NMa legt huisartsen zware boete op

Mededingingswaakhond NMa wil een eind maken aan de praktijk dat huisartsen onderling bepalen waar een nieuwe collega zich mag vestigen. De opgelegde boete maakt één ding duidelijk: voor de overheid is huisartsenzorg een markt.

Het is niet aan de huisartsen om uit te maken welke nieuwe collega er in hun streek komt werken. Het is simpelweg niet toegestaan, zegt Henk Don, dat huisartsen de lokale patiëntenmarkt met elkaar verdelen. Don is bestuurslid van concurrentiewaakhond de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa). De vraag aan hem was waarom hij de 8.500 huisartsen, als groep, een boete heeft opgelegd van 7,7 miljoen euro. De sanctie werd vanmorgen bekend.

Huisartsen bepalen per regio óf er een nieuwe huisarts bij mag komen en of zij hem (of haar) wel geschikt vinden. Met een sollicitatiegesprek. Dat heet in jargon ‘vestigingsbeleid’, zegt Don, en dat is verboden. „Dat beleid wordt aangemoedigd door de landelijke vereniging. Dat mag niet. Als de vereniging zich niet binnen zes weken distantieert van dat beleid krijgt het bestuur ook per dag een dwangsom.” Het NMa-onderzoek loopt sinds mei 2008, toen de waakhond klachten kreeg van nieuwe huisartsen die zeiden te worden geweerd door zittende huisartsen.

Niemand hoeft er nog aan te twijfelen: de overheid beschouwt de huisartsenzorg als een markt. Vlak voor de Kerst debatteerde de Tweede Kamer erover met minister Schippers (Gezondheidszorg). Wilde zij echt, zo vroegen Kamerleden, dat huisartsen met elkaar concurreren? Patiënt, arts én premiebetaler, zeiden vooral linkse Kamerleden, zijn er toch bij gebaat dat de meeste patiënten jarenlang bij één en dezelfde huisarts komen. Dat de huisarts hen kent, geruststelt en vaak zonder medicijn of verwijzing naar huis stuurt? Jawel, zei Schippers over dat laatste. Maar ze heeft nóg een prioriteit: huisartsen moeten klantvriendelijker werken, ’s avonds opendoen. Werkende ouders, bijvoorbeeld, willen huisartsenzorg buiten kantooruren. Daarom bezoeken ze de duurdere ‘huisartsenpost’ ’s avonds en in het weekend en zelfs de spoedeisende hulp van het ziekenhuis, voor klachten die niet spoedeisend zijn.

Nieuwe, jonge huisartsen die ergens willen beginnen, moeten dus alle ruimte krijgen, vindt Schippers. Samen met wijkverpleegkundige, fysiotherapeut en, bijvoorbeeld, diëtist moeten zij de patiënt helpen – dichtbij huis en buiten kantooruren. Hoe dat moet worden georganiseerd, laat ze onderzoeken door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

Dat vonden de meeste huisartsen al niks, maar over deze boete zijn ze „verbijsterd”, liet de Landelijke Vereniging van Huisartsen (LHV) weten. Ze zijn het „volstrekt oneens” met de Nma en gaan in beroep.

En ze hádden al een financieel conflict met het Rijk: ze zijn onlangs in beroep gegaan bij de bestuursrechter tegen de korting van 74 miljoen euro die Schippers hun dit jaar oplegt. Ze hebben gestaakt en gelobbyd maar het mocht niet baten: de korting gaat door. Ziekenhuizen, psychiaters – iedereen in de zorg moet de kosten beperken omdat de afgelopen jaren te veel is uitgegeven , zei Schippers. Dus ook de huisartsen.

Dat ze werken in een markt, konden de huisartsen weten, zegt Nma-bestuurder Henk Don. „We doen al 3,5 jaar onderzoek en hebben gevraagd of ze expliciet afstand willen nemen van hun advies aan leden om aan ‘vestigingsbeleid’ te doen. Dat weigeren ze.” De NMa schrijft in een verklaring: „Het optreden ondersteunt het beleid van de wetgever: zorgaanbieders die prestaties leveren, innovatief zijn en de patiënt centraal stellen, moeten beloond worden doordat patiënten en verzekeraars voor hen zullen kiezen.”