Mitt Romney versus alle anderen

Met een bus waarop zijn lievelingswoorden ‘zakelijk’ en ‘conservatief’ staan, toert Mitt Romney morgen naar een zege in New Hampshire. Maar dat is niet genoeg.

New Hampshire is de staat waar Mitt Romney morgen, tijdens de eerste echte Republikeinse voorverkiezingen, zijn slag moet slaan. Nergens is de oud-gouverneur van buurstaat Massachusetts populairder onder Republikeinse kiezers. Peilingen geven aan dat Romney tegen de 40 procent van de kiezers kan halen. Rivalen als Jon Huntsman, Ron Paul en Newt Gingrich mogen blij zijn als zij de helft halen.

Toch voert Romney in New Hampshire campagne alsof zijn leven ervan afhangt. De town hall-bijeenkomsten zijn groter dan vorige week in Iowa, het aantal bezoekers zwelt aan en de rij prominenten die Romney voor zijn campagne inzet, wordt langer.

Een regionale krant telde de lokale staf die de kandidaten tot hun beschikking hebben: Romney heeft 110 medewerkers, Paul veertig, Gingrich twaalf en Rick Perry één.

Dit weekend betrok Romney de populaire gouverneur van New Jersey, Chris Christie, en de kandidaat van 2008, John McCain, in zijn campagne. Erg goed pakte het niet uit. Christie kreeg het aan de stok met een betoger en McCain verwarde in zijn toespraak Romney met Obama. Maar het was een boodschap aan de kiezers: ik ben de onvermijdelijke winnaar, iedereen staat achter mij.

Romney beschouwt New Hampshire al als een gelopen race. Maar winnen alleen is niet genoeg voor Romney. In de logica van een voorverkiezing gaat het er niet alleen om wie de (relatief kleine) staat wint, maar om de vraag met welke overmacht dat gaat.

Tijdens verkiezingen als deze kan er onder kiezers consensus rondom een kandidaat ontstaan, zodat twijfelaars het gevoel krijgen dat er geen keuze meer is. Is de winst groot, dan kan Romney naar verwachting ook de grotere staten South Carolina en Florida binnenhalen. Wint Romney echter niet met 40 procent maar nipt, dan wordt dat in de partij als een teken van zwakte gezien.

De oostelijke staat New Hampshire ligt Romney veel beter dan het traditioneel ingestelde Iowa, waar hij vorige week een voorronde (‘caucus’) met slechts acht stemmen verschil van Rick Santorum won. Niet alleen heeft Romney een huis in New Hampshire, hij benadrukt het liefst de onderwerpen die in deze staat ook prioriteit hebben: meer banen, lage belastingen (de staat kent een van de hoogste belastingen in Amerika).

Op de bus waarmee Romney door de staat rijdt, prijken de woorden ‘conservatief’ en ‘zakenman’.

Romneys tegenstanders leken zich dit weekeinde, tijdens twee rechtstreeks uitgezonden televisiedebatten, bij een nederlaag te hebben neergelegd. Newt Gingrich, wiens verhouding met Romney de trekken van een vete begint aan te nemen, bleef abstract in zijn kritiek op zijn tegenstander. Ron Paul richtte zich met name op de conservatief-christelijke kandidaat Rick Santorum, een concurrent voor de tweede plaats.

Romney kreeg vooral kritiek op zijn homostandpunt, dat door de jaren heen flink gewijzigd is. Als gouverneur steunde hij de invoering van het homohuwelijk in Massachusetts, maar als presidentskandidaat is hij weer tegen. Romney verweerde zich door te zeggen dat hij tegen het homohuwelijk is, maar vecht voor homorechten. Toen hij de vraag kreeg wanneer hij het voor het laatst voor homoseksuelen had opgenomen, antwoordde hij: „Op dit moment.”

Romney komt nationaal nog altijd niet boven de 25 procent steun van de Republikeinse kiezers uit. Zijn belangrijkste wapen is dan ook de verdeeldheid onder zijn tegenstanders.

Newt Gingrich dacht Romney pijn te doen door niet op te geven na een teleurstellend resultaat in Iowa. Hij wilde doorvechten, om „de leugenaar” Romney te ontmaskeren. Een aan Romney gelieerde organisatie had volgens hem in Iowa de campagne van Gingrich beschadigd. Maar door vol te houden zorgt Gingrich ook dat het deelnemersveld versnipperd blijft. Vooral een potentiële runner-up als Santorum heeft daar nadeel van. Romney zal hopen dat Gingrich nog lang in de race blijft.

Zo groot is het zelfvertrouwen van Romney, dat de Amerikaanse pers begint te hopen dat hij wat losser wordt. Journalisten die met de kandidaat meereizen, klagen steen en been over de angstvalligheid waarmee Romney zich louter beweegt op economisch terrein. Dat is ook door nood ingegeven: Romneys mormoonse geloof ligt moeilijk in de partij, en immateriële onderwerpen vermijdt hij het liefst helemaal.

Toch komt daar nu langzaam verandering in. In een nieuwe campagne via e-mails in South Carolina, dat op 21 januari gaat stemmen, wordt het geloof van Romney – ‘pro-leven, pro-huwelijk, pro-familie’ – benadrukt. Het mormoonse geloof blijft ongenoemd. Romney wordt kortweg als een vrome man neergezet. Dit is een risico in de naar het evangelisch christendom neigende staat, en een teken dat Romney zich sterk genoeg voelt om uit zijn schulp te kruipen.