Het jaar van Xi Jinping

China wijst dit jaar een nieuwe leider aan. Favoriet is Xi Jinping (58), zoon van een gestrafte revolutionair. Hij krijgt te maken met sociale onrust en richtingenstrijd. En let ook op de havik Bo Xilai en de hervormer Wang Yang.

Jaar van de Draak, tiende maand. Negen mannen, of misschien acht mannen en één vrouw, schrijden de Grote Hal van het Volk aan het Plein van de Hemelse Vrede in Peking binnen. De mannen dragen identieke donkere pakken. Hun haar is glanzend zwart geverfd, een teken van vitaliteit. Ze stellen zich op in rangorde van senioriteit op het podium voor een schilderij van de Chinese Muur, en ze glimlachen zwijgend.

Zo zal het straks gaan, in oktober, als China en de wereld kennis maken met het nieuwe politbureau van de Communistische Partij van China, het ‘dagelijks bestuur’ van de partij waarin de nieuwe leiders van China zitting hebben. Ingebed tussen de presidentsverkiezingen in Rusland (4 maart) en die in de Verenigde Staten (6 november) voltrekt zich dit jaar in de archaïsche beslotenheid van de communistische partij een generatiewisseling. De strak geregisseerde plechtigheid in de Grote Hal van het Volk wordt de openbare slotakte van dit geheime besluitvormingsproces.

De wisseling van de wacht is allang niet meer alleen een routineaangelegenheid en propagandamoment. De gebeurtenis, en vooral de geheimzinnige aanloop daar naartoe, is net als de Amerikaanse presidentsverkiezingen een sleutelmoment in 2012.

Wie China gaat leiden is meer dan ooit van belang, voor de wereld waarin China een steeds assertievere rol speelt, en ook voor China zelf, waar trots over bereikte successen gepaard gaat met toenemende sociale onrust, een steeds mondiger middenklasse en groeiende onzekerheid over de duurzaamheid van het economische exportmodel. Alles wijst erop dat het sociale contract tussen de partij en de bevolking onder grote druk staat.

Sinds de vorige leiderswisselingen (in 1989 en 2003) is China niet alleen de grootste exporteur ter wereld geworden, maar ook de tweede economie ter wereld, en de belangrijkste crediteur van de VS. De Chinese economie zal zich volgens de Wereldbank in de komende tien jaar verdubbelen. Chinese problemen krijgen steeds meer een mondiale uitstraling.

Door de pensionering van de huidige president Hu Jintao (69), premier Wen Jiabao (ook 69) en nog vijf leden van het politbureau komen zeven van de negen sleutelfuncties in de top van Communistische Partij van China (CPC) vrij. Ook in de staatsraad (het kabinet), de militaire commissie, de legertop, de Centrale Volksbank, de commissies voor de verzekering en banksectoren en staatsenergiebedrijven vertrekken allen die 65plus zijn om plaats te maken voor veertigers en vijftigers.

Een generatie leiders – de vierde sinds Mao Zedong – vertrekt. De zogeheten ‘vijfde generatie’ is niet opgegroeid onder Mao Zedong of diens opvolger Deng Xiaoping. Zij werd pas na de invoering van de opendeurpolitiek in 1978 politiek volwassen. De jonge leiders zijn onveranderlijk hoog opgeleid, hebben meer gereisd en zijn meer internationaal georiënteerd dan de vertrekkende generatie. Bovenal zijn zij zelfbewuster en assertiever dan hun voorgangers.

Wie op het podium in de Grote Hal van het Volk zullen verschijnen, wordt in de komende maanden beslist. De zoektocht naar een machtsbalans tussen belangengroepen in de partij is nog in volle gang. Het leger, het ambtenarenapparaat, de Jeugdliga en de vertegenwoordigers van de verschillende regio’s hebben alle hun eigen agenda als het gaat om de verdeling van functies, geld en projecten.

Rode prins

In het midden van het staatsieportret van het nieuwe politbureau staat hoogstwaarschijnlijk de 58-jarige Xi Jinping, nu nog vicepresident. Hij is de kandidaat van twee belangengroepen in de partij: het leger en de rijke provincies en steden aan de oostkust. Xi, een ingenieur getrouwd met een generaal, is een beroepspoliticus die in China ‘een rode prins’ wordt genoemd. Hij is de zoon van een revolutionair van de eerste generatie. Naar zijn politieke identiteit wordt op het ogenblik gegist in alle Aziatische en belangrijke westerse hoofdsteden. Dat hij zich aanzienlijk meer op zijn gemak voelt op het internationale forum dan president Hu Jintao, bleek tijdens bezoeken aan het Elysée, het Bundeskanzleramt en het keizerlijk paleis in Tokio, waar hij de afgelopen maanden ging kennismaken.

Het raadsel van Xi, die volgende maand zal worden ontvangen door de Amerikaanse president Obama, ligt besloten in zijn afkomst. Zijn vader was een hervormer die een hoge prijs moest betalen tijdens de periode van collectieve gekte, de Culturele Revolutie. Als ‘zoon van een rechtse renegaat’ werd de jonge Xi gedwongen „bitterheid te eten” op het platteland. Later koos hij voor een loopbaan in de partij terwijl veel andere ‘rode prinsen’ naar het bedrijfsleven of het buitenland gingen.

Het tweede biografische feit waaruit de hoop wordt geput dat Xi China veranderingen brengt, is dat hij als partijsecretaris van de provincie Zhejiang aan de oostkust de opkomst van ondergrondse kerken en non-gouvernementele organisaties tolereerde. Dat maakt hem nog geen radicale hervormer, maar hij lijkt zelfverzekerd genoeg om af te wijken van het orthodoxe pad.

Dat daar behoefte aan is, blijkt uit het opmerkelijke debat over de machtswisseling. Democratie op zijn Chinees is een interne partijaangelegenheid, van een volksraadpleging via de volkscongressen is alleen in naam sprake. De beslissingen over de samenstelling van het politbureau, de staatsraad en de militaire commissie worden genomen in achterkamertjes, waar de kandidaten voor topfuncties zeer actief netwerken terwijl ze zich naar buiten toe verschuilen achter een scherm van conformiteit en grijze nietszeggendheid.

Toch bemoeien bloggers zich intensief met de generatiewisseling aan de top – een nieuw fenomeen. Peking-vorsers verbazen zich met reden over „het openbare debat met Chinese karakteristieken”, zoals Liu Kang van de Jiaotong Universiteit in Shanghai het noemt.

Over een breed scala aan onderwerpen wordt gediscussieerd en, eigen aan het internet, soms heftig ruzie gemaakt. Dat is niet verwonderlijk. De officiële pers is lastig toegankelijk voor doorsnee Chinezen die lijken aan te voelen dat hun land na 32 jaar van historisch ongekend snelle ontwikkeling op een kruispunt is aangekomen. Of, in de terminologie van de partij, in een ‘overgangsfase’: een eufemisme voor een economisch en politiek systeem dat wordt geconfronteerd met problemen van eigen en internationaal fabricaat.

Zo lijkt het tijdperk van voortdurend groeiende exporten naar de EU en de VS voorbij. Dat betekent dat als de economie, die nu is gebaseerd op het maken van exportproducten, niet wordt omgebogen naar een kennis- en innovatie-economie, de groei op langere termijn zal stagneren, als dat nu al niet het geval is. „Zonder innovatie is er geen toekomst”, waarschuwde premier Wen onlangs toen hij grote investeringen in kenniscentra aankondigde.

Eigen schuldencrisis

Bij bekende problemen als de milieuvervuiling en de tweedeling tussen stad en platteland zijn bovendien nieuwe kwesties gekomen. De hoge schuldenlasten van de lokale overheden is daarvan een voorbeeld. China wordt op termijn geconfronteerd met een eigen schuldencrisis van formaat. Dat is hoofdzakelijk een binnenlandse aangelegenheid – de overheid en de banken hebben nauwelijks buitenlandse schulden – maar het kan de wereldeconomie indirect beïnvloeden. Een binnenlandse, financiële crisis kan de omvorming van een exporteconomie naar een kenniseconomie vertragen en zal de groei van de binnenlandse bestedingen afremmen.

Bedreigender nog voor het leiderschap: een financiële crisis kan, in welke vorm dan ook, een sociale en politieke omwenteling veroorzaken. De greep van de partij op de samenleving is onveranderlijk groot. Toch gaat er geen week voorbij zonder demonstraties en botsingen met de gewapende paramilitaire politie. De oorzaken van de sociale onrust variëren van illegale landonteigeningen en corruptie van bestuurders tot milieuvervuiling en de krapgeldpolitiek van de staatsbanken waartegen middenstanders protesteren. Daar kraakt het sociale contract tussen partij en bevolking.

Deze onuitgesproken overeenkomst houdt in dat de macht van de partij wordt geaccepteerd op voorwaarde dat de partij voor welvaart zorgt en persoonlijke vrijheden vergroot. De Chinese Droom is voor een groeiende middenklasse (afhankelijk van de definitie tussen de 120 en 250 miljoen stedelingen) nu realiteit. Maar voor honderden miljoenen die wel uit de diepe armoede van de vorige eeuw zijn getrokken, is die droom onbereikbaar.

Buiten de partij produceren geïsoleerde kunstenaars en schrijvers woedende pamfletten of bedachtzame hervormingsplannen, en worden daarvoor hard aangepakt. Binnen de partij woedt een richtingenstrijd tussen hervormers en neoconservatieven. Kampioen van de Chinese ‘neocons’ is Bo Xilai (56), de partijsecretaris van de zuidwestelijke metropool Chongqing (32 miljoen inwoners). Ook hij is een ‘rode prins’ en hij heeft zich opgeworpen als kandidaat voor het politbureau. Bo is verantwoordelijk voor een heropleving van de ‘rode cultuur’, van vlaggenzwaaien tot het zingen van maoïstische strijdliederen. Ook gezien zijn voorkeur voor de promotie van staatsbedrijven ten koste van particuliere ondernemingen heet Bo de architect te zijn van het neomaoïstische ‘Chongqingmodel’.

Daar wordt het zogeheten ‘Guangdongmodel’ tegenover gesteld, vernoemd naar de provincie in het zuidwesten die het dichtsbevolkt is in China en waar vele fabrieken staan die voor de wereldmarkt produceren. De epigoon van deze richting is de partijsecretaris van de provincie, waar dertig jaar geleden de hervormingen van de Chinese economie op gang kwamen. Hij heet Wang Yang (56) en ook hij wordt beschouwd als een grote kanshebber voor een plaats op het podium.

Wang is een uitgesproken voorstander van meer markt en minder overheid. Hij wil zelfs overheidstaken privatiseren. Een maandenlang, voor Chinese begrippen hoogst opmerkelijk protest van 20.000 inwoners van het dorp Wukan tegen landonteigeningen en verkiezingsfraude wist hij – typerend – zonder bloedvergieten te sussen door de eisen serieus te nemen. Het viel ook ter plaatse op hoe de rebellie in Wukan tegen corrupte partijbazen gedreven werd door emotionele volharding van de demonstranten en de combinatie van traditionele methodes en het snel groeiende, moeilijk controleerbare internet.

Het is niet uitgesloten dat Bo Xilai uit Chongqing en Wang Yang uit Guangdong op het podium verschijnen als representanten van verschillende vleugels in de CPC. Dat is een dilemma voor toekomstig president Xi. Hij zal zich misschien niet ontpoppen als een Chinese Gorbatsjov. Maar hij kan het zich ook niet permitteren economische politieke hervormingen nog veel langer uit te stellen.