Hoe Jeffrey ook turnt, Epke gaat naar Londen

Twee Nederlandse turners strijden om één plaats op de Olympische Spelen. Maar Epke Zonderland lijkt op voorhand kansrijker dan zijn concurrent Jeffrey Wammes.

Het wordt een duel, maar in zekere zin ook niet. In de tweestrijd tussen de turners Epke Zonderland en Jeffrey Wammes om uitzending naar de Olympische Spelen zijn de kwalificatie-eisen ontegenzeglijk in het voordeel van Zonderland. En dat maakt hem zelfverzekerd: „De kans is groot dat ik ga.” Wammes op zijn beurt heeft moeite zijn frustratie te onderdrukken: „Ik heb het gevoel dat ik extra moet laten zien wat ik waard ben.”

De strijd om één plek voor een Nederlandse deelnemer aan het olympische turntoernooi wordt morgen in Londen tijdens het testevent beslecht. Maar wordt het wel een (eerlijk) gevecht? Indien zowel Zonderland als Wammes bij het testtoernooi in de North Greenwich Arena, dat ook als laatste olympische kwalificatiemoment geldt, bij de beste zeventien eindigt wordt de turner met de meeste medaillekansen uitgezonden. Zo heeft de turnbond KNGU besloten. En dat wordt Zonderland, kan niet missen. Hij is de Europees kampioen van 2011 aan rek en de nummer twee bij de WK’s in 2009 en 2010. Wammes kan slechts bogen op twee bronzen medailles (sprong) op de EK’s van 2004 en 2007.

Wammes meent dat die aanvullende kwalificatie-eis hem een reële kans op deelname aan de Olympische Spelen ontneemt. Op sportieve gronden heeft hij een voorsprong op Zonderland. Hij is al enige jaren de betere meerkamper, omdat zijn Friese concurrent zich heeft gespecialiseerd aan rek. Aan die kwaliteit heeft Zonderland nu even weinig, omdat het olympische kwalificatietoernooi om de laatste zeventien startbewijzen een meerkamp is. Maar het voordeel van Wammes is tenietgedaan door de opstelling van de turnbond.

Dat steekt Wammes, die vier jaar geleden met miniem verschil deelname aan de Spelen in Peking aan Zonderland verspeelde. Maar toen was er nog sprake van een sportieve strijd. Deze keer neemt Wammes het woord oneerlijk in de mond. Om die reden zal hij bij een voor hem negatief resultaat de reglementen juridisch laten toetsen. Daarvoor heeft hij de sportrechtadvocaat Paul Scholten in de arm genomen. „Is de procedure die de KNGU bedacht heeft reglementair correct? Dat wil ik weten. Want ik verlang een eerlijke kans”, zei de ontstemde turner kort voor vertrek naar Londen.

Voorlopig ventileert Wammes zijn ergernis in bedekte termen. Omdat hij eerst de resultaten wil afwachten. Of eventuele calamiteiten, want pechgevallen kunnen zo maar de aanwijsprocedure beïnvloeden. „Eerst moet ik in Londen bij de beste zeventien horen, dan zie ik verder. Maar stel je eens voor dat ik het toernooi win. Dan heb ik een sterke troef in handen en kan de bond eigenlijk niet om me heen.”

Zonderland kan de opstelling van Wammes billijken. Hij zou in zijn geval niet anders hebben gehandeld. „Maar de regels zijn zoals ze zijn”, zegt de rekspecialist, die ter voorbereiding een week eerder naar Engeland is gereisd. „Om in alle rust naar het toernooi toe te werken. Maar vooral om de toestellen van olympische leverancier Gymnova te testen. Een ander toestel dan ik gewend ben vergt altijd enige aanpassing.”

Ook al begrijpt Zonderland de scherpte van de strijd, hij doet zijn best zo ontspannen mogelijk over te komen. Hij zegt vooral naar zichzelf te kijken en het te betreuren dat de tweestrijd om het laatste olympische startbewijs zo beladen is geworden. En Zonderland wil de strijd zeker niet persoonlijk maken, ook al is dat verleidelijk vanwege zijn kille relatie met Wammes. Zonderland: „Ik heb een neutraal contact met Jeffrey. Als het in elkaars belang is, zoals voor een landenwedstrijd bij een groot toernooi, werken we samen. Maar verder is onze relatie zakelijk. En door zo’n tweestrijd als nu is dat gevoel nog weer anders.”

Grootste zorg voor Zondeland is zijn programma voor de meerkamp. Is dat wel goed genoeg voor een toereikende score? Met rek en brug is hij vertrouwd, evenals met voltigeren. Maar vloer, sprong en vooral ringen zijn onderdelen waarvoor Zonderland een nieuw programma heeft moeten samenstellen. „De ringen kosten me de meeste moeite”, zegt Zonderland, die mikt op een score van 85.000 punten. „Mijn kwetsbare schouder speelt daar voortdurend op. Maar met extra krachttrainingen verwacht ik geen grote problemen.”

Hoewel verleidelijk zal Zonderland aan rek niet zijn bekende vluchtelementen Kolman en Cassina combineren. „Te risicovol”, oordeelt de turner. „In tegenstelling tot toestelfinales wordt de meerkamp zelden op tienden van een punt beslist.

Wammes mikt op een score tussen de 85.000 en 87.000 punten. Een reëel uitgangspunt, denkt de turner, die in december zijn programma heeft aangescherpt met behulp van Gerard Speerstra, nota bene de voormalige coach van Zonderland. Ondanks zijn scepsis – ‘Gerard is mijn tegenpool, ik had nooit veel met hem’ – is Wammes enthousiast over de samenwerking. „Hij was van toegevoegde waarde. Mijn oefeningen zijn beter geworden en ik ben topfit. Gerard gaf me net de prikkels die ik nodig had.”