Dode en gewonden bij protesten Nigeria

Onrust tijdens een protest nadat de brandstofprijzen verhoogd werden, vorige week in Lagos. Foto AP / Sunday Alamba

In de grote Nigeriaanse stad Lagos heeft de politie met scherp geschoten en traangas ingezet om de menigte die vandaag protesteert tegen de regering uiteen te drijven. Hierbij is zeker één dode gevallen en zijn in ieder geval achttien van de duizenden actievoerders gewond geraakt, zo meldt persbureau Reuters. In Nigeria is vanochtend een landelijke staking van start gegaan die het hele land lam moet leggen.

De grootste Nigeriaanse vakbonden kondigden de staking vorige week aan als protest tegen de plotselinge verhoging van de brandstofprijs. De straten van grote steden zijn inmiddels uitgestorven nadat werknemers van banken, markten en benzinestations het werk hebben neergelegd na de oproep van de grote vakbonden, het Nigeria’s Labour Congress en het Trades Union Congress. Daarnaast ligt de olie-industrie, de luchtvaart en de scheepvaart stil. Voor vandaag staan een aantal grote protestacties op het programma tegen president Goodluck Jonathan. In een groot park in de hoofdstad Lagos hebben zich inmiddels ruim duizend mensen verzameld in verzet tegen de nieuwe maatregelen van de president.

Maatregel moet zes miljard opleveren

Per 1 januari is de brandstofsubsidie van de Nigeriaanse regering zonder aankondiging afgeschaft, waarna de benzineprijzen in het land vrijwel in één klap verdubbelden. Volgens de regering moet deze nieuwe maatregel zes miljard euro opleveren om onder meer de infrastructuur te verbeteren. De president nam de beslissing tijdens het kerstreces en omzeilde hiermee het parlement. “Een onverstandig moment”, 38 Nigeriaanse schrijvers, onder wie de beroemde Chinua Achebe, vandaag:

“Nigeria’s leiderschap wordt nu gezien als ongevoelig en met minachting voor de stemming onder het volk.”

‘Een wonder als de president ongeschonden uit deze krachtmeting komt’

Volgens onze correspondent Koert Lindijer heeft president Jonathan geen antwoord op de onrust:

“Niet eerder sinds hij vorig jaar april werd gekozen, heeft zijn positie zo onder druk gestaan. Een poging in 2003 om de subsidies op te heffen resulteerde in grootschalige stakingen, bezettingen van bedrijven en luchthavens en een teruglopende export van benzine. De toenmalige president Obasanjo zag zich genoodzaakt de maatregel in te trekken, terwijl hij als ex-militair respect genoot, zo vlak na de terugkeer van een burgerregering. Jonathan was na de verkiezingen weliswaar populair in het overwegend christelijke zuiden, waar hij in de deelstaat Balyelsa werd geboren, maar hij heeft mist het gezag van Obasanjo, in het leger en onder de bevolking. Het zou een wonder zijn als de president ongeschonden uit deze krachtmeting komt.”

Boze betogers ook vorige week de straat op

De afgelopen dagen was het al onrustig. In verschillende steden verbrandden woedende Nigerianen autobanden en bedreigden ze de eigenaars van benzinestations die open wilden blijven. Bij het harde optreden van de politie is zeker één demonstrant gedood. In Kano, de grootste stad in het noorden van Nigeria, demonstreerden vorige week honderden. De betoging verliep onrustig, waardoor vier benzinestations tijdelijk hun deuren moesten sluiten. Verder kon een groep agenten voorkomen dat de redactie van een lokale krant door de boze betogers werd bestormd.

Het wegvallen van de subsidie heeft niet alleen consequenties voor de brandstofprijzen, zo schreef Rianne Kouwenaar vorige week in NRC:

“Ook de voedselprijzen stijgen sinds de afschaffing van de brandstofsubsidie. De transportkosten zijn hierdoor gestegen, waardoor sommige soorten groenten en vlees nu al twee keer zo duur zijn als een week geleden.”

Grote armoede in Nigeria ondanks hoge olie-inkomsten

De Nigeriaanse economie profiteert van een enorme olieproductie, per dag levert deze zo’n 2,5 miljoen vaten per dag op. Toch leeft de grote meerderheid van de Nigerianen in armoede. De olierijkdom verdwijnt niet alleen in de zakken van grote oliemaatschappijen als Shell, die de Nigeriaanse olie-industrie in handen hebben. Ook de politieke elite profiteert van de olie-inkomsten. Parlementsleden verdienen een miljoen dollar per jaar, terwijl zo’n tachtig procent van de Nigerianen van minder dan twee dollar per dag leeft.

De afgelopen dagen is Nigeria tevens het toneel van hevig geweld tegen christenen. NRC-correspondent Koert Lindijer schrijft vandaag dat er een burgeroorlog dreigt in het islamitsche noorden van het land:

“Honderden christenen zijn het gebied ontvlucht, de extremistische groep Boko Haram doodde vorig jaar vrijwel ongehinderd vijfhonderd mensen bij terreuraanslagen en sinds het nieuwe jaar al meer dan vijftig mensen. De noodtoestand in drie noordelijke provincies heeft daaraan niets veranderd.”

Minister Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken heeft geschokt gereageerd en wil de Nederlandse mensenrechtenambassadeur naar het land sturen. Vorig jaar zijn ruim vijfhonderd Nigerianen omgekomen door terrorisme.