Elke week van overal: correspondenten met Eloutkriebels

‘Ik heb Moskou gezien! Moskou, Moskou!”, juichte verslaggever C.K. Elout in het Algemeen Handelsblad van 26 mei 1896. Hij zou, bekent hij, „heen en weer willen draven met een pen en een vel papier in de hand van dit huis naar dien tuin, van deze straat naar dat plein...” Maar er is geen tijd. Elout is hier om verslag te doen van de kroning van tsaar Nicolaas II, en van het internationale gastenveld.

Opvallendste gast in Moskou is de Chinese staatsman Li Hongzhang, gekleed in een geel zijden kleed. In de Nieuwe Rotterdamse Courant noteert C.H.J. van Niftrik (een kunstschilder uit Sint Petersburg die ook verslag doet voor de Telegraaf) dat Li, die de journalisten voor het eerst zien, „volstrekt niet zoo tenger en vervallen” oogt als men zich voorstelt.

Van Niftrik vindt de Chinezen, gemeten naar Europese esthetische ideeën, overigens „de afschuwelijkste monsters die men zich maar denken kan”. Hij beklaagt hun „kogelronde koppen en scheef uitpuilende ogen”.

Dat zijn geen beschrijvingen die je snel zult lezen in verslagen van de huidige correspondent in Moskou, Michel Krielaars, of van Oscar Garschagen in Shanghai. Maar de kriebels van Elout, die kennen we allemaal, de tientallen correspondenten, buitenlandredacteuren en ex-correspondenten op de krant. Evenals de drang te verslaan wat we van belang achten voor de verhoudingen in de wereld.

De bijlage De Wereld, die u vanaf deze week elke maandag aantreft, staat in deze traditie, van buitenlandverslaggeving die gedreven wordt door zowel grenzeloze en schaamteloze nieuwsgierigheid als de overtuiging dat wat elders gebeurt, bij ons hoort. En al kijken we minder eurocentrisch naar de wereld, er zijn lange lijnen. In april 1857 prees het Algemeen Handelsblad de Amerikaanse democratische cultuur, waardoor de nieuw gekozen Democraat James Buchanan waarschijnlijk maar vier jaar zou zitten. Nu constateert correspondent Guus Valk dat Buchanan niet alleen te boek staat als een zwakke president, maar in het licht van de geschiedenis vooral opvalt door iets anders: een levensstijl die voor presidentskandidaten in de VS nu ondenkbaar is.

In 1896 werd Li Hongzhang geprezen in Europese media omdat hij zo’n gematigde en verstandige leider was, die bereid bleek de concessies te doen die Russische en andere mogendheden aan China vroegen na de verloren strijd met Japan. Li stemde onder meer toe in een spoorlijn van Rusland naar China. Hij reisde na Moskou door naar Brussel, Parijs en Den Haag, en belandde zelfs nog in Washington, bij president Cleveland. Het trotse China, dacht men, kreeg oog voor de beschaafde landen. Al enkele maanden later meldde het Algemeen Handelsblad dat dit een illusie was. Ook berichtte de krant dat Li’s bezoek Den Haag 7.000 gulden kostte, in de begroting van 1896 geboekt als ‘onvoorziene uitgaven’.

In De Wereld beschrijft Oscar Garschagen vandaag dat we dit jaar op Xi Jinping moeten letten. De 58-jarige politicus wordt vermoedelijk in de loop van 2012 Chinees president, en zal zich als leider in de wereld willen laten gelden, voorspelt Garschagen. Xi reisde al door Europa, en volgende maand is hij op bezoek in het Witte Huis, bij president Obama.

Het buitenland ligt in het hart van NRC Handelsblad. Het Algemeen Handelsblad (1828) en de Nieuwe Rotterdamsche Courant (1844) berichtten vanaf dag één van verre: over scheepvaart en industrialisering, politiek in vreemde rijken, exotische zeden en faits divers. Verkenningszin en gevoeligheid voor internationale (machts-) verhoudingen zitten in het dna van een land dat nooit van zichzelf alleen heeft kunnen leven. Zeevaarders zijn opgevolgd door it’ers, gepensioneerden bereizen landen waar ooit alleenstaande jongemannen nog niet heen durfden. Maar Nederland bestaat nog altijd dankzij de rest van de wereld.