koopkracht van gepensioneerden heeft ook een negatief effect op de economie.

De pensioenen en de premies zullen een hard onderhandelingspunt bij de cao-besprekingen worden. Maar de stand van de pensioenfondsen kan ook het kabinet niet onberoerd laten. De pensioengerechtigde leeftijd zou sneller en drastischer omhoog moeten gaan en werkgevers- en werknemersorganisaties doen er goed aan zich te oriënteren op flankerend beleid dat dit in de bedrijven voor de oudere werknemers vergt.

Het kabinet-Rutte wil de pensioenleeftijd verhogen naar 66 in 2020 en waarschijnlijk 67 in 2025. Een kabinet dat zelf met stijgende begrotingstekorten kampt, moet drastischer durven zijn. Zeker een kabinet onder leiding van een premier die steeds beweert dat hij ‘de rekening niet naar toekomstige generaties wil schuiven’. Staatskas én pensioenfondsen zijn gebaat met deze duidelijke en effectieve maatregel.