Lang leve de mensen met de handjes

Met wie kan Nederland zich onderscheiden – met een communicatiewetenschapper of met een metaalbewerker?

Econoom Ewoud Jansen kiest voor de laatste.

Sommige dingen klinken zo logisch dat ze wel waar moeten zijn. Zo is het ook met de gedachte dat we meer hoger opgeleiden moeten hebben. Hierover zijn we het allemaal eens. Alleen dan kunnen we de concurrentie aan met Zuid-Oost Azië.

In China studeren jaarlijks enkele honderdduizenden ingenieurs af, zo wordt gezegd. Dit zegt niet alles, want veel Chinese universiteiten leveren op consensus gerichte bureaucraten af, maar goed.

Wat zetten wij tegenover al deze ingenieurs? Wij gaan de concurrentie aan met een groeiend leger van communicatiedeskundigen, ‘lifestyle & entertainment’-experts en afgestudeerden in soortgelijke vakken.

Dit schiet natuurlijk niet op. Hiervan wordt onze economie niet concurrerender. Natuurlijk is een bedrijf als Talpa wereldwijd bewonderenswaardig succesvol met zijn televisieformats, maar ik denk niet dat je het bedenken hiervan leert op een hogeschool. John de Mol zelf kan het in elk geval prima zonder een opleiding.

Bovendien is over de hele linie een flinke diploma-inflatie ontstaan. Universiteiten zitten vol met studenten die geen wetenschappelijke belangstelling of houding hebben en voor wie een ouderwets degelijke studie in het hoger beroepsonderwijs geschikter zou zijn.

De reden dat deze studenten met een hbo-opleiding geen genoegen nemen, is dat daar volop studenten zitten voor wie het bestuderen van meer dan een paar pagina’s tekst een grote opgave is. Deze mensen horen eerder thuis in het middelbaar beroepsonderwijs, maar daar zitten inmiddels leerlingen die nauwelijks kunnen rekenen en schrijven.

Zo produceert Nederland een groeiend leger hoger opgeleiden waarvan het niveau gemiddeld daalt. Ondertussen verwaarlozen we de basis en hebben we steeds minder gediplomeerde vaklui.

Onze fixatie op hogeropgeleiden is een heilloze weg. Hiervan moeten we af. Deze fixatie zet vooral het niveau van het hoger onderwijs onder druk. Per saldo schieten we hier niets mee op. Verder leidt de run op hoger onderwijs vooral tot extra afgestudeerden in studierichtingen waarmee we de oorlog niet zullen winnen. Veel extra ingenieurs levert het helaas niet op.

Wat moet er dan wel gebeuren? De focus moet liggen op ‘goed opgeleid’. Dit is niet per se hetzelfde als ‘hoog’. Goed opgeleid ben je als je een vak beheerst waarmee je vooruit kunt op de arbeidsmarkt, een vak waarop je trots kunt zijn.

We moeten af van de gedachte dat je een loser bent als je geen hogere opleiding hebt afgerond. Lang leve de mensen met de handjes. Zij doen het echte werk.

Waar sprake is van zinloze, niet productieve arbeid, wordt deze arbeid vooral verricht door hoger opgeleiden. Lekker in je witte boord verandernota’s schrijven, nadat je op een meerdaagse sessie op de hei weer een hoop nieuwe inzichten hebt opgedaan. Een gemiddelde timmerman gebruikt zijn tijd productiever.

Natuurlijk leveren veel opleidingen ook nog steeds goed gekwalificeerde afgestudeerden af, maar ik denk dat we meer hebben aan een paar extra lassers en metaalbewerkers dan aan een batterij vers afgestudeerde communicatiewetenschappers die bijvoorbeeld emplooi zullen vinden bij de afdeling voorlichting van een gemeente of het waterschap.

In de metaalsector bestaat een schreeuwende behoefte aan vaklui. Door de duizenden openstaande vacatures kunnen orders niet worden vervuld. Dit schaadt de concurrentiekracht van de metaalsector en daarmee die van ons hele land. Hieraan moeten we dringend iets doen. Dit zou een hoge prioriteit moeten krijgen.

In deze tijd van economische problemen kunnen we het ons niet veroorloven bedrijvigheid te verliezen door een gebrek aan vakmensen, die ‘lager opgeleid’ heten te zijn. Of denken we dat we het wel zonder dit soort maakindustrie kunnen stellen en dat de rest van de wereld vooral zit te wachten op onze praatjes ?

Ewoud Jansen is econoom en publicist.