Mijn kleine oorlog tegen twitteratuur

Daan Heerma van Voss zet uit protest deze maand zijn gehele roman op Twitter.

Omdat literatuur meer waard is dan honderdveertig tekens.

Ik verklaar Twitter de oorlog. Nu zal Twitter daar weinig gedachten aan besteden. Maar u, zo is mijn hoop, misschien wel.

Twitter en literatuur, hoewel ze op het oog weinig overeenkomsten hebben naast uiteraard dat ze leven van letters, zijn elkaar de afgelopen jaren genaderd. Er is op enkele gebieden zelfs sprake van overlap. Twitterature, het fenomeen dat klassieke werken worden gevat in honderdveertig tekens, is internationaal gezien een begrip. In Nederland was er Erik van Muiswinkel die op verzoek van het CPNB Reves De avonden vertwitteratuurde: „Zaterdag. Tocht is wind in huis. Kroegbezoek met Victor Poort. Ik drink veel, en oudehoer nog meer. Word erg moe van mezelf. God ziet alles.”

Ludiek, niet ongrappig en bovendien nog altijd kleinschalig. Desalniettemin: een teken dat ons moet worden wijsgemaakt dat gewoon lezen niet gewoon meer is. Zoals Laertes zegt in Hamlet: Het betekent niets, maar het zegt veel.

Verdere invloed komt van de uitgeverijen, die hun schrijvers steeds meer op het hart drukken dat zij zich ook digitaal moeten laten gelden: ze moeten websites laten maken, op Facebook gaan, en bovenal: twitteren. In de Angelsaksische wereld zijn er zelfs voorbeelden van schrijvers, bijvoorbeeld George Orwell, William Styron en Samuel Pepys, die na hun dood zijn gaan twitteren. En andersom: er zijn tegenwoordig twitteraars die na een aantal vermakelijke tweets een boekcontract aangeboden krijgen, onder het mom: het ene schrijven zal het andere wel zijn. Ik kreeg onlangs een uitnodiging van een uitgeverij om een cursus te volgen over hoe ik mijn digitale profiel kon optimaliseren – nu vraag ik u.

U kunt denken: dit zijn problemen van schrijvers, wat heb ik hier mee te maken? Kortzichtig. De manier waarop uitgeverijen hun auteurs presenteren staat in direct verband met de manier waarop u hen en hun werk beschouwt en tot u neemt. Bovendien is er de premisse dat u, de lezer, in beginsel te dom of te lui bent om nog teksten te lezen van meer dan honderdveertig tekens, en dat u een consument bent die eenvoudig om de tuin te leiden is.

Misleidend is verder de suggestie van authenticiteit. Tweets van schrijvers beloven meer nog dan die van andere twitteraars een glimp van ‘de persoon achter de schrijver’ (gadver), die zijn ideeën over de wereld immers altijd in woorden omzet. Maar, zo wordt de twitterlezer geacht te denken, niet alle woorden komen in zijn boeken terecht. De suggestie wordt gewekt dat je via tweets een kijkje achter de schermen van de schrijver kunt krijgen, een voorproefje van zijn wereld- en mensbeeld, de deleted scenes.

Literatoren zijn, zoals de Vlaamse schrijver Marc Reugebrink in zijn kerstessay in De Standaard betoogde, van het epicentrum van het maatschappelijk debat naar de periferie verdwenen. De schrijvers die nog wel een stem krijgen, danken dit niet aan de literaire kwaliteit van hun werk. Het zijn andere factoren die hen geschikt maken om als „hofnar te dienen voor een industrie die alleen op entertainment en verkoop is gericht”. De voornaamste factor: verkoopbaarheid.

Twitter is een reclamemedium, waartoe schrijvers veroordeeld worden onder het dreigement dat hun boeken anders niet verkocht raken. Dientengevolge gaan ze zich op die manier gedragen waarmee ze het meeste potentiële lezers denken te bereiken.

Dat wat schrijvers die wel toegerust zijn voor de nieuwe eisen zoal te melden hebben niet altijd doordacht is, mag een understatement heten. Gelukkig kan ik James Worthy, Neerlands meest twitterende schrijver hierbij ten tonele voeren. Bewijsstuk 1: „Leven, wat ben je mooi. Een oneindig natte kut, dat ben je. Doe mij nog veertig 2011’s, want mooier dan dit gaat het nooit worden. x James.” Bewijsstuk 2: „Ik heb liever een ontstoken teelbal dan swagger.” Onlangs werd hier in Nederland een boek van een jongachtige schrijver op Twitter zo aangeprezen: wanneer men snel zijn boek aanschafte zou men kans maken op de deluxe editie, die een grote lila dildo bevatte. Even later hoorde ik de auteur van het boek op televisie zeggen dat hij wel hoopte nog serieus genomen te worden. Waar alles van waarde al langer weerloos was, lijkt dat nu zeer zeker het geval.

Als je Twitter niets vindt, dan kijk je er toch niet op? Dat doe ik ook niet. Maar dat is niet genoeg. Mij gaat het om de trend, het fenomeen dat iedereen die niet meedoet aan de hype per definitie gedateerd heet te zijn, en om de vooronderstellingen over jongeren en lezen die eraan ten grondslag liggen. Namelijk dat jongeren niet willen lezen, en zo stom zijn dat ze pas wanneer literatuur tot hapklare brokken wordt gedegradeerd in vervoering kunnen raken.

Om mijn betoog kracht bij te zetten heb ik besloten mijn tweede roman, Zonder tijd te verliezen, vanaf 1 januari in zijn geheel te verknippen en op Twitter te zetten. Dit is een wereldprimeur, iedere oorlog wordt gevochten met nieuwe middelen. Alinea’s worden verwoest, zinnen zakken door hun hoeven, interpunctie verliest al haar macht, woorden worden wezen. Een maandlang publiceert mijn computerserver, veilig in een lege loods in Almere, zijn brommende protest. Ik schuif mijn prachtboek de woordenvermaler in, en vang voor u de snippers op. Het resultaat in extremis wanneer Twitter zich ontfermt over literatuur: wartaal, zinnen zonder zin; onleesbaar.

Nu heb ik geen volgers, uiteraard niet. U kunt mijn volger worden. Dan zal ik in gedachten de uwe worden. U zult volger worden niet van mijn woorden, geen marketingtrucs meer, maar van het idee dat literatuur, het verlangen om verhalen te lezen en te schrijven, meer dan honderdveertig tekens waard is, van het idee dat we meer kunnen en willen dat tweets. Van de hoop dat niet alles van waarde weerloos is.

Daan Heerma van Voss (25) is historicus, interviewer en schrijver.