Musea in de lift - naar beneden

Paleis Het Loo in Apeldoorn is een populair museum. Jaarlijks trekt het ruim 300.000 bezoekers, ook sinds het in 2011 de entreekosten met een kwart verhoogde om de toenmalige bezuiniging op de rijkssubsidie te ondervangen. Een volwassene betaalt 12,50 euro, maar kinderen en jongeren kunnen al voor 4 euro naar binnen. Zo blijft een bezoek aan sierkamers, kunst en parken te doen voor een gezin. Hoeveel bezoek musea ook trekken, zonder subsidie gaat het niet, als we ze breed toegankelijk willen houden. Ook in de nieuwste bezuinigingsronde moet Het Loo inleveren: dit keer 1 miljoen. Het museum wil de prijzen niet verder opslaan, verklaarde het. Begrijpelijk, maar dan zal het zich moeten behelpen met minder personeel. En denkelijk zullen er minder speciale presentaties zijn. In februari opent Het Loo de expositie Penseelprinsessen, met schilderijen van talentvolle adellijke vrouwen uit de 19de eeuw die het aan hun stand verplicht waren om hun werk voor zichzelf te houden. Net op tijd. Binnenkort is er, bij gebrek aan geld, grote kans dat hun talent verborgen zou blijven.

Het Loo staat niet alleen. Uit een enquête onder de leden van de Nederlandse Museumvereniging blijkt dat een waslijst aan musea het zwaar krijgt. Vooral de gemeentelijke musea zitten klem. Behalve van het rijk krijgen zij steun van de gemeentelijke en provinciale overheden. Die rekenden het traditioneel tot hun verantwoordelijkheid om deze musea te koesteren, als hoeders van erfgoed en ten behoeve van naam, faam en welzijn van gemeente of provincie.

Met de rijksbezuinigingen lijkt dat lokale verantwoordelijkheidsbesef mee te verdampen. De ene na de andere korting tuimelt over deze musea heen en het is al voorgekomen dat zo’n museum moest sluiten maar dat de gemeente geen idee had wat men aanmoest met de, nu verweesde, collectie.

Want al leveren bezuinigingen op musea op korte termijn geld op, op de langere termijn kunnen ze duur uitpakken. Inkrimpen betekent ook inkomstenderving voor de omgeving, dat snapt een kind. En het brengt kosten met zich mee, waarvan te zelden wordt doorberekend of de baten ertegen opwegen.

Het trieste is dat er ook een streep zal gaan door veel van de recent ontwikkelde, enthousiaste museumpresentaties die daadwerkelijk meer publiek blijken te trekken. Want de musea zitten in de lift. Het is er steeds drukker, de laatste tijd. Dat zou behalve door het elan van museummedewerkers ook door de crisis kunnen komen. Museumbezoek is een relatief goedkoop uitstapje, zeker met een museumjaarkaart.

Met gerichte inspanning en een beetje mazzel kunnen de musea die crisisbezoekers aan zich binden als vaste bezoekers. Maar dan moeten ze wel de gelegenheid krijgen.