Ellen ten Damme geniet in mix van muziekstijlen

Ellen ten Damme en Amsterdam Sinfonietta. 7/1 De Spiegel Zwolle; tournee t/m 18/1; sinfonietta.nl

Links het orkest, rechts een popband, en Ellen ten Damme overal. Dat is de opstelling waarin Amsterdam Sinfonietta dit jaar haar nieuwjaarstournee-met-gast ‘Breder dan klassiek’ maakt. Het zal aan de akoestische moeilijkheden van die opstelling gelegen hebben dat de elektrische gitaar helaas onhoorbaar was; afgezien daarvan werkte de formule wonderwel, en de energieke 44-jarige zangeres genoot zichtbaar van haar vrije rol in de bonte mix van pop, klassiek en kleinkunst.

Ellen ten Damme schrijft sinds een aantal jaren liedjes op teksten van dichter Ilja Leonard Pfeijffer, wat geresulteerd heeft in het succesvolle album Durf jij? en een binnenkort te verschijnen opvolger. Dat Nederlandstalige repertoire, in een orkestraal jasje gestoken, vormt de hoofdmoot in het aan de liefde gewijde programma. Merendeels bestaat dat uit sterke liedjes, met uitschieters als Ik hoop dat het slecht met je gaat.

Ten Damme is een verleidelijke podiumpersoonlijkheid, die in de slimme regie optimaal tot haar recht komt. Gesluierd en eenzaam lamenterend achter een harmonium, uitgedost als een wulpse ‘Koningin van Frankrijk’, of snikkend in de schoot van concertmeester Candida Thompson in Nina Hagens tranenlied, haar voordracht is steeds waarachtig.

Het leukste moment kwam volgens Ten Damme zelf al halverwege het concert, toen het voltallige orkest zich aan de rand van het podium opstelde om, begeleid door akoestische gitaar, het aanstekelijke crisisliedje Bang om rijk te worden te zingen. De zaal zong na enige aansporing (‘Zijn jullie allemaal rijk of zo?’) uit volle borst mee. Maar ook na de pauze viel er nog veel te genieten.

Amsterdam Sinfonietta, dat soms wat groot leek voor de overwegend begeleidende rol, speelde die rol niettemin met verve, losjes en elegant. De orkestleden stampten en riepen. Een cellist bleek heel handig op het cimbalom. Haast terloops, in het daverend onthaalde Adagietto uit Mahlers Vijfde, liet het ensemble horen waar zijn onovertroffen kracht werkelijk ligt.