Ongevoelig voor stemming onder het volk

Woede over afschaffing van brandstofsubsidie heeft de onrust in Nigeria verder vergroot. President Goodluck Jonathan heeft geen antwoord.

Het geluk van de Nigeriaanse president Goodluck Jonathan raakt op. Niet eerder sinds hij vorig jaar april werd gekozen, heeft zijn positie zo onder druk gestaan.

Een burgeroorlog dreigt in het islamitische noorden van het land. Honderden christenen zijn het gebied ontvlucht, de extremistische groep Boko Haram doodde vorig jaar vrijwel ongehinderd vijfhonderd mensen bij terreuraanslagen en sinds het nieuwe jaar al meer dan vijftig mensen. De noodtoestand in drie noordelijke provincies heeft daaraan niets veranderd.

Ontactisch optreden van Jonathan heeft de precaire situatie in het land nog verergerd. Nadat hij op oudejaarsdag de noodtoestand had uitgeroepen, sprak hij op nieuwjaarsdag opnieuw het volk toe. Hij maakte bekend dat de brandstofsubsidie werd opgeheven. „Een onverstandig moment”, schrijven 38 Nigeriaanse schrijvers, onder wie de beroemde Chinua Achebe, vandaag. „Nigeria’s leiderschap wordt nu gezien als ongevoelig en met minachting voor de stemming onder het volk”.

De Nigerianen zijn woedend over het opheffen van de subsidie. Vakbonden hebben voor vandaag massale stakingen aangekondigd. De president vergeleek de situatie gisteren met die in 1967, toen er een burgeroorlog uitbrak waarbij twee miljoen Nigerianen omkwamen.

Het rechts-liberale Britse weekblad The Economist schreef onlangs over de subsidies: ‘Hef ze onmiddellijk op! De president is een moedig man als hij zijn belofte uitvoert om een einde te maken aan goedkope benzine’. IMF, Wereldbank en de meeste economen zijn eensgezind: de uitgave van acht miljard dollar per jaar voor deze overheidssubsidies is onhoudbaar. Ngozi Okonjo-Iweala, Nigeria’s gerespecteerde minister van Financiën, zei vanochtend: „De sociale indicatoren van Nigeria zijn belabberd, vrijwel nergens in de wereld sterven zoveel vrouwen tijdens zwangerschap als in Nigeria. We hebben die acht miljard nodig voor sociale projecten.”

Hoewel Nigeria dagelijks 2,4 miljoen vaten olie produceert, leven de meesten van de ruim 140 miljoen Nigerianen van 2 dollar per dag. Alleen door de lage benzineprijs van 30 eurocent per liter, profiteerden zij van de oliewinsten. Nu betalen Nigerianen aan de pomp het dubbele. Ook de voedselprijzen zijn omhoog geschoten. Het elektriciteitsnetwerk functioneert nauwelijks en iedereen die zich het kan permitteren heeft in zijn woonhuis een aggregaat, dat op diesel draait. Tegenstanders van de plotse opheffing van de subsidie zeggen dat Jonathan de prijsverhogingen gefaseerd had moeten invoeren en elders in het forse overheidsbudget had moeten snijden. Zoals in de hoge salarissen van parlementsleden, die meer dan één miljoen dollar per jaar verdienen.

Jonathan presenteert zich als een vernieuwer. Hij belooft radicale hervormingen in de economie; het schrappen van de subsidies is slechts het begin. De subsidies blijken een grote zwendel waaraan zakenlui en politici stevig verdienen. Door corruptie en ander slecht beleid opereren ’s land vier raffinaderijen al jaren niet meer, de geraffineerde brandstof wordt geïmporteerd en gesubsidieerd en daaraan verdient een kartel. Jonathan beloofde de leden van dit corrupte kartel te ontmaskeren.

Een poging in 2003 om de subsidies op te heffen resulteerde in grootschalige stakingen, bezettingen van bedrijven en luchthavens en een teruglopende export van benzine. De toenmalige president Obasanjo zag zich genoodzaakt de maatregel in te trekken, terwijl hij als ex-militair respect genoot, zo vlak na de terugkeer van een burgerregering. Jonathan was na de verkiezingen weliswaar populair in het overwegend christelijke zuiden, waar hij in de deelstaat Balyelsa werd geboren, maar hij heeft mist het gezag van Obasanjo, in het leger en onder de bevolking. Het zou een wonder zijn als de president ongeschonden uit deze krachtmeting komt.

Koert Lindijer