Financiële transactietaks doet de eurolanden meer kwaad dan goed

Nederland moet in het geweer komen tegen de belasting op financiële transacties. Zeg nee tegen Frankrijk en Duitsland, bepleiten Matthijs Baan en Florian Lokhorst.

Op de top van de Europese Unie van eind vorig jaar hebben Frankrijk en Duitsland geprobeerd de andere Europese landen enthousiast te krijgen voor een belasting op financiële transacties, de zogenoemde transactietaks. Deze taks zou broodnodige overheidsinkomsten genereren en bijdragen aan het voorkomen van volgende crises, en vormt daarmee voor politici een populaire maatregel om bonusgedreven bankiers aan te pakken.

Dit is een voorstel waarover de Nederlandse regering niet te lichtzinnig kan denken en waarvan ze eigenlijk geen voorstander kan zijn. Het plan bevordert de financiële stabiliteit niet. De rekening komt te liggen bij de burger en niet bij de banken. De economische schade is veel groter dan de opbrengsten. Het plan is ongeveer zo effectief is als een aderlating voor hoofdpijn.

De Frans-Duitse logica wil graag doen geloven dat de problemen in de eurozone worden veroorzaakt door ‘de handel’. Hiermee wordt de kapitaalmarkt een zondebok voor fundamentele ontwerpfouten in de Europese monetaire unie en falend crisismanagement door de Europese leiders. Deze taks wordt, om louter politieke redenen, aan het publiek gepresenteerd als een goed idee. Rationeel gezien is het dit niet.

De stamp duty in het Verenigd Koninkrijk wordt weleens vergeleken met de transactietaks. Deze is evenwel beter doordacht en fundamenteel anders opgezet, waardoor de economische schade een stuk minder is. De stamp duty is een belasting op de overschrijving van het eigendomsrecht van aandelen, en niet op transacties. Hierdoor ontstaat geen ‘cascade-effect’, het effect dat de belasting voor één transactie meer dan één keer moet worden betaald, omdat meer dan één partij is betrokken in de transactieketen. Niettemin heeft de stamp duty volgens het Internationaal Monetair Fonds (IMF) geleid tot een daling van 50 procent van de aandelenhandel. Aandelenprijzen zouden met 7,2 procent stijgen als de stamp duty zou worden afgeschaft. De kapitaalskosten zouden dalen, met 0,66 tot 0,8 procent.

De financiële crisis is vooral veroorzaakt doordat partijen grote risico’s hebben genomen op hun balansen, veelal in de vorm van onbegrepen producten. Deze werden verkocht door investeringsbanken, die op hun beurt werden geholpen door de kredietbeoordelaars. De grootste problemen hebben te maken met schuldpapier – in 2008 nog complexe producten, maar vandaag ook de vroeger veilig geachte staatsobligaties. Deze producten worden voornamelijk verhandeld op de over-the- counter-markt. Hierin is het aantal transacties relatief laag, maar de waarde en de onderliggende risico’s zijn vaak hoog.

De door Frankrijk en Duitsland voorgestelde belasting zou worden geheven over deze transacties, maar heeft hierop een gering effect, in tegenstelling tot het effect op de liquide beurshandel. Deze handel, die nu juist weinig systeemrisico’s veroorzaakt, wordt in hogere mate geraakt. Hiermee is de transactietaks strijdig met het voornemen om bilaterale handel naar beursplatformen te leiden. Dit is gewenst om transparantie te vergroten en volgende crises te voorkomen. Dit is ook geconcludeerd door de Europese Commissie, maar die lijkt toch haar plannen te willen doorzetten, omdat ze inkomsten zouden opbrengen en politiek opportuun zijn.

Onlangs is gebleken dat de Europese Commissie haar communicatieplan heeft aangepast. Ze claimt niet langer dat de belasting goed is voor de financiële stabiliteit en stelt het genereren van inkomsten als enige doel. Nu het Verenigd Koninkrijk niet meedoet en handel zich eenvoudig verplaatst, is het wishful thinking om miljarden op te halen.

Behalve het feit dat de maatregel niet aan het reduceren van risico’s bijdraagt, richt de transactietaks ook meer schade aan de economie aan dan dat hij oplevert. Als je een stok in de wielen van de kapitaalmarkten steekt, nemen de kosten om te investeren en daarmee de kapitaalskosten toe. Hierdoor dalen de pensioenuitkeringen. Bedrijven kunnen minder investeren. De werkgelegenheid wordt lager. De rekening komt bij de burger uit – of dit nu is als deelnemer in een pensioenfonds (APG voorziet een kostenpost van miljarden euro’s), als belegger (Binck raamt dat particuliere handelskosten met de helft toenemen) of als werknemer. Er is veel onderzoek gedaan naar de vraag of 0,1 procent belasting grote economische schade kan aanrichten. Het Centraal Planbureau (CPB), het IMF, de pensioenfondsen, vele academici – en de Europese Commissie zelf – hebben het onderzocht. Telkens is het antwoord: ja.

Nederland zou bijzonder hard worden geraakt. De handel en de pensioensector hebben een belangrijke plaats in onze marktgeoriënteerde economie. In een mum van tijd zouden alle in Nederland gevestigde partijen hun handel kunnen laten lopen via Zwitserland of het Verenigd Koninkrijk. Hierdoor zal de transactietaks zo goed als geen belastinginkomsten genereren, maar wel de Europese financiële infrastructuur kapot maken. De vraag is ook of de controle over de lotsbestemming van de EU sterker zal worden als elk financieel centrum erbuiten zal liggen.

Er zijn meerdere ongelukkige experimenten geweest met de transactietaks. De Zweden hebben bijvoorbeeld in 1984 een vergelijkbare belasting ingevoerd. Zij ondervonden aan den lijve de gevolgen. Binnen een paar maanden was de meeste handelsactiviteit verdwenen. De koersen daalden. De rente die de overheid op staatsleningen moest betalen, steeg. De belastinginkomsten bleken verwaarloosbaar. Het is niet heel verwonderlijk dat de Zweden de belasting hebben afgeschaft en deze keer niets te maken willen hebben met het plan.

Het CPB heeft deze week een rapport gepubliceerd waarin het de invoering van de transactietaks ontraadt. Het ongunstige effect op het Nederlandse nationaal inkomen wordt geschat op 0,4 tot 1,2 procent. Wij zijn van mening dat de Nederlandse volksvertegenwoordiging de waarschuwingen niet moet negeren en moet voorkomen dat de transactietaks wordt afgedwongen door Frankrijk en Duitsland.

Zoals het CPB ook schrijft, is de door het kabinet voorgestelde bankenbelasting een logischer alternatief. Deze belasting zou daadwerkelijk worden gedragen door de financiële sector en zou veel minder onbedoelde neveneffecten hebben.

Matthijs Baan en Florian Lokhorst zijn werkzaam bij het strategisch adviesbedrijf Spring Associates.