Fierljeppen wil ook op de Unesco-lijst

Sinterklaas, ‘bovenstem zingen’ en sleetje rijden. Dit jaar worden deze typisch Nederlandse tradities voor het eerst erkend als ‘immaterieel cultureel erfgoed’.

Drie koooningen, drie koooningen,

geef mij nen nieuwen (h)oed.

Mijnen ouwen is verslee-eeten,

mijn moeder mag ’t nie wee-eeten.

Mijn vader heeft het geld,

op de toonbank neergeteld.

Vrijdag was het Driekoningen, de christelijke feestdag waarop kinderen traditioneel met een kroon op het hoofd en een lampion in de hand langs de deuren gingen om driekoningenliedjes te zingen. In ruil kregen ze snoepgoed of geld – en in vroeger tijden levensmiddelen of brandstof.

Dit ‘schooifeest’ is bijna uitgestorven. In het zuiden van Brabant proberen lokale heemkringen het in ere te houden. Omdat ouders hun kinderen niet meer ’s avonds over straat laten gaan en zelf geen tijd of zin hebben om mee te gaan, worden in buurtcentra zangwedstrijden voor de jeugd georganiseerd. Maar de opkomst is vaak treurniswekkend laag, zeggen de organisatoren.

Een werkgroep uit Tilburg en Goirle wil het driekoningenfeest op de nationale Unesco-lijst voor beschermd immaterieel erfgoed zetten. Die lijst bestaat nog niet, maar wordt dit jaar opgesteld door een aantal Nederlandse erfgoedinstellingen, aangevoerd door het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE). Op deze lijst komen tradities en rituelen te staan die Nederland belangrijk vindt en niet verloren wil laten gaan.

Er zijn tot nu toe zo’n 25 groeperingen die een traditie willen voordragen. Naast lobby’s voor bekende feesten als Sinterklaas en Koninginnedag zijn er belangengroepen voor het vooral in Surinaamse kringen gevierde Keti Koti (feest ter ere van de afschaffing van de slavernij) en voor lokale tradities, zoals het bloemencorso van Zundert, de paardenmarkt van Zuidlaren, de Boxmeerse Vaart (een processie) en het carnaval in Oeteldonk.

Oude sporten als fierljeppen en schoonrijden op de schaats hebben ook actieve achterbannen. Het Friese Hindeloopen doet een poging om zijn volledige culturele identiteit op de nationale lijst te krijgen, inclusief het dialect, het schilderwerk, de klederdracht en enkele traditionele sporten als kolven en priksleerijden.

Er bestaat al een internationale Unesco-lijst van immaterieel erfgoed. Daar staat bijvoorbeeld het Franse ritueel op om met de hele familie te genieten van een maaltijd, maar ook de Spaanse flamenco en de Chinese papierknipkunst. Op de lijst staan nog geen Nederlandse tradities. Nederland heeft de Unesco-conventie uit 2003 over het behoud van immaterieel erfgoed, waarbij inmiddels al 140 landen zijn aangesloten, namelijk nog niet ondertekend – mede doordat het lang duurde voordat de Antillen lieten weten of ze wilden meedoen – en mag daarom nog geen voordrachten doen. Omdat de Nederlandse regering het verdrag begin dit jaar eindelijk zal ondertekenen (in 2009 werd het al aangekondigd door toenmalig minister Plasterk van Cultuur), is 2012 door de Nederlandse erfgoedinstellingen uitgeroepen tot het ‘Jaar van het Immaterieel Erfgoed’.

De betekenis van het verdrag is vooral symbolisch, zegt Ineke Strouken, directeur van VIE. „Materieel erfgoed, zoals monumenten en archieven, kun je veel makkelijker beschermen dan immaterieel erfgoed, de tradities en rituelen die een samenleving heeft. Daar kun je geen hek omheen zetten. De waarde van het verdrag is vooral dat landen verplicht zijn een inventarisatie te maken van hun eigen immaterieel erfgoed en hun best doen om dat intact te houden.”

In 2009 heeft VIE al een inventarisatie gemaakt van de honderd belangrijkste tradities in Nederland. Alle Nederlanders konden daar voorstellen voor doen. Bovenaan staat pakjesavond, daarna volgen ‘het zetten van de kerstboom’ en de Vrijmarkt op Koninginnedag. Niet al die tradities lenen zich voor plaatsing op de lijst van immaterieel erfgoed. Strouken: „De traditie om bij een geboorte beschuit met muisjes te serveren is weliswaar typisch Nederlands, maar er is geen duidelijk aan te wijzen gemeenschap die er zorg voor draagt dat deze traditie wordt overgedragen op volgende generaties. Dat is wel een voorwaarde. We nemen ook geen tradities op die door de burgemeester en de VVV worden voorgedragen, maar alleen tradities waarvoor draagvlak is bij een actieve gemeenschap.”

Een plek op de Unesco-lijst levert geen subsidie op. „En daar gaat het ook helemaal niet om”, zegt Strouken. „Gemeenschappen willen erkenning van hun tradities. Dat kan soms helpen om belemmeringen weg te nemen bij het organiseren van evenementen. Zo is het de laatste jaren steeds ingewikkelder geworden om een sinterklaasintocht te organiseren, in verband met allerlei veiligheidsregels. Een burgemeester zal zich wellicht soepeler opstellen als zo’n traditie wordt erkend door Unesco.”

Het Sint Nicolaas Genootschap verlangt inderdaad niet naar geld maar naar erkenning voor het sinterklaasfeest. „Het gaat om het principe”, zegt Jan van Wijk, voorzitter van dit genootschap. „Als er een Unesco-lijst komt van Nederlands immaterieel erfgoed, moet daarop aan Sint Nicolaas de nodige status worden toegekend. En als er een internationale lijst komt, dan moet het sinterklaasfeest daar natuurlijk ook op. Dat dwingt respect af. Het sinterklaasfeest is de belangrijkste traditie in Nederland en dat willen we zo houden.”

Ineke Strouken van VIE is al een tijdje bezig om bij gemeenten te inventariseren wat hun lokale immaterieel erfgoed is. „Ik stond er versteld van hoe weinig de wethouders cultuur daarover konden rapporteren”, zegt ze. „Ze noemen dan wel de plaatselijke harmonie, maar de lokale tradities zien ze over het hoofd. Het is ook wel een beetje Nederlands om neer te kijken op de eigen tradities. Terwijl er zoveel leuke voorbeelden zijn.”

Een van de mooiste vindt zij de meidenmarkt in Schoorl, tijdens Pinksteren, waarbij vrijgezelle jongeren elkaar bij het Klimduin het hof maken. „Die lokale traditie kan jammer genoeg niet op de lijst van immaterieel erfgoed, omdat er geen belangengroep is die het overdragen van de traditie kan garanderen. Het is een evenement dat elk jaar weer spontaan plaatsvindt.”

Het voorbeeld van het driekoningenfeest laat zien dat het bewaken van een traditie niet makkelijk is. In het zuiden van Brabant zijn er steeds minder mensen die de driekoningenliedjes nog kennen. Om het doorgeven ervan aan de jeugd te stimuleren, heeft de werkgroep Driekoningen eind vorig jaar alle basisscholen in Tilburg en Goirle een boekje gestuurd met 25 driekoningenliedjes. Maar de leraren reageren niet allemaal even welwillend, zegt Bernard Robben, voorzitter van de werkgroep. „Het is trekken aan een halfdood paard. Maar zolang het paard nog een beetje beweegt, gaan wij ermee door.”

Claudia Kammer