Kleinzoon legt uit

Het voordeel van kleinkinderen is dat ze je in aanraking brengen met nieuwe werelden of werelden die je al bijna vergeten was. Om drie van die werelden maar even bij naam te noemen, zodat we weten waar we het over hebben: De Zevensprong, het circus en Heroica. Zij kwamen het afgelopen weekend in snelle opeenvolging aan mij voorbij, omdat mijn kleinzoon Glenn bij ons logeerde.

De Zevensprong? Wat moest een 6-jarig jongetje anno 2012 met een tv-serie uit 1981? Zijn moeder bleek de schuldige. Zij had deze serie waaraan zij zelf vroeger als meisje verslaafd was, in een nostalgische opwelling op dvd aangeschaft en aan haar kind meegegeven. Stel je voor dat hij zich zou vervelen en dat zijn grootouders opeens een stapel vergeelde Donald Ducks uit de hutkoffer haalden – dat kun je zo’n kind niet aandoen.

Het gevolg was dat Glenn drie dagen lang, op elk bewaakt en onbewaakt moment, een nieuwe oude aflevering van De Zevensprong wilde zien. Hij keek er ademloos naar en ook ik kon mijn ogen er nauwelijks vanaf houden. Als je wilt weten wat ouder worden ongeveer inhoudt, moet je naar zo’n belegen tv-serie kijken. Je ziet hoe acteurs – Marijke Merckens, Kitty Janssen, Joost Prinsen, Ferd Hugas – er dertig jaar geleden uitzagen en je beseft hoe jammer het is dat ze zó niet konden blijven. En dat voor jou precies hetzelfde geldt.

De kinderen met wie die acteurs toen werkten, zijn nu zelf ouders geworden en wijzen zichzelf aan terwijl ze met hun kinderen naar die dvd zitten te kijken. De tijd stroomt, jazeker, hoewel je ook met de dichter Jan Eijkelboom kunt zeggen: De tijd staat stil,/ wij zijn het die voorbijgaan.

Om Glenn van De Zevensprong af te leiden, namen we hem mee naar het alternatieve circus Zanzara, dat nog gemoedelijke, Fellini-achtige trekken heeft. Met weinig middelen, maar veel toewijding geeft een klein groepje mensen voorstellingen die het hart raken. Glenn bekeek het aandachtig en klapte enthousiast mee in die donkere bak waarin honderden mensen dicht op elkaar zaten.

Op de terugweg legde hij ons zijn plannen voor de rest van zijn verblijf voor: het onophoudelijk spelen van het spel Heroica dat hij had meegenomen. Ik had er nooit eerder van gehoord, maar stelde me zo onbevangen mogelijk op, niet beseffend hoe vernietigend zo’n spel voor je gevoel van eigenwaarde als grootouder kan zijn.

Glenn heeft ons urenlang proberen in te wijden in de geheimen van dit spel, maar aan het einde begrepen we er nog niet veel van. Het was alsof we tien jaar waren en voor het eerst schaakles kregen. Het jargon, de mogelijkheden, de restricties, de sancties, het werd een onontwarbaar kluwen, hoe geduldig Glenn het ook bleef uitleggen. Als een veldheer zat hij aan het hoofd van de tafel, terwijl hij schoof met de attributen, die ‘Helden’, ‘Monsters’ (waaronder ‘de Duistere Druïde’), ‘Magische deuren’, ‘De Kelk des Levens’ en ‘De Scepter der Bezwering’ bleken te heten.

Voortdurend sloeg hij ons met onbegrijpelijke formules om de oren. Hij kende de meeste van buiten en als hij aarzelde zocht hij ze op in een van de vele instructieboekjes.

„Oma, je hebt een melee-ervaring: dan mag je alle monsters die naast je held staan verslaan.”

„Opa, je krijgt de druïde niet omdat je eerst de weerwolf moet verslaan.”

Ik stel voor dat Lego weer kinderspelletjes gaat ontwerpen die de oudjes niet voortijdig het gevoel geven dat ze dementerend zijn.